• nl
Taalkeuze

Ontwerp van Programmawet - Een eerste lezing

Categorie: Sociaal   Datum: 5/12/2014

Op 28 november 2014 heeft de Regering een ontwerp van programmawet ingediend in de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers. Dit ontwerp dient uitvoering te geven aan een aantal maatregelen voorzien in het Regeerakkoord. 

Omdat de tekst enkele wijzigingen vooropstelt die een impact hebben op de sociaalrechtelijke reglementering, geven wij u een overzicht van de belangrijkste maatregelen dienaangaande. 

Forfaitaire beroepskosten

De forfaitaire aftrek van de beroepskosten in de personenbelasting wordt in twee stappen herzien. Een eerste wijziging is van toepassing vanaf 1 januari 2015. Een tweede wijziging gaat in op 1 januari 2016.

T.e.m. 31 december 2014 Vanaf 1 januari 2015 Vanaf 1 januari 2016
Inkomensschijf (EUR) Percentage Inkomensschijf (EUR) Percentage Inkomensschijf (EUR) Percentage
< 3.750 28,70% < 3.430 34,35% < 3.110 40%
3.750 - 7.449 10% 3.430 - 7.499 12,80% 3.110 - 7.550 15,60%
7.450 - 12.400 5% 7.500 - 11.232,50 4% > 7.550 3%
> 12.400 3% > 11.232,50 3%
 
Geplafonneerd op 2.592,50 EUR Geplafonneerd op 2.671,25 EUR Geplafonneerd op 2.750,00 EUR

Opmerking: Vermelde bedragen zijn niet-geïndexeerde bedragen

De aanpassing van de schalen voor de forfaitaire beroepskosten zal onmiddellijk worden doorgerekend in de bedrijfsvoorheffing.

Aanslag geheim commissieloon

Verdoken meerwinsten die het gevolg zijn van een verwerping van beroepskosten zullen niet meer getaxeerd worden a rato van 300% (bijzondere aanslag “geheim commissieloon”). De afzonderlijke aanslagvoet verliest haar bestraffend karakter en wordt verlaagd van 300% naar 100% of 50% wanneer de verkrijger van het voordeel een rechtspersoon is. Voormelde percentages worden verhoogd met een crisisbelasting van 3%. 

Bevriezing van bepaalde fiscale uitgaven 

Een aantal fiscale uitgaven worden bevroren. Dit wil zeggen dat de geïndexeerde bedragen die gelden voor aanslagjaar 2014 ook zullen gelden voor de aanslagjaren 2015 tot 2018. 

Het gaat onder meer om:

  • de belastingvermindering voor de verwerving van werkgeversaandelen en voor het pensioensparen;
  • de vermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten;
  • de vrijgestelde schijf van inkomsten uit spaardeposito’s, van dividenden van erkende coöperatieve vennootschappen en van interesten of dividenden van vennootschappen met sociaal oogmerk;
  • de fiscale korf voor de belastingvermindering voor het lange termijnsparen en van de eerste schijf van de leningen (aangegaan vanaf 1 januari 2014);
  • de overgedragen belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven;
  • de belastingvermindering voor uitgaven voor een ontwikkelingsfonds;
  • de belastingvermindering voor giften;
  • de belastingvermindering voor huispersoneel, wat het maximumbedrag van de uitgaven betreft waarvoor een belastingvermindering kan worden verleend;
  • de belastingvermindering voor lage energiewoningen, passiefwoningen en nulenergiewoningen en de in aanmerking te nemen uitgaven voor de in een federale belastingvermindering omgezette aftrek voor enige woning.

Er geldt geen “bevriezing” voor het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling (artikelen 201 en 292bis, WIB 92) en voor het grensbedrag voor de trimestriële aangifte en betaling van de bedrijfsvoorheffing (artikel 412, derde lid, WIB 92).

Vanaf aanslagjaar 2019 zullen de bedragen in kwestie opnieuw worden geïndexeerd, evenwel zonder de “bevriezing” voor de aanslagjaren 2015-2018 in te halen.

Vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor ploeg- en nachtarbeid

De verhoging van de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor ploeg- en nachtarbeid die voorzien was in het pact voor competitiviteit, werkgelegenheid en relance (zie Nieuwsflash van 30 mei 2014) wordt met 1 jaar uitgesteld.

Het huidige percentage van de lastenverlaging bedraagt 15,60% van de bruto belastbare bezoldiging van de ploegen- en/of nachtwerkers. Door de wijziging wordt de verhoging als volgt voorzien:

  • T.e.m. 31 december 2015: 15,60%;
  • Vanaf 1 januari 2016: 20,40%;
  • Vanaf 1 januari 2019: 22,80%.

Bovenstaande percentages worden verhoogd met 2,20% voor ondernemingen die met een volcontinu arbeidssysteem werken.

Enkele aanpassingen aan de ziekteverzekeringswet

Focus op re-integratie bij arbeidsongeschiktheid

Teneinde de socio-professionele re-integratie bij arbeidsongeschiktheid te versterken zal er ten laatste drie maanden na de start van de arbeidsongeschiktheid een re-integratieplan en desgevallend een herinschakelingsproject moeten worden opgemaakt. Daarbij dient de focus te worden gelegd op de restcapaciteit van de arbeidsongeschikte. De concrete modaliteiten omtrent het re-integratieplan zullen bij koninklijk besluit worden vastgesteld.

Wijzigingen m.b.t. de uitkering

Voor wat betreft de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen worden drie wijzigingen voorzien:

  • Heden wordt het bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering berekend op basis van het laatste dagloon. Het bedrag van de uitkering zal vanaf medio 2015 berekend worden op basis van een referteperiode van de vier kwartalen die voorafgaan aan het kwartaal waarin de arbeidsongeschiktheid zich voordoet. 
  • Dientengevolge zal de wachttijd, in overeenstemming met de referteperiode, op 12 maanden worden gebracht (nu is dit 6 maanden).
  • Het bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen die werklozen tijdens de eerste 6 maanden van hun primaire arbeidsongeschiktheid ontvangen wordt vanaf 1 januari 2015 geplafonneerd tot het bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering waarop betrokkene recht zou hebben gehad indien hij voor het intreden van zijn arbeidsongeschiktheid niet werkloos maar aan het werk was.

Uitstel verhoging structurele lastenvermindering

De versterking van de structurele lastenvermindering die voorzien was vanaf 1 januari 2015 (zie Nieuwsflash van 30 mei 2014: verhoging van het forfait en van de lageloongrens S0) wordt een jaar uitgesteld. Een grondige hervorming zal in 2016 voorzien worden met als doelstelling een vermindering van het basistarief.

Doelgroepvermindering eerste aanwervingen

De bedragen van de bestaande doelgroepvermindering voor de eerste drie aanwervingen worden verhoogd met 50 EUR vanaf 1 januari 2015. De nieuwe bedragen worden als volgt vastgesteld:

Type doelgroepvermindering Eerste 5 kwartalen
(bedrag per trimester)
Volgende 4 kwartalen
(bedrag per trimester)
Volgende 4
kwartalen
(bedrag per trimester)
1e werknemer 1.550 EUR
(voorheen 1.500 EUR)
1.050 EUR
(voorheen 1.000 EUR)
450 EUR
(voorheen 400 EUR)
2e werknemer 1.050 EUR
(voorheen 1.000 EUR)
450 EUR
(voorheen 400 EUR)
450 EUR
(voorheen 400 EUR)
3e werknemer 1.050 EUR
(voorheen 1.000 EUR)
450 EUR
(voorheen 400 EUR)
0 EUR
4e werknemer 1.000 EUR 400 EUR 0 EUR
5e werknemer 1.000 EUR 400 EUR 0 EUR

Pensioenbonus

De verhoging van het pensioenbedrag van de werknemers (=pensioenbonus) wordt vanaf 1 januari 2015 afgeschaft.

Werknemers die vóór 1 december 2014 ofwel voldoen aan de voorwaarden om aanspraak te maken op het vervroegd rustpensioen voor werknemers ofwel de leeftijd van 65 jaar bereiken en een loopbaan van minstens 40 kalenderjaren kunnen bewijzen, kunnen nog van de pensioenbonus genieten.