• nl
Taalkeuze

Aanpassing gelijkgestelde periodes werknemerspensioen

Categorie: Sociaal   Datum: 22/03/2013

Bij de berekening van het werknemerspensioen wordt in sommige gevallen rekening gehouden met een fictief loon voor bepaalde gelijkgestelde periodes. Aangezien werken des te meer gestimuleerd moet worden, zal het pensioen voor 4 gelijkgestelde perioden niet meer worden berekend op basis van een normaal fictief loon, maar op basis van een referteloon dat wordt gebruikt om het minimumrecht per loopbaanjaar te berekenen (beperkt fictief loon) (2013: 22.189,36 EUR op jaarbasis). Met andere woorden het pensioen wordt in sommige gevallen financieel ongunstiger. 

Het gaat meerbepaald over: 

  • De derde werkloosheidsperiode
  • Werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT)
  • Werkloosheid met aanvullende vergoedingen voor oudere werknemers (SWAV)
  • Landingsbanen (tijdskrediet)

1. Derde vergoedingsperiode van de werkloosheid

De derde vergoedingsperiode komt op een minder gunstige wijze in aanmerking voor het pensioen. De gelijkstelling voor deze periode wordt berekend op basis van het beperkt fictief loon. Deze wijziging geldt voor gelijkgestelde perioden die na 31 december 2011 vallen. Er zijn wel twee uitzonderingen waarbij het normaal fictief loon toch wordt toegepast: 

  • Werknemers die zich op 1 november 2012 in de derde werkloosheidsperiode bevonden en die de leeftijd van 55 jaar al bereikt hebben;
  • De derde uitkeringsperiode valt na de 55ste verjaardag op voorwaarde dat de betrokken persoon ten vroegste vanaf 50 jaar werkloos is geworden.

2. Werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT)

De gelijkstelling SWT voor de kalenderjaren na 31 december 2011 gebeurt op basis van het beperkt fictief loon tot en met de maand van de 59ste verjaardag van de begunstigde. Daarna wordt er gelijkgesteld op basis van het normaal fictief loon. 

Volgende perioden van SWT worden bij uitzondering toch gelijkgesteld op basis van het normaal fictief loon: 

  • Periode SWT na de maand waarin de betrokken werknemer 59 jaar wordt; 
  • Periode SWT op basis van het KB van 7 december 1992 betreffende de toekenning van werkloosheidsuitkeringen in geval van conventioneel brugpensioen (d.i. de regeling voor het paritair comité voor het stad- en streekvervoer); 
  • Periode SWT voor ondernemingen in moeilijkheden of herstructurering; 
  • De volgende perioden SWT: 
    • voor werknemers van ten minste 56 jaar met een beroepsloopbaan van 33 jaar waarvan ten minste 20 jaar in een stelsel van nachtwerk, alsook werknemers met een beroepsloopbaan van 33 jaar die in dienst zijn van een werkgever van het paritair comité van de bouw en beschikken over een door een arbeidsgeneesheer afgeleverd attest waaruit blijkt dat ze ongeschikt zijn om hun beroepsactiviteit in deze sector voort te zetten; 
    • voor werknemers van ten minste 58 jaar die een zwaar beroep uitoefenen en een beroepsloopbaan van 35 jaar hebben; 
    • voor mindervalide werknemers van 58 jaar en werknemers met zware fysieke problemen die een beroepsloopbaan van 35 jaar hebben; 
    • voor werknemers van 56 jaar met een zeer lange beroepsloopbaan van 40 jaar. 
  • Werknemers die vóór 28 november 2011 werden ontslagen om in aanmerking te komen voor het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag; 
  • Werknemers die op 28 november 2011 al in het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag zaten. 

3. Werkloosheid met aanvullende vergoedingen voor oudere werknemers (SWAV)

De betrokken periodes worden gevaloriseerd op basis van een beperkt fictief loon. Deze beperking geldt tot en met de maand waarin de begunstigde 59 jaar wordt. Daarna wordt gelijkgesteld op basis van het normaal fictief loon (cfr. periode SWT). 

4. Tijdskrediet

De periodes waarin het werk vrijwillig wordt onderbroken - uitgezonderd tijdskrediet met motief en thematische verloven - worden bij de pensioenberekening ten belope van maximaal één jaar (voltijds equivalent) gevaloriseerd. Bij een 1/5 arbeidsduurvermindering zal deze gelijkstelling vastgelegd worden op maximaal 60 maanden tijdens de hele loopbaan.  

Periodes tijdskrediet met motief en thematisch verlof (ouderschapsverlof, verlof om bijstand te verlenen aan een zwaar ziek gezinslid en verlof voor palliatieve zorgen) worden volledig gelijkgesteld voor zover de werknemer uitkeringen van de RVA geniet; de vierde maand ouderschapsverlof zonder onderbrekingsvergoeding wordt echter ook gelijkgesteld, ook voor diegenen die hiervoor geen uitkering ontvangen van de RVA. 

Deze periodes worden gelijkgesteld op basis van het normaal fictief loon. 

De periodes tijdskrediet in landingsbanen daarentegen worden gelijkgesteld op basis van het beperkt fictief loon. Het KB voorziet echter in enkele uitzonderingen, waarvoor wordt gelijkgesteld op basis van het normaal fictief loon:

  • Werknemers die zich op 28 november 2011 al bevonden in een regeling voor loopbaanonderbreking of tijdskrediet voor werknemers van 50 jaar of ouder;
  • Werknemers die vóór 28 november 2011 een aanvraag hebben ingediend om een regeling voor loopbaanonderbreking of tijdskrediet voor werknemers van 50 jaar of ouder te genieten, op voorwaarde dat de werkgever de schriftelijke kennisgeving van de werknemer vóór 28 november 2011 heeft ontvangen én dat het bevoegde werkloosheidskantoor van de RVA het formulier vóór 2 maart 2012 heeft ontvangen én dat de loopbaanonderbreking of het tijdskrediet vóór 3 april 2012 aanvangt;
  • Landingsbanen vanaf 50 jaar in ondernemingen in moeilijkheden of in herstructurering;
  • Landingsbanen vanaf 50 jaar ten belope van een halftijdse betrekking of met 1/5 vermindering van de arbeidsprestaties voor personen die een zwaar beroep hebben uitgeoefend;
  • De vermindering van de arbeidsprestaties in het kader van een halftijdse betrekking of met 1/5 vermindering van de arbeidsprestaties voor personen die een zwaar beroep hebben uitgeoefend;
  • 312 gelijkgestelde dagen verbonden aan niet-gemotiveerd tijdskrediet waarvan de sinds 1 januari 2012 opgenomen dagen niet gemotiveerd tijdskrediet moeten worden afgetrokken; 
  • De eerste 312 dagen van de landingsbaan (een jaar in voltijds equivalent) vanaf de leeftijd van 60 jaar. Op die manier wordt vanaf 60 jaar een periode die overeenkomt met één jaar voltijds equivalent gelijkgesteld met het normaal fictief loon.

Inwerkingtreding

De nieuwe bepalingen gelden voor de tijdvakken vanaf 1 januari 2012 en voor de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste op 1 januari 2013 ingaan.

Bron: 

  • Koninklijk Besluit van 27 februari 2013 tot uitvoering van artikel 122 van de wet van 28 december 2011 houdende diverse bepalingen en tot wijziging van diverse bepalingen betreffende de gelijkgestelde perioden, BS 8 maart 2013, 14051.