• nl
Taalkeuze

Enkele aandachtspunten bij het naderen van het jaareinde!

Categorie: Sociaal   Datum: 21/11/2014

Naar aanleiding van het naderen van het jaareinde, dient u even aandacht te besteden aan de niet-opgenomen inhaalrust voor overuren, niet-opgenomen arbeidsduurverminderingsdagen (ADV-dagen), niet-opgenomen vakantiedagen of niet-opgenomen (vervangings)feestdagen. 

Op 31 december van een kalenderjaar loopt immers in heel wat sectoren en ondernemingen de referteperiode af voor het naleven van de gemiddelde arbeidsduur, veelal vastgelegd op gemiddeld 38 uur per week. De gemiddelde wekelijkse arbeidsduur dient in principe per trimester te worden nageleefd, maar heel wat sectoren of ondernemingen hebben deze referteperiode verlengd tot een jaar (via een KB, een CAO of het arbeidsreglement). 

Voor de wettelijke vakantiedagen en de 10 wettelijke feestdagen geldt eveneens dat deze dienen te worden opgenomen per kalenderjaar. 

Hierna worden de aandachtspunten m.b.t. deze problematiek in het kader van de jaarovergang kort toegelicht. 

Overuren en inhaalrust 

Overuren zijn per definitie uitzonderlijke prestaties en als werkgever moet men er over waken dat er geen overuren worden gepresteerd. Worden toch overuren gepresteerd, dan moet binnen de referentieperiode (trimester of jaar) inhaalrust worden toegekend. Ook wanneer overuren op het einde van het jaar worden gepresteerd, dient de inhaalrust tijdig opgenomen te worden. Op 1 januari 2015 moeten werknemers in principe zonder overuren starten. 

In een beperkt aantal wettelijk vastgelegde situaties kan er worden afgeweken van de hierboven besproken regel en kan het voorkomen dat de werknemer op 31 december 2014 nog een aantal overuren niet heeft ingehaald. Het gaat om:

  1. Overuren omwille van overwerk bij de eigen werkgever om het hoofd te bieden aan een voorgekomen of dreigend ongeval of omwille van dringende arbeid aan machines of materiaal: deze moeten helemaal niet ingehaald worden.
  2. Overuren omwille van een buitengewone vermeerdering van werk of bij werkzaamheden voor rekening van derden omwille van een ongeval of een dringende herstelling aan machines of materiaal: deze kunnen ten belope van 65 uren ingehaald worden tijdens het eerste trimester van 2015. 
  3. Overuren naar aanleiding van de opmaak van inventarissen en balansen: deze moeten binnen de 13 weken (volgend op het einde van de referteperiode) gerecupereerd worden. 
  4. Overuren ten gevolge van een buitengewone vermeerdering van werk en bij onvoorziene noodzakelijkheid: voor deze overuren kan de werknemer verzaken aan inhaalrust en kiezen voor betaling van het normale loon én de overloontoeslag. Deze mogelijkheid is beperkt tot maximaal 91 uur per kalenderjaar, maar kan verhoogd worden tot 130 of 143 uur.

Indien overuren worden gepresteerd die niet onder de hierboven vermelde situaties vallen, zal de werkgever er moeten op toezien dat inhaalrust wordt toegestaan vóór 1 januari 2015. Hier gelden dus geen uitzonderingen op de algemene regel inzake inhaalrust binnen de referentieperiode!

Een bijzondere situatie ontstaat wanneer een werknemer geen inhaalrust kan opnemen omwille van arbeidsongeschiktheid. Hervat de werknemer het werk, dan moet inhaalrust binnen de drie maanden na de werkhervatting opgenomen worden. Duurt de arbeidsongeschiktheid langer dan zes maanden, dan worden de overuren uitbetaald.

Niet-opgenomen ADV-dagen

In de wetgeving is niets voorzien met betrekking tot de ADV-dagen. Daarom is het steeds aangeraden om de modaliteiten met betrekking tot de toekenning en opname ervan in de onderneming vast te leggen. 

Het meest logische en het meest praktische is dat er wordt bepaald dat de ADV-dagen waarop de werknemer recht heeft, worden opgenomen binnen het kalenderjaar.

Niet-opgenomen vakantiedagen

Een werknemer moet al zijn vakantiedagen opnemen vóór het einde van het jaar. Dit betekent dat de wettelijke vakantiedagen niet overdraagbaar zijn naar het volgend jaar. 

Indien een werknemer een deel van zijn vakantiedagen niet kan opnemen wegens een reden onafhankelijk van zijn wil (bv. ziekte bij het einde van het jaar), dan zal de werkgever verplicht zijn om de niet-opgenomen dagen te vergoeden in de vorm van enkel (en eventueel dubbel) vakantiegeld.

Kiest de bediende zelf om niet alle vakantiedagen op te nemen, dan heeft hij geen recht om de uitbetaling te eisen van de niet-opgenomen vakantiedagen. De werkgever kan echter altijd beslissen deze dagen toch uit te betalen en zo de werkijver van de bediende te belonen. Het aldus betaalde vakantiegeld is een brutobedrag onderworpen aan RSZ-bijdragen en aan bedrijfsvoorheffing.

Niet-opgenomen vervangingsfeestdagen

Elke vervangingsfeestdag waarop de werknemer recht heeft, moet worden opgenomen binnen het jaar. Dit is impliciet af te leiden uit artikel 1 van het KB feestdagen dat stelt dat wanneer één of meer feestdagen worden vervangen, deze vervangingen jaarlijks niet mogen leiden tot de verplichting om voor een kleiner aantal feestdagen loon uit te betalen. 

Heeft de werknemer daarentegen prestaties geleverd op een feestdag, dan heeft hij recht op betaalde inhaalrust. Deze inhaalrust moet in principe binnen de 6 weken worden opgenomen en dus niet noodzakelijk vóór het einde van het jaar.

Bron:

  • Arbeidswet van 16 maart 1971, BS 30 maart 1971.