• nl
Taalkeuze

Eenheidsstatuut: Activering van de ontslagen werknemers

Categorie: Eenheidsstatuut   Datum: 12/07/2013

Bij het uitwerken van de nieuwe ontslagregeling wordt er gesteund op twee pijlers:

Pijler 2

Een ontslag mag niet louter meer bestaan uit een financiële compensatie voor het verlies van de tewerkstelling maar moet, vanaf 1 januari 2014, eveneens bestaan uit een doorgedreven begeleiding van de werknemer naar een nieuwe tewerkstelling.

Het compromisvoorstel voorziet in twee pistes die evenwel ook nog verder uitgewerkt moeten worden in wetteksten.

Uitbreiding van het outplacement

De huidige bepalingen inzake outplacement (CAO nr. 82) blijven bestaan maar worden veralgemeend tot werknemers ontslagen vanaf het begonnen zevende jaar anciënniteit

Ingeval van betaling van een opzegvergoeding

De outplacementkost (ter waarde van 4 weken loon) zal deel uitmaken van de opzegvergoeding voor werknemers die recht hebben op een vergoeding van meer dan 6 maanden.  

Voorbeeld: Werknemer wordt ontslaan met een opzegvergoeding van 7 maanden loon:

  • 6 maanden opzegvergoeding te betalen door de werkgever
  • 4 weken outplacement

Ingeval van het presteren van een opzegtermijn

Voor werknemers die een opzegtermijn moeten presteren van minstens 7 maanden, moet het outplacement opgenomen worden in de wettelijke dagen sollicitatieverlof.

Maatregelen inzake de inzetbaarheid van de werknemers

Sectoren kunnen specifieke maatregelen uitwerken met betrekking tot de opzegtermijn of opzegvergoeding:

  • 2/3 van de opzegtermijn of opzegvergoeding moet gepresteerd of betaald worden, met een minimum van 6 maanden opzeg of vergoeding;
  • 1/3 van de opzegtermijn of opzegvergoeding kan door de sectoren vrij ingevuld worden met maatregelen die de inzetbaarheid van de werknemer op de arbeidsmarkt verhogen.

De sectoren hebben 5 jaar de tijd (i.e. tot eind 2018) om bepaalde maatregelen uit te werken. 

Sectoren kunnen zelf bepalen welke maatregelen nuttig of gunstig zijn rekening houdend met de sectoreigen kenmerken. Zo kan bepaald worden dat 1/3 van de opzegtermijn sowieso moet bestaan uit de betaling van een opzegvergoeding (en 2/3 te presteren opzeg), of uit het volgen van een bepaalde opleiding, enz. 

De sociale partners zullen een parafiscale regeling uitwerken voor ondernemingen die gebruik maken van deze maatregelen. Op deze manier hoopt men de werkgever en de werknemers aan te zetten maatregelen inzake inzetbaarheid te nemen. 

Deze sectorale maatregelen en inspanningen zullen na 5 jaar geëvalueerd worden.

Ook hieromtrent zal verdere verduidelijking moeten komen aan de hand van wetteksten.

Bron:

  • Finaal compromisvoorstel van de Minster van Werk