• nl
Taalkeuze

NAR stelt alternatief voor de vereenvoudiging DECAVA voor

Categorie: RSZ   Datum: 11/10/2013

De DECAVA-regeling heeft betrekking op de RSZ-bijdragen en inhoudingen die verschuldigd zijn op het stelsel SWT (voorheen: brugpensioenen), SWAV (voorheen: Canada Dry) en op aanvullende vergoedingen bij sommige socialezekerheidsuitkeringen (zoals tijdskrediet bij oudere werknemers).

In een advies van 17 juli 2012 had de NAR een aantal voorstellen geformuleerd om de toepassing van de DECAVA-regeling te vereenvoudigen (zie ook Nieuwsflash van 3 augustus 2012). De RSZ stootte echter op een aantal toepassingsproblemen ten gevolge van die vereenvoudigingsvoorstellen en stelde zelf een aantal wijzigingen voor. Met die wijzigingen kon de NAR dan weer niet akkoord gaan, omdat zij die wijzigingen te complex achtten. Daarom heeft de RSZ opnieuw een vereenvoudigd voorstel ingediend. De NAR geeft op zijn beurt in het advies van 24 september 2013 een aantal randopmerkingen met betrekking tot dit vereenvoudigd voorstel van de RSZ. 

Meerdere debiteuren

In het alternatief voorstel blijven de algemene uitgangspunten van voorheen behouden, zoals het afschaffen van het begrip “hoofddebiteur”. Bij meerdere debiteuren zou voortaan het uitgangspunt gelden dat de derde (b.v. Fonds) de normale werknemersinhouding berekent met inachtneming van de drempels en dat de werkgever de inhouding berekent zonder rekening te houden met de drempels. Uitzonderingen blijven echter mogelijk.

Kapitalisatie van de aanvullende vergoeding

Er wordt voorgesteld om een nieuwe formule toe te passen en 22% op de aanvullende vergoeding in te houden, dit zowel bij volledige kapitalisaties als bij gedeeltelijke kapitalisaties. Men merkt op dat de inhouding van 22% op de aanvullende vergoeding overeenkomt met de inhouding van 6,5% op de totaliteit van het inkomen (wat moet worden toegepast in alle andere gevallen). 

Gegevensstromen gezinssituatie

Voor het communiceren van een wijziging in de gezinslast van de betrokken werknemer, stelt de NAR  dat hiervoor maar één gegevensstroom wordt opgezet via de DmfA. Zijn er verschillen in de gegevens van de RSZ en de RVA, dan moet de debiteur (werkgever of fonds) hiervan verwittigd worden (via een notificatie). Omdat de kwaliteit van de door te geven gegevens niet optimaal is, is de NAR van oordeel dat tussen de RSZ en de RVA eerst moet worden bekeken op welke manier dit kan worden verbeterd. 

Bron: