• nl
Taalkeuze

Gewijzigde voorwaarden voor opeenvolgende dagcontracten bij uitzendarbeid

Datum: 10/08/2018

Vanaf 1 oktober 2018 zullen een aantal voorwaarden wijzigen wanneer er gebruik gemaakt wordt van opeenvolgende dagcontracten bij uitzendarbeid.

In 2013 werd hieromtrent reeds een reglementair kader opgesteld. Zo moet er onder meer steeds een informatie- en raadplegingsprocedure worden gerespecteerd, alsook moet er sprake zijn van een duidelijke nood aan flexibiliteit. Een onderneming moet aldus bij gebruik van opeenvolgende dagcontracten steeds kunnen aantonen dat het personeel flexibel moet kunnen worden ingezet om economische redenen.

Hieronder worden de belangrijkste wijzigingen aan dit reglementair kader besproken.

Nood aan flexibiliteit uitgelegd

Er wordt vanaf heden duidelijker bepaald wat er verstaan moet worden onder “nood aan flexibiliteit”. Zo moet de gebruiker (werkgever) bewijzen dat diens werkvolume afhankelijk is van externe factoren, of dat het werkvolume sterk fluctueert of dat deze gekoppeld is aan de aard van de opdracht.

Verstrenging van de informatieverstrekking en raadpleging

Er wordt grondiger uitgelegd hoe de informatieverstrekking en de raadpleging van de werknemersvertegenwoordigers moet verlopen. Zo moet er bij het begin van elk semester gedetailleerde informatie worden verstrekt over het aantal opeenvolgende dagcontracten in het voorgaande semester en het betrokken aantal tewerkgestelde uitzendkrachten. Daarnaast dient ook een rapportering plaats te vinden over de nood aan flexibiliteit. Hiervoor kan desgevallend een modeldocument worden aangewend die als bijlage bij de cao nr. 108/2 kan worden teruggevonden.

De eerstvolgende verplichte semestriële informatieverstrekking zal betrekking dienen te hebben op het vierde kwartaal 2018 en moet plaatshebben bij het begin van het eerste semester van 2019. Indien er geen ondernemingsraad of vakbondsafvaardiging bestaat binnen uw onderneming moet deze informatie door het uitzendkantoor aan het FBZ voor de uitzendkrachten worden bezorgd.

Evaluatie van het gebruik van opeenvolgende dagcontracten

Om het gebruik van de opeenvolgende dagcontracten te kunnen controleren wordt tot slot voorzien in een trimestriële schriftelijke rapportering van de RSZ-gegevens aan de Nationale Arbeidsraad.  Op deze manier kunnen de Sociale Partners nagaan of het gebruik van opeenvolgende dagcontracten al dan niet afneemt.

De Sociale Partners willen hiermee voornamelijk het oneigenlijk gebruik van opeenvolgende dagcontracten verder verhinderen. Er wordt hierbij benadrukt dat het gebruik van opeenvolgende dagcontracten steeds de uitzondering op de regel blijft.

Bron:

  • CAO nr. 108/2 tot aanpassing van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 108 van 16 juli 2013 betreffende de tijdelijke arbeid en de uitzendarbeid.