• nl
Taalkeuze

Ontwerp programmawet in de maak: overzicht relevante maatregelen

Categorie: Sociaal   Datum: 20/12/2013

Op 22 november 2013 werd een ontwerp van programmawet (I) neergelegd in de Kamer. Hieronder vindt u een kort overzicht van de belangrijkste bepalingen op sociaal vlak.

Aandacht! 

We willen er voorafgaand op wijzen dat de toelichting hieronder vooralsnog gebaseerd is op een ontwerp programmawet en de hierin vervatte maatregelen bijgevolg nog niet definitief zijn. Zij worden u dan ook op dit ogenblik louter ter info meegegeven.

Doelgroepvermindering 4de en 5de werknemer

Heden bestaat er een doelgroepvermindering voor de eerste 3 aangeworven werknemers. Vanaf 1 januari 2014  zou deze vermindering worden toegekend voor de eerste 5 aanwervingen. In principe zou het voordeel voor de 4de  en 5de  aanwerving hetzelfde zijn als voor de 3de  aanwerving.

De voordelen die worden toegekend in het kader van de doelgroepvermindering eerste aanwervingen zouden vanaf 1 januari 2014 de volgende moeten zijn.

1ste aanwerving 1500 EUR/kwartaal gedurende 5 kwartalen
1000 EUR/kwartaal gedurende de volgende 4 kwartalen
400 EUR/kwartaal gedurende de laatste 4 kwartalen
2de aanwerving 1000 EUR/kwartaal gedurende 5 kwartalen
400 EUR/kwartaal gedurende de 8 volgende kwartalen
3de aanwerving 1000 EUR/kwartaal gedurende 5 kwartalen
400 EUR/kwartaal gedurende de 4 volgende kwartalen
4de aanwerving 1000 EUR/kwartaal gedurende 5 kwartalen
400 EUR/kwartaal gedurende de 4 volgende kwartalen
5de aanwerving 1000 EUR/kwartaal gedurende 5 kwartalen
400 EUR/kwartaal gedurende de 4 volgende kwartalen

Sociaal statuut kunstenaars

Sinds 1 juli 2003 bestaat er een sociaal statuut voor kunstenaars: het “statuut 1bis”. Het ontwerp programmawet (I) lijnt het toepassingsgebied van dit statuut verder af voor de podiumkunstenaars en de scheppende kunstenaars. 

Er wordt in het ontwerp programmawet (I) verduidelijkt dat dit statuut niet kan toegepast worden indien de kunstenaar toch voldoet aan één of verschillende criteria voor het sluiten van een arbeidsovereenkomst. Ook werknemers die bij tussenpozen geen artistieke prestaties leveren kunnen geen gebruik maken van het sociaal statuut. 

De artistieke aard van de prestaties zal voortaan worden aangetoond door het bekomen van een visum kunstenaar dat zal worden afgeleverd door de commissie Kunstenaars. 

Voor meer informatie hieromtrent: zie volgend Nieuwsbericht.

Fiscale maatregelen in relanceplan 2013

Grens lastenverlaging overuren / horeca en werken in onroerende staat verhoogd tot 180 overuren

De horecasector en de sector voor werken in onroerende staat kunnen genieten van een fiscale lastenverlaging voor de eerste 180 overuren. Dit belastingvoordeel geldt momenteel voor de eerste 130 overuren. Voor de horeca treedt de maatregel in werking op 1 januari 2014. Voor werkgevers die werken in onroerende staat verrichten, zal de lastenverlaging in werking treden van zodra het desbetreffende controlesysteem in werking zal treden. Voorlopig wordt dit voorzien op 1 april 2014.

Om te kunnen genieten van deze extra lastenverlaging, moeten de horeca en de sector voor werken in onroerende staat wel een controlesysteem invoeren:

  • Voor de horeca gaat het om de installatie van een geregistreerde kassa;
  • Voor werken in onroerende staat moet een elektronisch systeem van aanwezigheidsregistratie ingevoerd worden.

De lastenverlaging overuren geldt zowel voor werkgevers als werknemers.

Versterking vrijstelling nacht- en ploegenarbeid

Voor de profitsector wordt de bestaande vrijstelling (15,60%) verhoogd met 2,2%.  Vanaf 1 januari 2014 bedraagt de vrijstelling bijgevolg 17,80%.

De definitie van volcontinuarbeid wordt in het Wetboek der Inkomstenbelastingen verankerd. 

Een onderneming die werkt in een volcontinu arbeidssysteem vertoont de volgende kenmerken: 

  • in die ondernemingen wordt het werk verricht door werknemers van categorie 1 voor de berekening van de structurele lastenvermindering;
  • de werknemers werken in minstens 4 ploegen van minstens 2 werknemers, die hetzelfde werk doen zowel qua inhoud als qua omvang en ze moeten een continue bezetting tijdens de hele week en het weekend verzekeren;
  • de ploegen moeten elkaar opvolgen zonder dat er een onderbreking is tussen de opeenvolgende ploegen en zonder dat de overlapping meer bedraagt dan 1/4 van hun dagtaak;
  • de functioneringstijd in deze ondernemingen bedraagt minstens 160 uur op weekbasis. De functioneringstijd is de tijd dat het bedrijf draait.

Versterking fiscale werkbonus

Werknemers met een zeer laag loon die recht hebben op een ‘sociale’ werkbonus kunnen genieten van een fiscale werkbonus. 

De vermindering bedraagt heden 8,95 % van het bedrag van de daadwerkelijk verleende werkbonus. Vanaf 1 april 2014 zou de vermindering verhoogd worden tot 14,40%. 

Start- en stagebonus: verhoging fiscaal voordeel 

De startbonus is een premie voor jongeren die tijdens de leerplicht in het kader van een alternerende opleiding de praktijk aanleren of werkervaring opdoen bij een werkgever. De stagebonus is een premie voor elke werkgever die een jongere opleidt of tewerkstelt in het kader van een opleidings- of arbeidsovereenkomst. 

Naast deze start- en stagebonus kan elke werkgever ook van een fiscaal voordeel genieten.  De werkgever kan zijn belastbare winsten en baten vrijstellen naar rato van 20% van de leervergoedingen of de loonkosten die hij normaliter als beroepskosten mag inbrengen.  Het moet hierbij natuurlijk gaan om leervergoedingen of lonen die hij betaald heeft aan een of meer jongeren voor wie hij in aanmerking kwam voor de startbonus of stagebonus.

Vanaf 1 januari 2014 zal deze vrijstelling verhoogd worden van 20% naar 40%.

Bron:

  • Ontwerp van programmawet (I), Parl. St. Kamer 2010-14, nr. 3147.