• nl
Taalkeuze

Begrotingsakkoord - Een overzicht van de sociaalrechtelijke maatregelen

Categorie: Sociaal   Datum: 4/08/2017

In de laatste week van juli 2017 bereikte de Regering een akkoord over de begroting. In dit akkoord werden een aantal maatregelen afgekondigd die op vlak van werk en werkgelegenheid enige impact hebben.

Hoewel de maatregelen nog moeten worden uitgewerkt in concrete regelgeving, bespreken we hieronder reeds de belangrijkste beslissingen die voor een werkgever (of werknemer) van belang kunnen zijn.

Fiscaal

Taxshift

De Regering voorziet een verdere uitwerking van de Taxshift (fase 2 en 3) ter bevordering van de koopkracht en de competitiviteit. Er wordt een budget voorzien van 9,3 miljard EUR.

  2018 2019 2020
Bijkomende maatregelen koopkracht en competitiviteit 2,1 miljard EUR 1,8 miljard EUR 1 miljard EUR voor de competitiviteit
Totaal aankoopkracht 3,9 miljard EUR 5,4 miljard EUR /
Loonevolutie + 115 EUR netto/maand t.o.v. 2014 voor de lage inkomens + 86 EUR netto/maand voor 50% van de werknemers +146 EUR netto/maand i.v.m. 2014 voor de lage inkomens +109 EUR netto/maand voor 50% van de werknemers /
Sociale bijdragen De sociale bijdragen voor de werknemers dalen naar 25% in 2018, daarin begrepen de versterking van de vermindering van de sociale bijdragen voor de “zone lage lonen” Versterking van de bijdrageverminderingen voor de zone lage lonen. /

Vrijetijdswerk

Vanaf 1 januari 2018 wordt een sociale en fiscale vrijstelling voorzien ten belope van 6.000 EUR per jaar voor inkomens uit vrijetijdswerk.

Voor wie?

De vrijstelling zal enkel gelden voor specifieke functies in de non-profitsector.

De maatregel zal ook van toepassing zijn op de deeleconomie (diensten van particulieren aan particulieren).

Overschrijding van de drempel

Indien de drempel van 6.000 EUR wordt overschreden, zullen alle aangegeven bedragen worden beschouwd als beroepsinkomsten. 

Tewerkstellingsvoorwaarde

Dit stelsel is voorbehouden voor diegenen die tewerkgesteld zijn met een contract van minstens 4/5 (80%).

De tewerkstellingsvoorwaarde geldt niet voor de deeleconomie en de gepensioneerden (binnen de huidige grenzen van de regels van de toegelaten cumulatie).

Elektronische registratie

De vrijstelling is gekoppeld aan een registratie van de activiteiten via een elektronische toepassing. Via dit platform worden alle gegevens doorgespeeld aan de fiscus en de RSZ die de vrijstelling dan automatisch zullen toepassen. De inkomsten zullen worden vermeld op de aangifte van de personenbelasting.

Vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing – Wetenschappelijk onderzoek

Voor de toepassing van de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing wordt in de regel een specifiek diploma vereist voor de onderzoekers die zijn tewerkgesteld in onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten of – programma’s (art. 2753, §2, WIB 92). Deze lijst zou worden uitgebreid met bachelor diploma’s.

Winstdeelname van werknemers (winstpremie)

Op heden is reeds een regeling voorzien die een participatie van werknemers in het kapitaal of de winst van de vennootschap toelaat (Wet van 22 mei 2001). Naar aanleiding van het succes van de niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen (CAO nr. 90) zal deze wet worden hervormd.

De bedoeling is dat de werkgever vanaf 1 januari 2018 een deel van de winst op een fiscaal vriendelijke manier kan uitkeren aan de werknemers. 

De (para)fiscale behandeling is als volgt:

  • Sociale bijdrage werknemer: 13,07%
  • Fiscale inhouding werknemer: 7%
  • Fiscale behandeling werkgever: actuele tarief vennootschapsbelasting

Het uitkeerbare bedrag wordt beperkt tot maximaal 30% van de loonmassa.

