• nl
Taalkeuze

PC 111.03 - Metaal monteren van bruggen en metalen gebinten: Nationaal Akkoord 2017-2018

Categorie: Sectoraal   Datum: 27/10/2017

Op 15 mei 2017 werd door de sociale partners van het Paritair Comité voor metaal (PC 111.03), voor de ondernemingen welke bruggen en metalen gebinten monteren, een akkoord ondertekend waarin een aantal afspraken werden vastgelegd met betrekking tot de loon- en arbeidsvoorwaarden voor de periode 2017 - 2018.

Het nieuwe akkoord heeft uitwerking vanaf 1 januari 2017 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2018, tenzij anders bepaald in de tekst van het akkoord.

Hieronder vindt u alvast een overzicht terug van de belangrijkste bepalingen.

Koopkracht

Verhoging van de basisuurlonen en de effectieve uurlonen

Met ingang van 1 juli 2017 worden de minimum en maximum basisuurlonen, alsook de minimum en maximum effectieve uurlonen verhoogd met 1,1 %.

Verhoging van de werkelijke bruto uurlonen en premies

Met ingang van 1 juli 2017 worden de werkelijke bruto uurlonen en de niet in procent uitgedrukte ploegen- en productiepremies met 1,1 % verhoogd, behalve in bedrijven waar een alternatieve ondernemingsenveloppe is voorzien vóór 30 juni 2017 (of verlengd tot 30 september 2017).

Onder de in te vullen maximale loonmarge worden zowel de effectieve bruto uurlonen (met inbegrip van de eindejaarspremies, de ploegenpremies, het overloon, enz.) als de bijhorende sociale zekerheidsbijdragen en andere sociale lasten verstaan.

In ondernemingen met een vakbondsafvaardiging dient een dergelijk alternatief in twee stappen te worden vastgelegd:

  • Voorafgaandelijk dienen zowel de werkgever als alle in de vakbondsafvaardiging onderneming vertegenwoordigde werknemersorganisaties akkoord te gaan met een bedrijfseigen besteding van de enveloppe. In ondernemingen met meerdere zetels wordt de beslissing genomen op groepsniveau.
  • Wanneer men kiest voor een alternatief, dan moet bovenstaand overleg ten laatste op 30 juni 2017 leiden tot een cao.

Tijdens de eerste stap kunnen de partijen ook overeenkomen, vóór 30 juni 2017, om de termijn van overleg te verlengen tot uiterlijk 30 september 2017. De gemaakte afspraken moeten in ieder geval ingaan vanaf 1 juli 2017.

In ondernemingen zonder vakbondsafvaardiging dient de cao ondertekend te worden door alle in de regionale paritaire sectie vertegenwoordigde vakbonden.

Ecocheques

Op ondernemingsniveau kan men kiezen voor een alternatieve en equivalente besteding van de ecocheques voor onbepaalde duur. De waarde van dit gelijkwaardig voordeel mag niet meer bedragen dan 250 EUR per jaar, per arbeider. Hierin zijn de kosten en werkgeverslasten inbegrepen, behalve de administratieve kosten.

De procedure die doorlopen moet worden voor het invoeren van de alternatieve besteding van de ecocheques is dezelfde als de procedure voor de onderhandeling van de ondernemingsenveloppe. Indien vóór 30 juni 2017 geen ondernemingsoverleg heeft plaatsgevonden omtrent de alternatieve besteding van de ecocheques (of indien het overleg op ondernemingsvlak tegen 30 juni 2017 of in voorkomend geval tegen 30 september 2017 niet uitmondt in een collectieve arbeidsovereenkomst) dan blijven de ecocheques van kracht.

Eindejaarspremie

Vanaf 1 juli 2017 wordt de eindejaarspremie pro rata toegekend aan alle arbeiders wiens arbeidsovereenkomst beëindigd wordt, ongeacht de wijze van beëindiging (behalve ingeval van dringende reden in hoofde van de werknemer). In geval van opzegging door de arbeider, gebeurt de pro rata toekenning voor zover hij 1 jaar of meer anciënniteit in de onderneming heeft.

