• nl
Taalkeuze

Beleidsnota van Federaal minister Kris Peeters: een helder overzicht

Categorie: Sociaal   Datum: 4/11/2016

In zijn recent gepubliceerde beleidsnota maakt Federaal minister van Werk, Kris Peeters, een tussentijdse beschouwing van zijn realisaties in 2016 en zijn to-do-lijst voor 2017 voor het beleidsdomein Werk.

Verwezenlijkingen 2016

Loonevolutie

De lastenverlaging voorzien in het competitiviteitspact is vervroegd en er is een meerjarenprogramma voor de vermindering van het basispercentage van 33% werkgeversbijdragen gelanceerd, met het objectief om 25% te bereiken. Daarbij krijgt de non-profit bijzondere aandacht om te vermijden dat geplande aanwervingen niet kunnen doorgaan.

Studentenarbeid

Er is beslist om het krediet van studentenarbeid van 50 dagen om te zetten in 475 uren.

Grensoverschrijdende tewerkstelling

Op vraag van de NAR en de sector van het wegtransport werden de principes van het arrest Koelzsch van het Europees Hof van Justitie opgenomen in het Belgisch recht. De werknemer die in België een transportwerkzaamheid verricht voor een werkgever die niet in België is gevestigd, wordt verondersteld zijn arbeid gewoonlijk in België of vanuit België te verrichten wanneer, rekening houdend met alle elementen die zijn werkzaamheid kenmerken, hij het belangrijkste deel van zijn verplichtingen ten opzichte van zijn werkgever in België of vanuit België vervult. In dit geval zijn de dwingende bepalingen van het Belgische arbeidsrecht van toepassing op de arbeidsovereenkomst.

e-Commerce

Op 14 januari 2016 zijn sectorale cao’s gesloten in de paritaire comités 201, 202.01, 202, 311 en 312 betreffende de sectoren handel en distributie. Het koninklijk besluit dat nachtarbeid toelaat, is getekend op 13 maart 2016, en biedt een kader aan de betrokken werkgevers om bijkomende jobs te creëren in de sector van de e-commerce. Vanuit deze basis kunnen oplossingen op maat van de onderneming uitgewerkt worden.

Sociale verkiezingen

Sinds 2016 is het voor de representatieve organisaties mogelijk om hun kandidatenlijsten in te dienen via de webapplicatie.

Maritiem arbeidsverdrag

Sinds 2016 voeren de arbeidsinspectiediensten, in naleving van het Maritiem Arbeidsverdrag MLC2006 en in samenwerking met de FOD Mobiliteit en Vervoer, controles uit op binnenlandse schepen voor de certificering (‘flag state controle’) en op schepen onder vreemde vlag in de havens (‘port state control’).

Havenarbeid

Inzake de modernisering van de havenarbeid is op 26 april 2016 een globaal akkoord bereikt tussen de sociale partners. Ook is een akkoord bereikt met de Europese Commissie, dat is omgezet in nationale reglementaire en conventionele regelgeving.

Werkloosheidsreglementering

De vereiste loopbaanduur, die moet aangetoond worden vooraleer iemand als werkzoekende terechtkomt in de forfaitaire vergoedingsperiode, is vanaf 1 november 2016 verhoogd naar 25 jaar.

Werkgevers en werknemers komen soms overeen om het loon en/of de tewerkstellingsuren (fictief) te verhogen in de laatste maanden van de tewerkstelling, en dit met het oog op het vervolgens bekomen van een hogere werkloosheidsuitkering. Om dergelijke misbruiken tegen te gaan voert de RVA sinds 2016 een post factum controle uit, die gebaseerd is op een vergelijking van de loon- en arbeidsgegevens, die zijn vermeld op het C4-Werkloosheidsbewijs, en de loon- en arbeidsgegevens die zijn vermeld in de DmfA-aangifte bij de RSZ.

SWT

Sinds 1 januari 2016 zijn de DECAVA-werkgeversbijdragen op de bedrijfstoeslag SWT verhoogd voor de profitsector en de non-profit sector. Het toepassen van een hogere coëfficiënt voor de verhoging in de non-profitsector, beoogt het verkleinen van het bestaande verschil met de profitsector.

Economische werkloosheid bedienden

Het vergelijkingsjaar op basis waarvan ondernemingen kunnen aantonen dat ze als onderneming in moeilijkheden moeten worden beschouwd, om beroep te kunnen doen op de regeling van economische werkloosheid voor bedienden, is aangepast en werkgevers kunnen voortaan een aanvraag indienen bij de minister van Werk om als onderneming in moeilijkheden te worden erkend.

