• nl
Taalkeuze

Deeltijders kunnen onder bepaalde voorwaarden aanvullende vakantie genieten

Categorie: Sociaal   Datum: 20/09/2013

In het Belgisch Staatsblad van 13 september 2013 verscheen een Koninklijk besluit dat deeltijdse werknemers, onder bepaalde voorwaarden, toelaat om aanvullende vakantie op te nemen. Het betreft een aanvulling op het wettelijk vakantierecht zodat de werknemer kan genieten van jaarlijkse vakantie in verhouding tot het huidig arbeidsstelsel. 

De nieuwe regeling is retroactief van toepassing vanaf 1 januari 2013.

Welke werknemers komen in aanmerking?

Type 1

De deeltijdse werknemer die overschakelt naar een voltijds arbeidsstelsel tijdens het vakantiejaar;

Voorbeeld: een werknemer werkte deeltijds (50% in een 5-dagenstelsel) gedurende het volledige vakantiedienstjaar (2012). Gedurende het vakantiejaar (2013) schakelt de werknemer over op een voltijdse tewerkstelling (100% in een 5-dagenstelsel). De werknemer kan genieten van 10 dagen wettelijke vakantie en 10 dagen aanvullende vakantie.

Type 2

De deeltijdse werknemer die, tijdens het vakantiejaar, zijn arbeidsstelsel verhoogt met ten minste 20% van een voltijds arbeidsstelsel ten opzichte van het gemiddelde van zijn arbeidsstelsel(s) tijdens het vakantiedienstjaar. 

Deze regel geldt voor de toegang tot het stelsel van de aanvullende vakantie van de werknemers voor wie de berekening van de duur van de vakantie ten opzichte van zijn arbeidsstelsel tijdens het vakantiedienstjaar leidt tot een tekort van ten minste vier dagen vakantie om aanspraak te kunnen maken op vier weken vakantie.

Voorbeeld: een werknemer werkte deeltijds (50% in een 5-dagenstelsel) gedurende het volledige vakantiedienstjaar (2012). Gedurende het vakantiejaar (2013) schakelt de werknemer over op een hogere tewerkstellingsbreuk (80% in een 5-dagenstelsel). De werknemer kan genieten van 10 dagen wettelijke vakantie en 6 dagen aanvullende vakantie.

Bijkomende voorwaarden!

  1. Een aanloopperiode van ten minste drie maanden hebben doorlopen.
    Dit wil zeggen werkelijke arbeidsprestaties hebben verricht of een met arbeid gelijkgestelde onderbreking hebben gehad tijdens ten minste drie maanden al dan niet gedurende eenzelfde kalenderjaar, bij een of meerdere werkgevers. 
  2. Vooraleer aanvullende vakantiedagen kunnen worden opgenomen, moeten de wettelijke vakantiedagen zijn opgebruikt.
  3. In geen enkel geval mag de wettelijke (inclusief aanvullende) vakantie vier weken overstijgen.

Bron: 

  • Koninklijk besluit van 30 augustus 2013 tot wijziging van artikel 3bis van het koninklijk besluit van 30 maart 1967 tot bepaling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers, wat het stelsel van de aanvullende vakantie betreft, BS 13 september 2013, 65153.