De invoering gebeurt via een individuele beslissing van de onderneming, genomen in de algemene vergadering;

  • Indien voor alle werknemers een identieke premie wordt toegekend (een bedrag of een percentage van het loon) volstaat het om hieromtrent een eenvoudige communicatie te verrichten aan de werknemers;
  • Indien er ongelijke premies worden toegekend (bv. differentiatie per categorie) is een toekenningsbeslissing via een cao of een toetredingsakte vereist.

Deze winstpremie is niet recurrent (geen verplichting van de werkgever) en zal niet in aanmerking worden genomen voor de berekening van de loonnorm.

Er mag geen verschuiving zijn ten nadele van de klassieke verloning.

Loonbonus – CAO nr. 90

Ondernemingen die zich in een sluitingsprocedure bevinden of waar een collectief ontslag wordt toegepast zullen geen gebruik meer kunnen maken van het bonusstelsel zoals voorzien in CAO nr. 90 betreffende de niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen.

Competitiviteit en werk

Flexi-jobs

Vanaf 1 januari 2018 wordt het stelsel van flexi-job uitgebreid: ook gepensioneerden zullen onder dit stelsel kunnen werken.

Tevens wordt een uitbreiding voorgesteld naar de detailhandel. Het gaat om onderstaande sectoren.

PC 118.03 Bakkerijen
PC 119 Voedingshandel
PC 201 Zelfstandige kleinhandel
PC 202.01 Middelgrote levensmiddelenbedrijven
PC 202 Kleinhandel in voedingswaren
PC 311 Grote kleinhandelszaken
PC 312 Warenhuizen
PC 314 Kappers en schoonheidszorgen


Of die uitbreiding naar de detailhandel er komt is nog niet zeker aangezien er op dit moment een procedure lopende is voor het Grondwettelijke hof tegen het huidige stelsel van flexi-job.

E-commerce

Voor activiteiten van e-commerce wordt een soepelere regeling voorzien vanaf 1 januari 2018.

  • In een eerste fase (2 jaar) wordt een speficiek kader voorzien waarbinnen nachtwerk en zondagsarbeid mogelijk wordt gemaakt via een aanpassing van het arbeidsreglement.
  • Na de periode van 2 jaar is een definitieve invoering van nachtwerk en zondagsarbeid in e-commerce mogelijk via een collectieve arbeidsovereenkomst of via het arbeidsreglement.

Voor wat betreft de regelgeving inzake nachtarbeid (art. 38, Arbeidswet) wordt, specifiek voor e-commerce activiteiten, een aanpassing voorzien zodat een ondernemingscao kan worden afgesloten met slechts één vakorganisatie. Op heden dienen alle organisaties die in de vakbondsafvaardiging vertegenwoordigd zijn de cao te ondertekenen.

Studentenarbeid

Bepaalde sectoren (o.a. de detailhandel) zullen vanaf 1 januari 2018 bij koninklijk besluit een uitzondering kunnen krijgen op het verbod van zondagwerk voor jonge werknemers van minder dan 18 jaar. Dit zou enkel kunnen in het kader van een studentenovereenkomst en mits respect van de toepasselijke Europese Richtlijn.

Op heden is dergelijke tewerkstelling slechts in uitzonderlijke gevallen mogelijk.

Alternerend leren

Vanaf 1 juli 2017 is het mogelijk dat een student die een alternerende opleiding volgt, bij een derde onderneming (dus niet de onderneming bij wie de alternerende opleiding wordt gevolgd) werkt onder het stelsel van studentenarbeid.

Bouwsector – PC 124

Om sociale dumping op bouwwerven tegen te gaan worden twee maatregelen voorzien:

  • Een gefaseerde vermindering van de arbeidskosten:
    • Voor 2018: 100 miljoen EUR
    • Voor 2019: 100 miljoen EUR
    • Voor 2020: 404 miljoen EUR
  • Gelet op een arrest van het Grondwettelijk Hof van 17 september 2015 wordt een retroactieve (vanaf 1 januari 2014) oplossing uitgewerkt voor het afwijkend stelsel van opzeggingstermijnen in de bouwsector. Dit arrest vernietigt immers de afwijkende opzeggingstermijnen in de bouwsector vanaf 1 januari 2018.