Horeca

Inmiddels werkt de minister samen met de staatssecretaris voor de Bestrijding van de sociale fraude, aan de introductie van een overuren-app. Die zal toelaten om het presteren van overuren makkelijk en snel te melden of aan te vragen bij de inspectie.

Europees kader Welzijn op het Werk

De Belgische nationale strategie welzijn op het werk voor de periode 2016-2020 is bepaald en meegedeeld aan de Europese Commissie. De uitvoering van de nationale strategie zal gebeuren aan de hand van opeenvolgende jaaractieplannen.

Inspectiecampagnes Toezicht Welzijn op het Werk

In 2016 is op nationaal niveau een bliksemactie opgezet in de bouwsector, meer bepaald voor wat betreft de steigerbouw. In elke regionale directie is een lokale inspectiecampagne uitgewerkt:

  • West-Vlaanderen: huisvuilophaling- en verwerking;
  • Oost-Vlaanderen: gezins- en bejaardenzorg met uitzondering van thuisverpleging;
  • Antwerpen: metaal;
  • Limburg & Vlaams-Brabant: winning van grind, zand, klei en kaolien;
  • Brussel: agroalimentaire industrie;
  • Henegouwen: opslag en goederenopslag;
  • Namen & Luxemburg & Waals-Brabant: slijpen, bewerken en afwerken van steen;
  • Luik: dienstencheques.

Externe diensten voor preventie en bescherming op de werkplaats

Op 1 januari 2016 is een nieuwe tariefregeling in werking getreden voor de externe diensten voor preventie en bescherming op de werkplaats.

Agenda 2017

Werkbaar en wendbaar werk

De wet betreffende werkbaar en wendbaar werk bestaat uit twee delen:

  • De sokkel: een algemeen gedeelte, met maatregelen die onmiddellijk van toepassing zijn voor de ondernemingen;
  • Het menu: een reeks maatregelen die kunnen geactiveerd worden door de sectoren.

De sokkel

a) Annualisering van de arbeidsduur

Binnen het kader van de bestaande regeling inzake flexibele uurroosters (artikel 20bis van de arbeidswet), die ingevoerd kunnen worden door een collectieve arbeidsovereenkomst op sectoraal of op ondernemingsvlak, of via het arbeidsreglement, zal een annualisering van de arbeidsduur mogelijk gemaakt worden. De bestaande cao’s en arbeidsreglementen in dit kader blijven echter ongewijzigd van kracht.

b) Interne grens

De interne grens, die het maximale aantal uren bepaalt dat een werknemer op een gegeven moment boven de gemiddelde arbeidsduur mag gepresteerd hebben, wordt vastgesteld op 143 uren. Indien deze grens bereikt wordt, zijn nieuwe overschrijdingen slechts mogelijk nadat de werknemer minder dan de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur heeft gewerkt.

c) Vrijwillige overuren

De werknemer zal vrijwillig kunnen kiezen om maximum 100 overuren per kalenderjaar te presteren, voor zover er een aanbod is van de werkgever. Om de vrijwilligheid te garanderen, zal de werknemer elke zes maanden schriftelijk aan zijn werkgever meedelen dat hij deze overuren wenst te presteren. Deze overuren worden uitbetaald, met overloontoeslag. Deze overuren worden meegerekend in de interne grens, behoudens de eerste 25 uren. Dit aantal kan verhoogd worden tot 60 uren bij cao.

d) Vorming

De huidige interprofessionele doelstelling om 1,9% van de totale loonmassa aan opleiding te besteden, zal vervangen en omgezet worden naar een nieuwe interprofessionele doelstelling van gemiddeld 5 opleidingsdagen per voltijds equivalent per jaar. Het huidig systeem en de hieraan verbonden sancties worden bijgevolg volledig vervangen door deze nieuwe bepalingen.

Het nieuwe systeem voorziet in de mogelijkheid om het recht op opleiding te concretiseren ofwel op sectoraal vlak door het verderzetten van de bestaande sectorale cao’s ofwel op het niveau van de onderneming door de invoering van een individuele opleidingsrekening. Indien deze twee instrumenten niet beschikbaar zijn, geldt binnen de onderneming een suppletieve regeling die voorziet in een individueel recht van twee opleidingsdagen per voltijds equivalent per jaar. Welk systeem men ook kiest, er moet een groeipad in worden opgenomen om op termijn de interprofessionele doelstelling van 5 vormingsdagen per voltijds equivalent te bereiken.

e) Occasioneel telewerk

Een wettelijk kader zal de voorwaarden bepalen waaronder een werknemer aanspraak kan maken op occasioneel telewerk, evenals de minimale afspraken die hij in dit kader met zijn werkgever moet maken. Dit moet toelaten dat een werknemer voor een aantal onverwachte gebeurtenissen zoals een tandartsbezoek, het ontvangen van een technieker aan huis, … kan kiezen voor occasioneel telewerk, en waarvoor hij dus niet verplicht wordt om verlof te nemen.

