• nl
Taalkeuze

Doelgroepverminderingen mentor: de recente wijzigingen op een rijtje!

Categorie: RSZ   Datum: 5/04/2013

De doelgroepvermindering voor mentors is een RSZ-lastenverlaging voor werkgevers die opleidingen op de werkvloer organiseren voor jongeren en die daarvoor een werknemer als begeleider inzetten.

De doelgroepvermindering voor mentors was tot voor kort een weinig gekende en toegepaste maatregel. Teneinde de tewerkstelling van jongeren te stimuleren en het behalen van de verplichting om te voorzien in werkplekleerplaatsen à rato van 1% van het volledige personeelsbestand in de privé-sector vanaf 1 januari 2013 (zie Nieuwsflash van 15 maart 2013 en de Nieuwsflash van 4 januari 2013), werden recent heel wat wijzigingen aangebracht aan dit systeem.

Vanaf 1 januari 2013 gelden de volgende aanpassingen:

Verdubbeling van de RSZ-vermindering

Vanaf 1 januari 2013 kan de werkgever - gedurende maximaal 4 kwartalen - een doelgroepvermindering van 800 EUR per kwartaal genieten (i.p.v. vroeger 400 EUR).

Het aantal doelgroepverminderingen is beperkt en afhankelijk van het aantal begeleide personen in de doelgroepen. De wijze waarop het 'aantal begeleide personen' in rekening wordt gebracht is op zijn beurt verschillend voor personen die moeten worden aangegeven in Dimona of Dmfa of niet:

  1. Voor de personen voor wie voor hun stageactiviteiten een Dimona- of Dmfa-aangifte vereist is (erkende leerlingen, IBO'ers, ...):
    • de verbintenis wordt (automatisch) vastgesteld aan de hand van de meegedeelde datum van' in- en uitdiensttreding';
    • een kwartaal waarbij een dergelijke persoon 'in dienst' komt, 'in dienst' is of 'uit dienst' treedt, wordt in aanmerking genomen;
    • het aantal mentors waarvoor het recht kan worden geopend, is 1/5de van de som van het aantal in aanmerking te nemen kwartalen, naar de hogere eenheid afgerond.
  2. Voor personen voor wie de stageactiviteiten geen Dimona- of Dmfa-aangifte vereisen (leerkrachten TSO, cursisten jonger dan 26 jaar uit het volwassenonderwijs, ...):
    • de verbintenis wordt vastgesteld aan de hand van een overeenkomst tussen de participanten;
    • Het aantal mentors waarvoor het recht kan worden geopend, is beperkt tot het laagste resultaat van volgende breuken:
      • (aantal jongeren of leerkrachten)/5 , afgerond naar de hogere eenheid
      • (aantal uren opvolging of opleiding)/400, afgerond naar de lagere eenheid. Indien de overeenkomst geen volledig jaar beslaat, wordt het (aantal kwartalen) x 100 als deler beschouwd.

Het uiteindelijk aantal mentors voor wie de werkgever een vermindering kan aanvragen, is (per kwartaal) de som van de onder punt 1 en punt 2 bekomen totalen.

