• nl
Taalkeuze

Erkende platforms voor deeleconomie gekend!

Categorie: Sociaal   Datum: 12/05/2017
De programmawet van 1 juli 2016 voorzag in een specifieke behandeling van de inkomsten uit de deeleconomie. Het gaat om heel uiteenlopende situaties waarin een belastigingsplichtige particulier diensten levert zoals het onderhouden van een tuin en het herstellen van kledij aan een andere particulier door tussenkomst van een online platform dat erkend is of georganiseerd wordt door de overheid.

Voorwaarden fiscaal gunstige behandeling

Een bijzonder fiscaal gunstig regime werd voorzien voor situaties waarin een particulier, die niet in het kader van zijn beroepswerkzaamheid handelt, een dienst aan een andere particulier levert door tussenkomst van een elektronisch platform dat erkend of georganiseerd is door de overheid. De loutere verhuur (zonder geleverde diensten) geniet niet van dit fiscaal regime.

De inkomsten uit diensten die zo'n particulier, die niet in het kader van zijn beroepswerkzaamheid handelt, aan een andere particulier levert, worden fiscaal voordelig behandeld als de volgende voorwaarden vervuld zijn:
  • de diensten worden enkel aan particulieren geleverd die niet in het kader van hun beroepswerkzaamheid handelen;
  • de diensten worden uitsluitend verricht in het kader van overeenkomsten die tot stand zijn gebracht door tussenkomst van een elektronisch platform dat door de overheid is erkend of georganiseerd;
  • die inkomsten zijn enkel betaald door dit platform of door tussenkomst ervan.
Deze voordelige behandeling is enkel van toepassing als het brutobedrag van de inkomsten in het belastbaar tijdperk of in het vorige belastbare tijdperk niet meer bedraagt dan 5.000 EUR.
Indien deze grens wordt overschreden, zullen alle inkomsten uit deze prestaties geacht worden beroepsinkomsten te zijn.

Fiscale behandeling

Bovenvermelde inkomsten zijn belastbaar tegen een aanslagvoet van 20%, na aftrek van een kostenforfait van 50%. Er is dus maar een nettodruk van 10%.

Indien er één globale vergoeding voor het totale pakket gevraagd wordt, waarbij in de overeenkomst geen afzonderlijke prijs voor de diensten uit de deeleconomie bepaald is, dan moet er een bedrijfsvoorheffing van 2% op het brutobedrag ingehouden worden.
De vennootschappen of vzw’s waarbinnen de erkende platformen zijn ingericht, zijn bedrijfsvoorheffing verschuldigd over de inkomsten uit diensten die zij betalen aan de dienstverrichters in het kader van de nieuwe belastingregeling van de deeleconomie.

Erkenning elektronische platforms

Ten gevolge van de publicatie van de voorwaarden waaraan de elektronische platforms moeten voldoen, werden nu acht platforms erkend.
Hier kan u meer informatie terugvinden over de erkenning van de elektronische platforms.

Op de website van Fisconetplus, werden reeds een aantal FAQ’s hierover gepubliceerd.

Bron:

  • KB 26 april 2017 tot erkenning van een elektronisch platform van deeleconomie, BS 8 mei 2017, 55247.
  • KB 26 april 2017 tot erkenning van een elektronisch platform van deeleconomie, BS 8 mei 2017, 55247.
  • KB 26 april 2017 tot erkenning van een elektronisch platform van deeleconomie, BS 8 mei 2017, 55249
  • FAQ’s -Deeleconomie