• nl
Taalkeuze

Eenheidsstatuut: Compensatie voor de hogere ontslagkost

Categorie: Eenheidsstatuut   Datum: 12/07/2013

De nieuwe ontslagregeling voor werknemers zal voor een aantal ondernemingen in een hogere ontslagkost resulteren. In het compromisvoorstel worden een aantal suggesties gedaan om de impact van de kostenverhoging te milderen.

Opmerking: Deze voorstellen moeten nog verder uitgewerkt worden door de sociale partners en vastgelegd worden in wetteksten. 

Sectorale complementen

Er zal onderzocht worden of de sectorale complementen die betaald worden bovenop werkloosheidsuitkeringen of gelijkaardige complementen die tot doel hebben de bestaanszekerheid van de werknemer na ontslag te waarborgen, deel kunnen uitmaken van de opzegtermijn of de opzegvergoeding.

De ontslaguitkering ten laste van de RVA

Sinds 1 januari 2012 hebben de arbeiders – bovenop de opzegtermijn of opzegvergoeding – recht op een ontslaguitkering volledig ten laste van de RVA (de vroegere “crisispremie”). Het bedrag van de ontslaguitkering varieert naargelang de arbeider al dan niet verbonden is met een arbeidsovereenkomst op 1 januari 2012 (zie onze Nota “IPA 2011-2012” – link).

Het budget dat voorzien wordt voor de uitbetaling van deze ontslaguitkeringen zou aangewend kunnen worden om de hogere ontslagkost te compenseren.

Het huidige stelsel van ontslaguitkeringen heeft immers een uitdovende werking. De regeling zal nog van toepassing zijn bij het ontslag van werknemers die voor de inwerkingtreding van de nieuwe ontslagregels behoorden tot het statuut arbeider en die geen recht hebben op compensatie (zie Nieuwsbrief van 15 juli 2013). 

Het budget dat geleidelijk vrijkomt zal zo gericht mogelijk aangewend worden ter compensatie van de werkgevers die een kostenverhoging kennen door de nieuwe ontslagregels. 

Opmerking: Er moet nog gekeken worden of deze werkwijze in de praktijk ook effectief zal kunnen worden gerealiseerd aangezien Europa verbiedt staatssteun toe te kennen aan sectoren. 

Modulering van de bijdragen van de werkgevers voor de interbedrijfsgeneeskundige diensten

De sociale partners zullen een regeling uitwerken die voorziet in een compensatie via de bijdragen die de werkgevers betalen aan een interbedrijfsgeneeskundige dienst.

Bijkomende bijdragen aan het Sluitingsfonds

Reeds in het kader van het IPA 2011-2012 werd voorzien dat een werkgever die overgaat tot het ontslag van een bediende met een bruto jaarloon van meer dan 61.067 EUR (bedrag voor 2011) gehouden is om aan het Fonds Sluiting van Ondernemingen een bijdrage van 3% te betalen op het ontslagbedrag. 

Deze bijdrage is evenwel nooit in werking getreden omdat het nog wachten was op een koninklijk besluit dat moest bepalen wat precies onder “ontslagbedrag” moet worden begrepen, alsook de modaliteiten en de datum van inwerkingtreding moest vastleggen (zie onze Nota “IPA 2011-2012” – link).

Deze werkwijze wordt opnieuw opgerakeld in het compromisvoorstel. Een werkgever zal een percentage van het te betalen ontslagbedrag aan werknemers met een hoger loon door moeten storten aan het Sluitingsfonds:

  • 1 % op het ontslagbedrag ten laste van de werkgever voor werknemers met een jaarloon hoger dan 44.508 EUR/jaar;
  • 2 % op het ontslagbedrag ten laste van de werkgever voor werknemers met een jaarloon hoger dan 54.508 EUR/jaar;
  • 3 % op het ontslagbedrag ten laste van de werkgever voor werknemers met een jaarloon hoger dan 64.508 EUR/jaar.

De opbrengst van deze bijdragen zou aangewend worden voor de vermindering van de bijdragen die kleinere ondernemingen (ondernemingen die 20 werknemers of minder tewerkstellen) aan het Sluitingsfonds moeten betalen.

Aanleggen van een sociaal passief

De Minister van Werk zal de regering verzoeken om te onderzoeken of er steunmaatregelen kunnen worden uitgewerkt voor ondernemingen voor het aanleggen van een sociaal passief. 

Bedoeling bestaat erin dat er provisies worden aangelegd voor toekomstige ontslagen, waarvoor ook nog een voordeel kan genoten worden in de vennootschapsbelasting. Hiervoor zullen evenwel strikte regels moeten uitgewerkt worden zodat de provisies in verhouding staan tot een potentiële ontslagkost (teneinde misbruiken te vermijden).

Bron:

  • Finaal compromisvoorstel van de Minster van Werk