• nl
Taalkeuze

Outplacement: einde overgangsregeling op 31/12/2015

Categorie: Sociaal   Datum: 11/12/2015

De werknemer die door de werkgever ontslagen wordt en die recht heeft op een opzeggingsvergoeding die overeenstemt hetzij met de duur van een opzeggingstermijn van minstens 30 weken, hetzij met het resterende gedeelte van die opzeggingstermijn van minstens 30 weken (in het geval de opzeggingstermijn wordt omgezet in een verbreking), kan aanspraak maken op een ontslagpakket, bestaande uit:

  1. Een outplacementbegeleiding van 60 uren ter waarde van 1/12 van het jaarloon van het kalenderjaar dat het ontslag voorafgaat, met als minimum 1.800 EUR en als maximum 5.500 EUR. Bij deeltijders wordt een herleiding volgens de tewerkstellingsbreuk toegepast. Deze begeleiding wordt gewaardeerd op 4 weken loon;
  2. Een opzeggingsvergoeding (die overeenstemt met hetzij de duur van een opzeggingstermijn van minstens 30 weken, hetzij met het resterende gedeelte van die termijn) waarop 4 weken loon (= 4 weken opzeggingsvergoeding) in mindering wordt gebracht voor de waarde van outplacementbegeleiding.

Tot en met 31 december 2015 kan de werknemer, wiens arbeidsovereenkomst is verbroken met een opzeggingsvergoeding, het outplacementaanbod weigeren en toch zijn volledige opzeggingsvergoeding ontvangen. Enkel wanneer de ontslagen werknemer het outplacementaanbod van de werkgever aanvaardt, zullen 4 weken loon in mindering worden gebracht van hetgeen de werknemer ontvangt als opzeggingsvergoeding.

Vanaf 1 januari 2016 zal de werknemer nog steeds niet verplicht zijn om in te gaan op het aanbod, maar zal hij wel de 4 weken opzeggingsvergoeding verliezen.

Bron:

  • Art. 11/12, Wet van 5 september 2001 tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers, BS 15 september 2001, 30941.