Proefperiode

Een herinvoering van een proefperiode wordt voorzien door de invoering van een progressievere opbouw van de opzeggingstermijn tijdens de zes eerste maanden van de tewerkstelling.

Anciënniteit < 1 maand < 2 maand < 3 maand < 4 maand < 5 maand < 6 maand
Huidig 2 weken 2 weken 2 weken 4 weken 4 weken 4 weken
Toekomst 1 week 1 week 1 week 3 weken 4 weken 5 weken

Deze aanpassing geldt voor alle categorieën van werknemers, zowel voor contracten van bepaalde als voor contracten van onbepaalde duur, zonder minimale tewerkstellingsduur en zonder verplichting om het ontslag te motiveren (CAO nr. 109).

Outplacement

Werknemers die een opzegvergoeding ontvangen van minstens 30 weken worden de kosten van outplacement aangerekend op de opzeggingsvergoeding ten belope van 4 weken loon.

Er wordt een wijziging voorzien in die zin dat werknemers van wie de gezondheidstoestand op een onomkeerbare wijze niet toelaat om aan het outplacement deel te nemen, recht zullen hebben op de volledige opzeggingsvergoeding en dat in dat geval geen outplacement moet worden aangeboden.

Starterjobs

De Regering wil vanaf 1 januari 2018 de aanwerving van jonge werknemers van 18 t.e.m. 21 jaar bevorderen.

Er worden twee maatregelen overwogen:

  • Een vermindering van de arbeidskost voor de werkgever via degressieve minimum brutolonen volgens leeftijd:
    Leeftijd Percentage
    20 jaar 94%
    19 jaar 88%
    18 jaar 92%
    17 jaar 76%
    16 jaar 70%
  •  Of een verhoogde fiscale aftrek.

In beide gevallen mag het nettoloon van de werknemers niet worden aangetast.

Interimsector privé

Vanaf 1 januari 2018 wordt interimwerk in alle privésectoren mogelijk gemaakt.

Moderne administratie

Interimwerk openbaar ambt

In overleg met de syndicale organisaties, zal interimwerk in het openbaar ambt mogelijk worden gemaakt in volgende gevallen:

  • de vervanging van een statutair of contractueel personeelslid;
  • een tijdelijk geachte toename van de werklast;
  • de uitvoering van uitzonderlijk werk.

Hervorming openbaar ambt

Voor de aanwerving van nieuwe personeelsleden in de overheidssector wordt prioriteit voorzien voor contractuelen teneinde de overheid efficiënter en flexibeler te maken. De regelgeving zal in die zin worden aangepast voor de overheidsbedrijven en het federale openbare ambt.

Er zal een studie worden uitgevoerd om alle gezagsfuncties te bepalen die, omwille van de uitoefening ervan, een statuut vereisen dat de belangen van de staat en de ambtenaar vrijwaart.

De huidige statutaire ambtenaren behouden hun statuut gedurende heel hun loopbaan, ook bij bevordering of mobiliteit.

Sociale cohesie en armoedebestrijding

Verhoging minimumpensioen voor volledige loopbaan (werknemers)

In 2016 werd in het kader van de taxshift beslist om de minimumpensioenen voor een volledige loopbaan te verhogen met 0,7%.

In het kader van de welvaartsenveloppe 2017-2018 hebben de sociale partners beslist om de minimumpensioenen voor een onvolledige loopbaan vanaf 1 september 2017 te verhogen met 1,7% en voor een volledige loopbaan met 1%.

In het begrotingsakkoord wordt voorgesteld om vanaf 1 januari 2018, de minimumpensioenen voor een volledige loopbaan te verhogen met 0,7%.

De regering behoudt haar doelstelling om de periodes van werk altijd hoger te waarderen dan de periodes van inactiviteit voor de berekening van het pensioen.

Gedeeltelijk pensioen

Het is de bedoeling om de werknemers een bijkomende mogelijkheid te geven om te zorgen voor een vlottere overgang tussen voltijds werken en de definitieve uittreding uit de arbeidsmarkt.

