• nl
Taalkeuze

Alternerende opleidingen: ook o.m. erkende leerlingen hebben vanaf 1 juli 2015 recht op uitkeringen tijdelijke werkloosheid

Categorie: Sociaal   Datum: 14/08/2015

Vanaf 1 juli 2015 treedt het statuut van alternerend leren in werking.

Algemeen: stelsel van alternerend leren

Het stelsel van alternerend leren is een opleidingssysteem, waarbij de leerling afwisselend in een onderwijsinstelling of vormingsinstituut en op de werkvloer professionele vaardigheden aanleert.

Voorwaarden om als alternerende opleiding te kunnen worden beschouwd?

Een alternerende opleiding is een opleiding die cumulatief aan de volgende 6 voorwaarden beantwoordt:

  1. De opleiding bestaat uit een deel uitgevoerd op de werkvloer (‘werken’) en een deel binnen of op initiatief en verantwoordelijkheid van een onderwijs- of opleidingsinstelling (‘leren’). Deze twee onderdelen beogen de uitvoering van één opleidingsplan, zijn op elkaar afgestemd en wisselen elkaar af.
  2. De opleiding leidt tot een beroepskwalificatie.
  3. Het deel ‘werken’ omvat op jaarbasis gemiddeld minstens 20 uren per week, zonder rekening te houden met feest- en vakantiedagen.
  4. Het deel ‘leren’ bedraagt minstens (uren berekend in verhouding tot de totale duur van de opleiding waarbij de lesuren waarvoor de leerling eventueel een vrijstelling geniet toegekend door de onderwijs- of opleidingsinstelling in mindering mogen worden gebracht): 
    • 240 lesuren voor deeltijds leerplichtigen en
    • 150 lesuren voor jongeren die niet meer deeltijds leerplichtig zijn
  5. Beide delen (werken/leren) worden uitgevoerd in het kader van één enkele overeenkomst waarbij de werkgever en de leerling betrokken partij zijn.
  6. De overeenkomst voorziet in een financiële bezoldiging ten laste van de werkgever, die moet worden beschouwd als loon.

Indien de opleiding niet beantwoordt aan één van bovenstaande voorwaarden, kan de opleiding niet als alternerende opleiding worden beschouwd.

Welke opleidingen kunnen als alternerende opleidingen worden beschouwd?

Volgende opleidingen kunnen wel als alternerende opleidingen worden beschouwd:

  1. De werknemersleerovereenkomst (de industriële leerovereenkomst) en de CISP
    Het betreft de opleidingsovereenkomsten tot het aanleren van een beroep dat uitgeoefend wordt door werknemers (industriële leerovereenkomst). De socio-professionele inschakelingsovereenkomst (CISP – In Franse en Duitstalige gemeenschap) wordt hiermee gelijkgeschakeld.
  2. De middenstandsopleidingen
    Het betreft de opleidingsovereenkomsten tot het aanleren van een zelfstandig beroep:
    1. Voor Vlaanderen:
      • de leerovereenkomst in het kader van de leertijd (Syntra);
      • de stageovereenkomst in het kader van een ondernemersopleiding (Syntra);
        (Opmerking: De leerverbintenis (voor minderjarigen) geeft momenteel geen recht op een leervergoeding. Aangezien dit een voorwaarde is om als een alternerende opleiding te kunnen worden beschouwd, kunnen deze leerlingen voorlopig (in afwachting van een aanpassing van de regelgeving) dus niet tijdelijk werkloos worden gesteld).
    2. Voor de Franse Gemeenschap:
      • de leerovereenkomst in het kader van de permanente vorming voor de Middenstand en de KMO’s (SFPME – EFPME - IFAPME);
      • de opleiding tot ondernemingshoofd met een stageovereenkomst in het kader van de permanenete vorming voor de Middenstand en de KMO’s (SFPME – EFPME - IFAPME);
    3. Voor de Duitstalige gemeenschap:
      • de leerovereenkomst in het kader van de permanente vorming voor de Middenstand en de KMO’s (IAWM);
      • de opleiding tot ondernemingshoofd met een stageovereenkomst in het kader van de permanente vorming voor de Middenstand en de KMO’s (IAWM);
  3. Andere alternerende opleidingen
    • de theoretische opleiding vergezeld van een beroepsinlevingsovereenkomst (BIO) in het kader van een alternerende opleiding in het Vlaams DBSO;
    • de opleidingsovereenkomst in het kader van een Brugproject; de alternerende beroepsopleiding in het buitengewoon secundair onderwijs-opleidingsvorm 3;
    • iedere andere opleiding die beantwoordt aan de definitie (om te bepalen of een vorming en opleiding gekwalificeerd kan worden als een alternerende opleiding, moet gekeken worden of zij voldoet aan de voorwaarden gesteld in art. 1bis van het KB van 28.11.1969. Dit nazicht behoort niet tot de bevoegdheid van de RVA maar van de RSZ).

Volgende opleidingen kunnen niet als alternerende opleiding worden beschouwd:

  1. de opleiding op de werkvloer in het kader van een arbeidsovereenkomst (recht op uitkeringen tijdelijke werkloosheid op basis van de arbeidsovereenkomst);
  2. speciale leerovereenkomst voor de omscholing van mindervaliden (geen recht op tijdelijke werkloosheid);
  3. de individuele beroepsopleidingen (IBO) in een onderneming (contract VDAB, FOREM, Bruxelles Formation, ADG) (geen recht op tijdelijke werkloosheid).

Impact op tijdelijke werkloosheid vanaf 1 juli 2015

De leerlingen die een alternerende opleiding volgen die voldoet aan de voorwaarden om als alternerende opleiding te kunnen worden beschouwd, kunnen tijdelijk werkloos worden gesteld voor de uren waarop de uitvoering van de leerovereenkomst geschorst is. Het alternerend leren omvat verschillende opleidingsvormen en is dan ook veel ruimer dan louter de industriële leerlingen. Ook de erkende leerlingen/middenstandsopleidingen worden als een alternerende opleiding beschouwd; bijgevolg kunnen ook erkende leerlingen vanaf 1 juli 2015 tijdelijk werkloos worden gesteld. 

Het bedrag van de uitkering stemt overeen met het bedrag van de overbruggingsuitkeringen van de  18 jarigen. Voor opleidingen die niet voldoen aan de voorwaarden van een alternerende opleiding, blijven de bestaande regels van toepassing. Dit is o.a. het geval voor opleidingen die gevolgd worden met een gewone arbeidsovereenkomst.

Concreet betekent dit voor de betrokken leerlingen dat dezelfde formaliteiten dienen te worden vervuld als voor de andere werknemers met het oog op tijdelijke werkloosheidsuitkeringen. 

Bron: 

  • Koninklijk besluit van 29 juni 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, BS 8 augustus 2014;
  • Wet van 15 mei 2014 houdende uitvoering van het pact voor competitiviteit, werkgelegenheid en relance, BS 22 mei 2014;
  • Website RVA (RVA tech/ Riodoc/Onderrichting- doc nr. 152671);
  • Website RSZ – tussentijdse instructies 2015/2.