Het menu

a) Uitbreiding plus minus conto

Internationaal concurrentiële sectoren, zowel in de industrie als in de diensten, kunnen bij cao bepalen dat de berekening van de gemiddelde 38-urenweek over verschillende jaren (met een maximum van 6 jaar) wordt gespreid. Dit gebeurt vandaag al in de auto-industrie.

b) Uitzendarbeid van onbepaalde duur

Uitzendkrachten krijgen de mogelijkheid om een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur te sluiten met een uitzendbureau. Uitzendkrachten met een dergelijke overeenkomst ontvangen ook een loon van het uitzendbureau tussen twee interimopdrachten in. Dit is enkel mogelijk indien hiervoor een sectoraal akkoord wordt gesloten in het paritair comité voor de uitzendarbeid.

c) Hervorming werkgeversgroeperingen

Er wordt een definitief kader uitgewerkt voor werkgeversgroeperingen. Kleine ondernemingen kunnen hierdoor gezamenlijk een werknemer aanwerven. De werkgeversgroepering mag maximaal 50 werknemers in dienst hebben. De procedure voor de erkenning wordt vereenvoudigd. De erkenning zal voortaan ook onmiddellijk voor onbepaalde duur toegekend worden.

d) Vereenvoudiging deeltijdse arbeid

Er wordt voorzien in een vereenvoudiging en modernisering van een aantal aspecten van de deeltijdse arbeid met het oog op de verlichting van de administratieve lasten voor de werkgevers.

Zo wordt onder meer de verplichting om alle uurroosters stuk voor stuk in het arbeidsreglement op te nemen afgeschaft en voor de variabele uurroosters vervangen door een algemeen kader dat beantwoordt aan een aantal basisvereisten en waarborgen. Voor werknemers met een variabel uurrooster blijft de verwittigingstermijn op 5 werkdagen. Deze kan verhoogd of verlaagd worden (tot minimum 1 dag), maar enkel wanneer dit in een sectorale cao wordt overeengekomen tussen de sociale partners.

Bepaalde documenten die momenteel op papier moeten bijgehouden worden, kunnen voortaan ook elektronisch bewaard worden.

Daarnaast zal bij KB het krediet van bijkomende uren aangepast worden waarvoor geen overloon betaald moet worden aan een deeltijdse werknemer met een variabele arbeidsregeling. In geval van wijziging van de arbeidsovereenkomst op vraag van de werknemer is geen overloon verschuldigd.

e) Loopbaansparen

Werknemers kunnen conventioneel verlof, bepaalde overuren en uren uit glijdende werktijden opsparen. Per sector kan beslist worden deze optie toe te passen op ondernemings- of sectoraal niveau. Bij een verandering van job kan de werknemer, indien hij zijn opgespaarde dagen niet kan meenemen, kiezen voor uitbetaling. Opgespaarde tijd gaat dus nooit verloren. De sociale partners moeten hierover sectorale akkoorden afsluiten.

f) Aanpassing verlofstelsels

Het palliatief verlof wordt met een maand verlengd tot maximaal 3 maanden.

Er wordt daarnaast uitvoering gegeven aan de eerdere beslissing om het tijdskrediet met zorgmotief uit te breiden met 12 maanden. Deze uitbreiding was immers nog niet doorgevoerd bij gebrek aan consensus tussen de sociale partners in de NAR. Daarbovenop zal dit tijdskrediet met zorgmotief nog eens met 3 bijkomende maanden worden verlengd.

g) Glijdende werktijden

Een wettelijk kader voor glijdende werktijden wordt voorzien waarin de werknemer zelf het begin en einde van zijn prestaties kan bepalen, mits naleving van bepaalde grenzen. Bestaande stelsels van glijdende werkuren kunnen blijven bestaan, mits het sluiten van een cao of opname in het arbeidsreglement.

h) Schenken van verlofdagen

Wie een ziek kind heeft en alle verlofstelsels heeft uitgeput, kan de werkgever vragen om dit systeem open te stellen. De werkgever communiceert de openstelling aan alle werknemers. Enkel verlofdagen, die buiten het wettelijk verlof van 20 dagen vallen, kunnen worden geschonken. Een eventuele schenking gebeurt anoniem. Het invoeren van het systeem voor het schenken van verlofdagen vereist dat er een cao wordt gesloten of een bepaling in het arbeidsreglement wordt voorzien.