Vereenvoudiging van het systeem

  • De vereiste van ‘minimum 400 uren per jaar’ en voor ‘maximaal 5 personen uit de doelgroep’ werd opgeheven. Dit heeft tot gevolg dat ‘onder het verzekeren van stages’ en ‘het instaan voor opleiding’ door de mentor wordt verstaan: de begeleiding door een mentor van personen die behoren tot de doelgroep, zonder verdere voorwaarden inzake duur en aantal personen;
  • Het getuigschrift van de opleiding tot mentor kan voortaan ook afgeleverd worden door het sectorfonds;
  • De voorwaarden waaraan een mentoropleiding moet voldoen, worden duidelijk opgenomen in het KB. Er dient sprake te zijn van een opleiding die als doel heeft aan werknemers vaardigheden bij te brengen op het vlak van begeleiding, coaching en opleiding van personen die op de werkvloer een opleiding krijgen en die verschillende technieken aanleert aan de mentor (technieken om een opleidingsplan op te stellen, instructies te geven, afdoende te communiceren, vorderingen op te volgen, feedback te geven, bij te sturen en te evalueren).
  • De verplichtingen van de werkgever om in aanmerking te komen voor de doelgroepvermindering mentors worden vereenvoudigd. Indien er voor de personen uit de doelgroep een Dimona en/of DmfA-aangifte moet gebeuren tijdens hun stage of opleiding bij de werkgever, is deze laatste niet langer verplicht om een specifieke overeenkomst af te sluiten met de inrichter van de opleiding. De overeenkomst van de werkgever wordt namelijk vastgesteld aan de hand van de datum van in- en uitdiensttreding meegedeeld in de Dimona en/of DmfA-aangifte. Voor personen waarvoor er tijdens de stage of opleiding geen aangifte dient te gebeuren, wordt de verbintenis vastgesteld aan de hand van een formele overeenkomst. Het KB wijzigt op een paar punten de voorwaarden waaraan de overeenkomst moet voldoen. Modelovereenkomsten zijn terug te vinden op de website van de FOD WASO.

Samengevat: Om als mentor te kunnen worden beschouwd, moet de werknemer:

  • een beroepservaring van minstens 5 jaar in het beroep kunnen voorleggen dat geheel of gedeeltelijk aangeleerd wordt in het kader van de stage of opleiding, en
  • in het bezit zijn van een getuigschrift 'mentor' uitgereikt door de bevoegde Gemeenschap, door een door de bevoegde Gemeenschap erkende instantie of door een door de Gemeenschap of door het bevoegd sectorfonds ingerichte of erkende opleidings- of onderwijsverstrekker.

De “doelgroepen” die de mentor kan begeleiden

Zowel de werkgevers uit de openbare als uit de private sector kunnen deze doelgroepvermindering genieten als zij zich ertoe verbinden stages op te volgen of opleidingen te organiseren via daartoe opgeleide 'mentors', voor volgende doelgroepen:

  • leerlingen of leraren uit het voltijds secundair technisch en beroepsonderwijs of deeltijds onderwijs;
  • werkzoekenden jonger dan 26 jaar die een beroepsopleiding volgen, zoals bedoeld in artikel 27, 6°, van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering (o.a. IBO'ers);
  • werkzoekenden in een instapstage;
  • cursisten jonger dan 26 jaar uit het volwassenenonderwijs;
  • cursisten jonger dan 26 jaar die een door de bevoegde Gemeenschap erkende opleiding volgen, in het kader van de overeenkomsten die worden gesloten met respectievelijk ofwel de onderwijs- of vormingsinstellingen, ofwel de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling of de beroepsopleiding.

De mentoropleiding in het kader van educatief verlof

De laatste aanpassing situeert zich in het feit dat een werknemer die een mentoropleiding volgt, dit voortaan kan doen in het kader van educatief verlof.

In principe moet een opleiding minstens 32 lesuren tellen om in aanmerking te komen voor betaald educatief verlof. Deze minimumduur van 32 lesuren geldt NIET voor een mentoropleiding.

Bron:

  • Koninklijk besluit van 11 februari 2013 tot wijziging van de herstelwet houdende sociale bepalingen van 22 januari 1985, wat betreft de lijst van opleidingen die in aanmerking komen voor de toekenning van het betaald educatief verlof en tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 juli 1985 tot uitvoering van afdeling 6 - toekenning van betaald educatief verlof in het kader van de voortdurende vorming van de werknemers - van hoofdstuk IV van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, BS 25 maart 2013, 18484;
  • Koninklijk Besluit van 11 februari 2013 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de socialezekerheidsbijdragen, BS 11 maart 2013, 14311;
  • Koninklijk Besluit van 24 januari 2013 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen, BS 4 februari 2013, 5542.
  • Website RSZ: mentors en Tussentijdse instructies 14 maart 2013
  • Nieuwsflash van 15 maart 2013 en Nieuwsflash van 15 februari 2013