In die zin zou het vanaf 1 januari 2019 mogelijk worden om een gedeeltelijk pensioen op te nemen vanaf de leeftijd voor vervroegd pensioen.

De werknemer zal een deel van zijn pensioen kunnen opnemen en tegelijk kunnen blijven werken en bijkomende pensioenrechten opbouwen.

Het gedeeltelijk pensioen zou worden geïntegreerd in het “pensioen met punten”.

Aanvullend pensioen loontrekkenden

Op heden valt (behoudens uitzondering) het initiatief tot uitbouw van een aanvullend pensioen (tweede pijler) onder dat van de werkgever of de sector.

Er wordt een stelsel uitgewerkt om een vrij aanvullend pensioen te voorzien dat zou gefinancierd worden door middel van bijdragen die door de werkgever op vraag van de werknemer van het loon worden ingehouden. In dit geval zal het initiatiefrecht bij de werknemer liggen.

Blijven werken = verder pensioen opbouwen

Vanaf 1 januari 2019 wordt voor de effectieve werkdagen geen enkele beperking meer voorzien naar de opbouw van pensioenrechten toe. Dit betekent dat wie langer werkt (na het bereiken van de referentieloopbaan) pensioenrechten zal blijven opbouwen.

Sociaal meerjarenakkoord non-profitsector (PC330)

Om de werkgelegenheid in de non-profitsector te ondersteunen werd beslist om:

  • de invoering van een nieuwe classificatie van de functies van de sector te versnellen, wat moet leiden tot nieuwe barema’s, die meer gericht zijn op de competenties dan op de anciënniteit, waarbij tegelijk wordt gestreefd naar meer harmonisering van de statuten van de werknemers van de overheidssector enerzijds en die van de privésector anderzijds;
  • de tweede pensioenpijler aanzienlijk te versterken;
  • een hervorming van het beheer van de loopbanen te onderzoeken;
  • de onderhandelingen over andere thema’s zoals de flexibiliteit, de arbeidskwaliteit en de combinatie werk-privéleven alsook de koopkracht voort te zetten.

Om deze maatregelen te concretiseren, zullen de sociale partners van de non-profitsector een sociaal meerjarenakkoord 2017-2020 sluiten.

Welzijn op het werk

Om de gezondheid van de werknemers te vrijwaren en hen te beschermen tegen psychosociale risico’s binnen de ondernemingen worden vanaf 1 januari 2018 volgende maatregelen voorzien:

  • een burn-outcoach in ondernemingen met meer dan 100 werknemers;
  • de invoering van een mogelijkheid om te deconnecteren voor de werknemers buiten de arbeidstijd.

Oudere werknemers: langer werken bevorderen

De regering wil de kloof tussen de effectieve pensioenleeftijd (gemiddeld 59,7 jaar) en de wettelijke pensioenleeftijd (65 jaar) verkleinen.

Vanuit die optiek wordt (door een sectoraal fonds of door de werkgever) een aanvullende vergoeding toegekend aan werknemers die minstens:

  • 60 jaar: in geval van voltijds naar 4/5;
  • 58 jaar: voor voltijdse werknemers in geval van omschakeling van ploegen- en nachtarbeid of aangepast lichter werk;

oud zijn en hun loopbaan met loonsvermindering aanpassen.

Deze vergoeding is vrijgesteld van sociale bijdragen en wordt niet als loon beschouwd.

Mystery calls

In het kader van de strijd tegen discriminatie op de arbeidsmarkt wordt de mogelijkheid van “mystery calls” voorzien mits respect van onderstaande principes:

  • De Sociale Inspectie zal kunnen overgaan tot anonieme tests bij ondernemingen in geval van objectieve aanwijzingen van discriminatie;
  • Het zoeken naar informatie en bewijzen door de administratie moet gebeuren op basis van correcte en loyale principes;
  • Mystery calls zijn bedoeld om discriminatie aan het licht te brengen en niet om discriminatie te provoceren, te doen ontstaan of te versterken bij de vermoedelijke dader;
  • Er is een voorafgaande machtiging van de arbeidsauditeur noodzakelijk.