• nl
Taalkeuze

Eenheidsstatuut: De nieuwe ontslagregeling

Categorie: Eenheidsstatuut   Datum: 12/07/2013

Bij het uitwerken van de nieuwe ontslagregeling wordt er gesteund op twee pijlers:

Pijler 1

Inwerkingtreding nieuwe opzegtermijnen op 1 januari 2014

Vanaf 1 januari 2014 gelden de nieuwe opzegtermijnen voor alle werknemers met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur. Er wordt dus geen onderscheid meer gemaakt tussen arbeiders en bedienden, bestaande en nieuwe arbeidsovereenkomsten. 

Tot dan blijven de oude regels gelden, zie Nieuwsflash van 15 juli 2013.

Met respect voor de reeds opgebouwde rechten - vastkliksysteem

Aangezien de nieuwe regeling van toepassing is op alle werknemers, stelt zich de vraag wat er gebeurt met de reeds opgebouwde anciënniteit. 

Op 31 december 2013 wordt er een “foto” genomen van de anciënniteit van de arbeiders en bedienden in de onderneming. De oude ontslagregels worden nog toegepast op deze reeds verworven anciënniteit. M.a.w. de reeds verworven opzegtermijnen worden vastgeklikt op basis van de oude ontslagregels

Vanaf 1 januari 2014 worden de nieuwe ontslagregels toegepast, naast deze reeds verworven opzegtermijnen.

Omdat de oude opzegtermijnen van de arbeiders korter zijn, wordt er bovendien een correctie toegepast voor de arbeiders bovenop het vastkliksysteem.

Doel van de correctie: een arbeider (rechten opgebouwd onder het oude systeem) gelijke ontslagrechten garanderen die een werknemer met dezelfde anciënniteit zal opbouwen bij een werkgever in het nieuwe systeem.

Het correctiesysteem voor de arbeiders wordt trapsgewijs toegepast over 5 jaar in functie van de anciënniteit van de arbeider: 

Anciënniteit Toepassing correctiesysteem
Minstens 30 jaar anciënniteit Vanaf publicatiedatum – nog te bepalen
Minstens 20 jaar anciënniteit 01.01.2014
Minstens 15 jaar anciënniteit 01.01.2015
Minstens 10 jaar anciënniteit 01.01.2016
Andere 01.01.2017

De kost voor het vastkliksysteem en de correctie voor arbeiders wordt verdeeld tussen de werkgevers en de regering/solidariteit:

  • De kost voor het vastkliksysteem onder de oude regels is ten laste van de werkgever;
  • De kost voor de correctie tussen de oude regels en de nieuwe regels zal niet ten laste vallen van de werkgever. Er zal een systeem uitgewerkt worden waarbij deze meerkost ten laste zal vallen van de regering of gefinancierd zal worden via de solidariteit onder werknemers.

Zolang er geen correctie wordt toegepast, zal de arbeider blijven genieten van de ontslaguitkering ten laste van de RVA (de vroegere crisispremie).

De nieuwe ontslagregeling: geleidelijke opbouw van de opzeg

Vanaf 1 januari 2014 worden de nieuwe ontslagregels toegepast bij de beëindiging van alle arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde duur.

De nieuwe regeling bevat interprofessionele MAXIMUM termijnen waarvan slechts uitzonderlijk en voor welbepaalde activiteiten zal kunnen worden afgeweken (zie hierna). 

  • Eerste 4 jaar anciënniteit: geleidelijke opbouw van de ontslagrechten
    Opmerking: Tijdens de eerste 3 jaar van de tewerkstelling zijn de nieuwe opzegtermijnen lager dan de oude opzegtermijn voor de lagere bedienden (i.e. 3 maanden per begonnen schijf van 5 jaar anciënniteit)
  • Vanaf het 5de jaar anciënniteit: opbouw van 3 weken opzeg per kalenderjaar  
  • Vanaf 20 jaar anciënniteit geldt er een plafond van 62 weken opzeg
  • Vanaf 21 jaar anciënniteit: opbouw van 1 week opzeg per jaar anciënniteit
Jaren anciënniteit Opzeg
0 – 3 maanden
Eerste kwartaal
2 weken
3 – 6 maanden
Tweede kwartaal
4 weken
6 – 9 maanden
Derde kwartaal
6 weken
9 – 12 maanden
Vierde kwartaal
7 weken
12 – 15 maanden
Vijfde kwartaal
8 weken
15 – 18 maanden
Zesde kwartaal
9 weken
18 -21 maanden
Zevende kwartaal
10 weken
21 -24 maanden
Achtste kwartaal
11 weken
Vanaf 2 jaar 12 weken
Vanaf 3 jaar 13 weken
Vanaf 4 jaar
(= start 5de jaar anciënniteit)
15 weken
(+ 3 weken opzeg per kalenderjaar)
Vanaf 5 jaar 18 weken
Vanaf 6 jaar 21 weken
Vanaf 7 jaar 24 weken
Vanaf 8 jaar 27 weken
Vanaf 9 jaar 30 weken
Vanaf 10 jaar 33 weken
Vanaf 11 jaar 36 weken
Vanaf 12 jaar 39 weken
Vanaf 13 jaar 42 weken
Vanaf 14 jaar 45 weken
Vanaf 15 jaar 48 weken
Vanaf 16 jaar 51 weken
Vanaf 17 jaar 54 weken
Vanaf 18 jaar 57 weken
Vanaf 19 jaar 60 weken
Vanaf 20 jaar
(= start 21ste jaar anciënniteit)
62 weken
(plafond)
Vanaf 21 jaar 63 weken
(+ 1 week per anciënniteitjaar)
Vanaf 22 jaar 64 weken
Vanaf 23 jaar 65 weken
Vanaf 24 jaar 66 weken
Enz. + 1 week per jaar

Uitzonderingen op de nieuwe ontslagregeling

Bij de verdere uitwerking van het compromisvoorstel in wetteksten, zullen de sociale partners generieke criteria bepalen om bepaalde activiteiten (het voorstel spreekt niet van “sectoren”) uit te sluiten van de nieuwe regeling. Op deze activiteiten zullen de opzegtermijnen van CAO nr. 75 van toepassing blijven (zonder dat deze de maximumtermijnen van de nieuwe ontslagregeling mogen overschrijden). 

Als “activiteiten” worden momenteel naar voor geschoven: de mobiele en tijdelijke werkplaatsen. 

Meer duidelijkheid hieromtrent moet nog komen. 

Bron:

  • Finaal compromisvoorstel van de Minster van Werk