• nl
Taalkeuze

Kritiek op nieuwe voorstellen aanvullend pensioen van minister Bacquelaine blijft niet uit!

Categorie: Sociaal   Datum: 11/11/2016

Minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine (MR) eist dat vanaf 2018 een deel van de loonsverhogingen naar het aanvullend pensioen kan gaan. Op die manier wordt aan een werknemer de keuze gegeven een deel van zijn loon op vrijwillige basis in een pensioenplan te storten. Werknemers mogen dan zelf beslissen hoeveel de werkgever daarvoor mag inhouden van hun loon. Volgens de minister volstaat het wettelijk pensioen alleen immers niet meer voor een financieel onbezorgde oude dag...

Achterliggende gedachte

Op heden vormt de tweede pensioenpijler een aanvulling op het wettelijk pensioen (= eerste pijler). Zowat twee derde van de loontrekkenden in de privésector krijgt al zo'n aanvullend pensioen via zijn werkgever. Bedrijven sluiten daarvoor ofwel een groepsverzekering af of sluiten zich aan bij een pensioenfonds.

Dat extralegaal of aanvullend pensioen wordt deels betaald door de werknemers zelf, maar vooral door de werkgevers. De wet bepaalt zelfs dat werkgevers tekorten moeten bijpassen als verzekeraars te weinig rendement bieden.
Naast de tweede pensioenpijler bestaat er ook nog een derde pensioenpijler, namelijk het bijkomend pensioensparen op individuele basis.

Op heden wordt het recht op een aanvullend pensioen (= tweede pijler ) geregeld door de Wet betreffende de aanvullende pensioenen (WAP), aangenomen in 2003 door de toenmalig minister Frank Vandenbroucke. Het is aan deze wet dat Minister Bacquelaine een aantal aanpassingen wenst aan te brengen om zo een beter antwoord te bieden op de realiteit van de pensioenen. De contouren en limieten van deze aanpassingen moeten evenwel nog verder worden uitgetekend.
Het eventueel toekomstige recht van de werknemer om vrij een aanvullend pensioen op te bouwen heeft evenwel niet als doel de tweede pensioenpijler opgebouwd op collectieve basis (d.w.z. op het niveau van de ondernemingen en de sectoren) te vervangen. De hervormingen die de minister op het oog heeft beogen in essentie een bijkomend middel aan te bieden aan heel wat werknemers voor wie de werkgever of de sector geen aanvullend pensioen voorziet, om ook hen toe te laten zelf een aanvullend pensioen op te bouwen.
Het vrij aanvullend pensioen voor de werknemers zou op die manier een bijkomend middel uitmaken om de tweede pensioenpijler te democratiseren en te versterken, aldus de minister.

Voer voor de Sociale Partners

Het is de jaarlijkse taak van de vakbonden en de werkgeversorganisaties om in de Groep van Tien uit te maken hoe sterk de lonen mogen stijgen bovenop de automatische loonindex. De minister van Pensioenen Bacquelaine benadrukt het belang van de Sociale Partners in deze en vraagt om dit gegeven zeker mee te nemen in de nakende onderhandelingen. De Sociale Partners zouden met andere woorden de loonmarge deels moeten besteden aan hogere bijdragen voor het aanvullend pensioen in plaats van aan onmiddellijke loonsverhogingen.

Kritiek vanuit de Academische Raad

Het voorstel inzake een aanvullend pensioen voor werknemers wordt evenwel niet bepaald met open armen onthaald. “Individuele beleggingen aanmoedigen hoort niet thuis in een pensioenstrategie”, vindt de Academische Raad voor het Pensioenbeleid onder leiding van gewezen minister van pensioenen Frank Vandenbroucke. Dergelijke regeling zou volgens de Raad haaks staan op de essentie van de pensioenen, namelijk dat de risico’s gedeeld worden. Individuele risico’s en sociale ongelijkheid zullen zienderogen toenemen.
Vandenbroucke vult daarbij nog aan dat dit systeem zodanig voordelig zou zijn voor werkgevers, dat een terechte vrees ontstaat dat de tweede pensioenpijler stilaan zal verdwijnen van zodra verzekeraars dit ook individueel zullen aanbieden. “Als je naar zo’n individueel pensioensysteem gaat wordt het ieder voor zich en dit is fataal voor risicodeling.”

Bron :