Modernisering van de wet van 1996

Momenteel ligt een voorontwerp van wet op tafel, die de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen wijzigt. Deze wet vormt het kader voor de tweejaarlijkse loononderhandelingen. Dit zou het sluitstuk vormen van de inspanningen van de regering om de loonhandicap die is opgebouwd sinds 1996 weg te werken.

Drie principes zijn richtinggevend voor de wijzigingen aan de wet.

  • Allereerst moet worden voorzien dat de marge voor loonevolutie nooit lager mag zijn dan wat nodig is om de automatische indexering te financieren. Ook moeten de automatische indexering van de lonen en de toepassing van de baremieke verhogingen gegarandeerd zijn.
  • Ten tweede moet er een betere werking van het correctiemechanisme komen. Dit zal gebeuren door:
    • het inbouwen van een voorzichtigheidsmarge om de impact op te vangen van te optimistische ramingen van de loonevolutie in de buurlanden of van een te lage verwachting van de inflatie; als deze voorzichtigheidsmarge niet nodig was omdat de ramingen correct waren, wordt deze toegevoegd aan de volgende maximaal beschikbare marge,
    • het voorzien van een automatische correctie van de loonnorm ten opzichte van de loonhandicap opgebouwd sinds 1996 met weliswaar absolute inachtneming van het eerste principe dat hierboven is vermeld,
    • het vastleggen van de loonnorm in een cao afgesloten in de NAR of bij KB om te verzekeren dat sectorale cao’s niet van deze loonnorm kunnen afwijken en
    • het verhogen van de boetes bij eventuele overschrijdingen van de loonnorm.
  • Tenslotte wordt voorzien dat lastenverlagingen niet meer algemeen en automatisch aanleiding kunnen geven tot loonsverhoging. Lastenverlagingen worden vandaag namelijk meegeteld voor de berekening van de loonkostenhandicap en kunnen dus resulteren in een hogere beschikbare marge.

Welzijn op het werk

Re-integratie van arbeidsongeschikte werknemers

Samen met de minister van Sociale Zaken is een globaal wettelijk kader uitgewerkt voor de re-integratie van arbeidsongeschikte werknemers.

Daarnaast werd een wetsontwerp ingediend in het Parlement om een aantal aspecten met betrekking tot het arbeidsrecht te regelen, waardoor meer rechtszekerheid geboden wordt aan werknemers in een re-integratietraject: enerzijds in de arbeidsrelatie tijdens de periode van uitvoering van een aangepast werk met toestemming van de adviserend geneesheer van het ziekenfonds, en anderzijds bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens definitieve arbeidsongeschiktheid van de werknemer

Administratieve vereenvoudiging en codificatie

Er is een eerste voorstel tot wijziging van de reglementering inzake notificatieplicht uitgewerkt. Daarin wordt de afschaffing van volgende notificaties overwogen:

  • Het overmaken van het jaarverslag van de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk aan de inspectie. De verplichting tot het opstellen van het jaarverslag als bedrijfsintern document, dat moet kunnen worden voorgelegd op verzoek van de inspectie, blijft wel behouden.
  • Het uitvoeren van werkzaamheden in hyperbare omgeving. Deze informatie is immers ook vervat in het register dat moet worden bijgehouden.
  • De voorafgaande kennisgeving inzake het gebruik van waterstofcyanide, zijn organische en anorganische cyaanverbindingen en zijn mengsels.
  • De meldingsplicht inzake professionele blootstellingspatronen aan chemische agentia, die afwijken van het normale standaardpatroon (zoals bv. een werkdag van meer dan 8 uur, een werkweek van meer dan 40 uur of een werkweek van meer dan 5 dagen).

KMO’s

De welzijnsbevordering in kmo’s is een permanente werf. Het online interactive risk assessment of OIRA is een webtool om risicoanalyses uit te voeren op het gebied van gezondheid en veiligheid op het werk. Op 28 september 2016 is de OIRA voor de horecasector voorgesteld. In 2017 zal de OIRA voor de schoonmaaksector worden afgewerkt, evenals nieuwe toepassingen worden ontwikkeld voor de sector van de bakkers, de tuinders en de podium- en spektakelkunsten.

Sociaal overleg

Harmonisering statuut arbeiders-bedienden

In 2017 wil de minister werk maken van het geleidelijk harmoniseren van de nog bestaande verschillen op vlak van jaarlijkse vakantie, tijdelijke werkloosheid, gewaarborgd loon bij ziekte en collectief arbeidsrecht.

