• nl
Taalkeuze

Nieuwe bedrijfsvoorheffingplicht voor niet inwoners - vangnetbepaling

Categorie: Fiscaal   Datum: 22/03/2013

Door de wet ‘houdende fiscale en financiële bepalingen’ werden een aantal wijzigingen doorgevoerd met betrekking tot de belasting voor niet-inwoners. Hierbij werd er een ‘vangnetbepaling’ ingevoerd. 

Vanaf 1 januari 2013 kunnen de beroepsinkomsten die toegekend worden door een Belgische inwoner of een Belgische vennootschap/inrichting aan niet-inwoners en die niet belast worden door een bepaling in het Belgische interne recht, belast worden in België. Belgische ondernemingen die zulke beroepsinkomsten toekennen aan niet-rijksinwoners zullen voortaan dus bedrijfsvoorheffing moeten inhouden. Hiervoor diende er een aanpassing te gebeuren aan bijlage III. Deze aanpassing is nu gebeurd waardoor de bedrijfsvoorheffing kan toegepast worden op de inkomsten betaald vanaf 1 maart 2013.

Voorheen: vangnetbepaling - dubbelbelastingverdragen

Dubbelbelastingverdragen leggen de voorwaarden vast waaronder de bronstaat van de inkomsten de heffingsbevoegdheid mag uitoefenen. Concreet betekent dit dat België (als de heffingsbevoegdheid wordt toegekend op basis van een dubbelbelastingverdrag) enkel belasting mag heffen indien het Belgisch recht bepaalt dat dit inkomensbestanddeel belastbaar is in de belasting van de niet-inwoners.

Artikel 228, §1 en §2 WIB bepaalt welke inkomsten belastbaar zijn in de Belgische belasting van de niet-inwoners. Omdat in het verleden de mogelijkheid bestond dat België heffingsbevoegd werd op basis van een dubbelbelastingverdrag, maar geen belasting kon heffen omdat de inkomsten in België niet belastbaar waren op basis van artikel 228, §1 en §2, werd er in de derde paragraaf een vangnetbepaling toegevoegd om dit hiaat op te vullen. Het toepassingsgebied van deze nieuwe paragraaf is op dit moment echter nog beperkt.

Bevrijdende bedrijfsvoorheffing 

De schuldenaar van de belastbare inkomsten is op basis van deze nieuwe paragraaf bedrijfsvoorheffing verschuldigd. Het KB voorziet een tarief van een bevrijdende bedrijfsvoorheffing van 33%, na aftrek van een forfaitair bedrag voor kosten dat gelijk is aan 50%. Hierdoor  bedraagt de  effectieve belasting 16,5%. 

Bijlage III is hieraan nu aangepast en is van toepassing op de inkomsten die vanaf 1 maart 2013 worden betaald of toegekend.

Bron: 

  • Koninklijk Besluit van 4 maart 2013 tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de bedrijfsvoorheffing, 14043. 
  • Wet van 13 december 2012 houdende fiscale en financiële bepalingen, 86373.