• nl
Taalkeuze

Modernisering arbeidsduur: treedt in werking vanaf 1 oktober 2013

Categorie: Sociaal   Datum: 20/09/2013

In de Nieuwsflash van 5 april 2013 en de Nieuwsflash van 30 augustus 2013 werd u reeds bericht omtrent de nieuwe maatregelen die de overheid heeft genomen in het kader van de modernisering van de arbeidsduur. 

Deze maatregelen impliceren onder meer de mogelijkheid tot een verhoging van:

  • de interne grens van de arbeidsduur die in de loop van een referteperiode moet worden nageleefd (verder ‘interne grens’ genoemd).
Niveau Vroegere max. grens Nieuwe max. grens Referteperiode
Algemeen (wet) 65 uren 78 uren
91 uren
Kwartaal
Jaar
Onderneming (of sector) 130 uren 130 uren Kwartaal tot 1 jaar
Enkel sector 130 uren 143 uren Kwartaal tot 1 jaar
  • het quotum overuren (gepresteerd overeenkomstig artikel 25 of artikel 26, §1, 3° van de Arbeidswet van 16 maart 1971) waarvoor de werknemer kan afzien van inhaalrust (verder ‘het quotum’ genoemd).
Niveau Vroegere max. grens Nieuwe max. grens
Algemeen (wet) 65 uren 91 uren
Onderneming (of sector) 130 uren 130 uren
Enkel sector 130 uren 143 uren

Deze nieuwigheden werden voorzien in de wet van 17 augustus 2013 maar het was tot nu toe nog wachten op een Koninklijk besluit dat uitvoering geeft aan deze wet. In het Belgisch Staatsblad van 19 september 2013 werd het uitvoeringsbesluit gepubliceerd. 

De datum van inwerkingtreding van de nieuwe bepalingen werd vastgesteld op 1 oktober 2013.

Hoe deze verhoging invoeren?

Het Koninklijk besluit geeft een beschrijving van de procedures die moeten worden gevolgd om een verhoging van bovengenoemde grenzen te bekomen. Dezelfde procedure is van toepassing voor zowel een verhoging van de interne grens als voor de verhoging van het quotum overuren waarvoor de werknemer kan afzien van inhaalrust. Hieronder een korte toelichting.

Algemene verhoging vanaf 1 oktober 2013

De verhoging van de interne grens van 65 naar 78 (of 91) uren is wettelijk voorzien. Dit is ook het geval voor de verhoging van het quotum waarvoor de werknemer kan kiezen om de overuren te laten uitbetalen (van 65 naar 91). Als onderneming hoeft u in die zin dus niets te ondernemen. De verhoging is automatisch van toepassing vanaf 1 oktober 2013.

Om te verhogen naar 130 of 143 moet een bepaalde procedure worden gevolgd. De nieuwe regelgeving maakt een onderscheid tussen een eerste fase en een tweede fase.

Eerste fase

In de eerste fase wordt voorzien: 

  • Verhoging van de interne grens van de arbeidsduur die in de loop van een referteperiode moet worden nageleefd van 78 (of 91) tot maximum 130 uren.
  • De verhoging van het quotum overuren waarvoor de werknemer kan afzien van de inhaalrust van 91 tot maximum 130 uren.
Verhoging Van Naar
Interne grens 78 of 91 130
Quotum 91 130

STAP 1 - Tot 1 april 2014 ligt de bal in het kamp van de sectoren

De bovenbeschreven verhogingen dienen in eerste instantie te worden vastgesteld door een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten (CAO) in een paritair orgaan. Deze overeenkomst kan de nadere regelen en voorwaarden van deze verhogingen vaststellen. Zij kan eveneens deze beslissing tot verhoging geheel of gedeeltelijk overdragen aan een akkoord gesloten op ondernemingsvlak.

Wordt er bij binnen het paritaire comité geen CAO afgesloten én neergelegd vóór 1 april 2014 dan kan de onderneming zelf in voornoemde verhogingen voorzien.

STAP 2 - Vanaf 1 april 2014 krijgen ondernemingen de kans om de verhogingen te voorzien indien de betrokken sector geen CAO heeft gesloten.

Indien er in de onderneming een vakbondsafvaardiging bestaat worden de hierboven bedoelde verhogingen vastgesteld op basis van een CAO gesloten op ondernemingsvlak.

De bepalingen van deze CAO worden (voor zover noodzakelijk) automatisch ingevoegd in het arbeidsreglement.

Is er geen vakbondsafvaardiging in de onderneming dan bestaat de keuze tussen het afsluiten van een CAO (getekend door minstens één vakbondssecretaris) of het wijzigen van het arbeidsreglement. 

In dat laatste geval dient de procedure tot wijziging van het arbeidsreglement te worden gevolgd. 

Let wel: bij gebrek aan opmerkingen op het opmerkingenregister verzendt de werkgever na afloop van de termijn van 15 dagen, het ontwerp van wijziging van het arbeidsreglement en het register van opmerkingen naar de voorzitter van het paritair orgaan. 

Het paritair orgaan spreekt zich binnen de twee maanden vanaf de verzending uit over de overeenstemming met de wet van het ontwerp. Het arbeidsreglement wordt als gewijzigd beschouwd vanaf de ontvangst van de beslissing tot overeenstemming van het paritair orgaan. Werden wel opmerkingen geregistreerd dan is een bijzondere procedure van toepassing.

Tweede fase

In de tweede fase wordt voorzien: 

  • Verhoging van de interne grens van de arbeidsduur die in de loop van een referteperiode moet worden nageleefd van 130 uren tot maximum 143 uren.
  • De verhoging van het quotum overuren waarvoor de werknemer kan afzien van de inhaalrust van 130 tot maximum 143 uren.
Verhoging Van Naar
Interne grens 130 143
Quotum 130 143

Deze verhogingen moeten worden vastgesteld door een CAO gesloten in een paritair orgaan. Deze overeenkomst stelt dan de nadere regelen en de voorwaarden van de verhogingen vast.

Het paritair comité kan echter beslissen om de verhoging(en) geheel of gedeeltelijk over te dragen aan een akkoord gesloten op ondernemingsvlak.

Bron: 

  • Wet van 17 augustus 2013 betreffende de modernisering van het arbeidsrecht en houdende diverse bepalingen,  BS 29 augustus 2013, 56888.
  • Koninklijk besluit van 11 september 2013 tot vaststelling van de onderhandelingsprocedures voor het verhogen van de interne grens van de arbeidsduur die in de loop van een referteperiode moet worden nageleefd en van het quotum overuren waarvoor de werknemer kan afzien van de inhaalrust in toepassing van artikel 26bis, §1bis en §2bis, van de arbeidswet van 16 maart 1971, BS 19 september 2013, 66625.