Digitalisering

Er wordt een elektronisch portaal voor sociaal overleg ingevoerd. Het ondersteunt niet alleen de werking van de onderhandelings- en adviesorganen, maar ook het elektronisch neerleggen van cao’s en toetredingsakten.

Eenzelfde opportuniteit stelt zich voor wat betreft de neerlegging van de arbeidsreglementen. De digitalisering van de procedure, door de invoering van een elektronisch loket, moet toelaten dat de werkgever het arbeidsreglement opstuurt langs elektronische weg (Pdf-file) en dat het direct kan worden ingevoerd in het werkgeversdossier. Op die manier kan het arbeidsreglement ook vanop afstand door bevoegde diensten worden geraadpleegd.

Bonusplannen (cao nr. 90)

In 2017 wordt gestart met de bouw van het e-loket. Voor het indienen van een bonusplan zal gebruik kunnen worden gemaakt van een gestandaardiseerd online-formulier voor het indienen van een bonusplan. Werkgevers zullen bovendien, via een dergelijk e-loket, zelf de stand van zaken van hun dossier kunnen opvragen.

Modernisering van het arbeidsrecht

Nachtarbeid in de e-commerce

De mogelijkheid om nachtarbeid in te voeren voor e-commerce-activiteiten wordt ingeschreven in de wet. Het sociaal overleg blijft een rol hebben bij de implementatie op ondernemingsvlak.

Studentenarbeid

Een ontwerp van koninklijk besluit zal worden voorgelegd aan de sociale partners in de NAR, waarin wordt voorzien dat studenten die alternerend werken en leren, de mogelijkheid krijgen om een overeenkomst voor tewerkstelling van studenten te sluiten. Op die manier zouden de betrokkenen kunnen genieten van een regime met verminderde sociale bijdragen.

Jeugdlonen

De hervorming van de startersbanen zal zich richten op de brutolonen en geen impact hebben op de nettolonen van de jongeren.

Archivering elektronische arbeidsovereenkomsten

In navolging van het advies nr. 1.985 van de NAR en in samenwerking met de minister van Sociale Zaken, zal onderzocht worden op welke manier de archivering van elektronische arbeidsovereenkomsten het best georganiseerd wordt.

De autonome medewerker

In grote lijnen zou een autonome medewerker een werknemer zijn die een contract uitvoert, in ruil voor loon en investering in ontwikkelingskansen, en waarbij in onderling akkoord de te behalen doelstellingen en resultaten worden vastgelegd.

Bij de uitvoering van deze opdracht bepaalt de autonome medewerker – binnen de in onderling overleg vastgelegde contouren en budgetten – van waaruit, wanneer en hoe hij/zij deze opdracht vervult. De doelstellingen en/of resultaten dienen eenvoudig, eenduidig, controleerbaar en realistisch te zijn.

Mobiliteitsbudget

Tegen april 2017 zal een kader worden uitgewerkt waarbinnen werknemers in wiens loonpakket een bedrijfswagen (met of zonder tankkaart) vervat zit, kunnen kiezen om, met het akkoord van hun werkgever, de bedrijfswagen (en desgevallend de tankkaart) om te zetten in een mobiliteitsbudget of in de vorm van een bijkomend nettoloon.

Strijd tegen sociale fraude

Detachering

De handhavingsrichtlijn 2014/67/EU is omgezet naar Belgisch recht. De definitie van detachering is verduidelijkt en een aantal nieuwe controlemaatregelen zijn voorzien, die de inspectiediensten meer slagkracht zullen geven.

In het kader van het mobiliteitspakket (‘mobility package’) is een ontwerp van richtlijn tot wijziging van de detacheringsrichtlijn (96/71/EG) voorgelegd. De voorgestelde wijzigingen kunnen een belangrijke stap in de strijd tegen sociale dumping vormen. De doelstelling moet blijven dat iedereen gelijk loon voor gelijk werk krijgt als ze dit werk op dezelfde plaats uitoefenen.

Er moet werk worden gemaakt van betere procedures voor het afleveren, controleren en betwisten van de A1-formulieren, die bewijzen dat een werknemer of een zelfstandige al dan niet sociale bijdragen betaalt in zijn thuisland.

Schijnzelfstandigen

De Arbeidsrelatiewet wordt geëvalueerd met als doel om met een kritische blik te kijken naar de effectiviteit van deze wet, die het onderscheid bepaalt tussen werknemers en zelfstandigen, evenals te onderzoeken welke initiatieven eventueel kunnen genomen worden om de wet verder te optimaliseren.

De volledige beleidsnota kan teruggevonden worden op de website van de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers: www.dekamer.be

Bron: