• nl
Taalkeuze

De RSZ neemt een standpunt in m.b.t. gebruik van utilitaire voertuigen voor verplaatsingen van de woonplaats naar de werkplaats, werf of klant

Categorie: Sociaal   Datum: 9/05/2014

Een werknemer rijdt elke werkdag van zijn eigen woonplaats rechtstreeks naar de werf of naar klanten. Deze werknemer rijdt noch ’s avonds noch tijdens het weekend met deze bedrijfswagen. 

De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) verduidelijkt of in dergelijk geval een CO2-bijdrage verschuldigd is. 

Principe

In beginsel is de CO2-bijdrage verschuldigd door iedere werkgever die aan zijn werknemers een voertuig ter beschikking stelt dat voor andere dan louter beroepsdoeleinden wordt gebruikt (woon-/werkverplaatsing, privégebruik,...). 

Er dient hierbij een onderscheid te worden gemaakt tussen “utilitaire voertuigen” en andere “gewone voertuigen” :

  • Een utilitair voertuig is een voertuig dat valt onder het toepassingsgebied van de CO2-bijdrage (= RSZ) maar dat de fiscus kwalificeert als lichte vracht. 
  • Gewone voertuigen zijn al de andere voertuigen die behoren tot de klasse M1 en N1 (personenauto, auto voor dubbel gebruik, minibus, monovolume/luxueus terreinvoertuig). 

Een voertuig met achterin een passagiersruimte die kan omgevormd worden tot laadruimte is in deze typologie een gewoon voertuig (auto voor dubbel gebruik). Een voertuig met een laadruimte achterin zonder ruiten waarin dus (wettelijk) geen passagiers mogen vervoerd worden, is een utilitair voertuig. 

Verplaatsingen met een utilitair voertuig

De verplaatsingen van de woonplaats naar de werkplaats met een utilitair voertuig worden niet beschouwd als woon-werkverkeer. Het maakt daarbij niet uit of de werknemer het voertuig gebruikt om te gaan werken op zijn bedrijf, op een werf, bij een klant, …., en zelfs niet of hij het ganse jaar ‘s morgens naar eenzelfde plaats rijdt en ’s avonds van die plaats terug naar huis komt, zonder dat hij tijdens de dag zijn voertuig moet gebruiken. 

Voor utilitaire voertuigen wordt het privégebruik niet verondersteld, maar het kan wel steeds vastgesteld worden door de inspectiediensten. Uiteraard moet de werkgever er nauwgezet op toekijken dat er geen privégebruik is bij de niet-utilitaire bedrijfswagens.

Voor utilitaire voertuigen is de CO2-bijdrage in principe niet verschuldigd

Verplaatsingen met een gewoon voertuig (M1 en N1)

We spreken van woon-werkverplaatsingen als de verplaatsingen gebeuren met een gewoon voertuig om zich van zijn woonplaats naar een vaste plaats van tewerkstelling te begeven. Een vaste plaats van tewerkstelling in deze zin beantwoordt aan beide volgende voorwaarden:

  • De werknemer levert effectief prestaties van enige omvang op die plaats (zijn eigen bedrijf, een werf, een klant, …).
  • Het voertuig rijdt tijdens het jaar ten minste 40 dagen naar eenzelfde plaats, ongeacht of deze dagen op elkaar volgen of niet. Van zodra de 40 dagen bereikt zijn op één plaats is de CO2-bijdrage verschuldigd voor het ganse jaar (eventueel beperkt tot de periode dat het voertuig werd ter beschikking gesteld, bv. een tijdens het jaar aangekocht voertuig).

Werknemers die een bedrijfswagen (dat geen utilitair voertuig is) 's avonds mee naar huis nemen opdat zij zich 's morgens rechtstreeks naar de werf of naar een andere locatie kunnen begeven, of die enkel de firma aandoen om materiaal op te halen, opdrachten te ontvangen, ... hebben geen woon-werkverkeer. 

Gaat het bovendien om werknemers die geen vaste plaats van tewerkstelling (niet meer dan 40 dagen op jaarbasis) hebben, niet (regelmatig) tewerkgesteld zijn op de zetel van de onderneming en geen zuivere privé-trajecten met de bedrijfswagen afleggen, dan is de CO2-bijdrage niet verschuldigd

Publicatie

Het standpunt van de RSZ wordt in de Administratieve Instructies voor het 2e kwartaal 2014 opgenomen.

Bron:

  • Administratieve instructies RSZ