Vanaf de eindejaarspremie van 2018 zal de referteperiode met één maand vervroegen, zo loopt deze van 1 december tot en met 30 november. De betaling zal dan ook gebeuren in de maand december in plaats van januari.

Sociaal Fonds

Verhoging aanvullende vergoedingen FBZMN  

Vergoeding Bedrag vanaf 1 juli 2017
Aanvullende vergoeding bij tijdelijke werkloosheid
  • 11,55 EUR per werkloosheidsuitkering
  • 5,77 EUR per halve werkloosheidsuitkering
Aanvullende vergoeding bij volledige werkloosheid
  • 5,92 EUR per werkloosheidsuitkering
  • 2,96 EUR per halve werkloosheidsuitkering
Aanvullende vergoeding voor oudere werklozen & SWT
  • 78,54 EUR per werkloosheidsuitkering
  • 39,27 EUR per halve werkloosheidsuitkering
Aanvullende vergoeding bij arbeidsongeschiktheid & arbeidsongeschiktheid voor oudere zieken
  • 89,25 EUR per RIZIV-uitkering
  • 44,63 EUR per halve RIZIV-uitkering

De duurtijd van toekenning wordt verlengd naar 14 maanden (voor arbeidsongeschiktheid vanaf 1 juli 2016).

Bijdrage FBZMN

Op 1 juli 2017 wordt de bijdrage aan het FBZMN bestemd voor het aanvullend pensioen verhoogd met 0,10 %. Deze bijdrage is vanaf 1 juli 2017 opgetrokken naar 2,5929 %.

Voor de ondernemingen die een vrijstelling hebben voor het betalen van de bijdrage, geldt een afzonderlijke regeling.

De globale bijdrage voor financiering van de werking van het fonds wordt verminderd tot 0,66 %.

De bijdrage SWT van bepaalde duur (tot 30/06/2017) van 0,03 % voor financiering van SWT vanaf 57 jaar wordt niet meer verlengd.

Vorming en opleiding

Het overleg om de opleidingsfondsen naar loopbaanfondsen te transformeren zal verdergezet worden.

Opleidingsinspanning

Om de doelstelling van gemiddeld 5 opleidingsdagen per jaar per voltijdse arbeider te realiseren, wordt het volgende overeengekomen:

Het toekennen van 3,5 dagen per jaar en per tewerkgesteld voltijdse equivalent blijft behouden tot eind 2017. In 2018 zal er een verhoging gebeuren tot 4 dagen. Tegen 2020 zal dit evolueren naar 5 dagen per jaar per tewerkgesteld voltijdse equivalent.

Het individueel opleidingsrecht van 2 werkdagen per 2 kalenderjaren blijft behouden.

In 2017 zal het gebruik van een digitaal opleidings-cv gefinaliseerd worden.

Opleidingsplan

Ondernemingen die verplicht zijn een opleidingsplan op te stellen, moeten in het aanvraagformulier verduidelijken dat het plan voor advies werd voorgelegd aan de ondernemingsraad (of bij afwezigheid de vakbondsafvaardiging).

Risicogroepen

De afspraken inzake risicogroepen worden verlengd.

Tijdskrediet en eindeloopbaan

Tijdskrediet en loopbaanvermindering

Vanaf 1 juli 2017 wordt het recht op halftijds of voltijds tijdskrediet met motief zorg uitgebreid tot 51 maanden.

Voor arbeiders die hun prestaties in het kader van een landingsbaan wensen te verminderen met 1/5de of 1/2de, blijft de leeftijdsvoorwaarde om recht te hebben op uitkeringen behouden op 55 jaar.

Ook voor arbeiders met recht op een landingsbaan zonder uitkering blijven de voorwaarden gelijk, nl. vanaf 50 jaar met een loopbaan van 28 jaar.

Stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT)

Voor de periode 2017-2018 zijn onderstaande stelsels van werkloosheid met bedrijfstoeslag van toepassing:

  • SWT 58 jaar (2017) en 59 jaar (2018) mits 40 jaar loopbaan;
  • SWT 58 jaar (2017) en 59 jaar (2018) mits 33 jaar loopbaan waarvan 20 jaar nachtarbeid;
  • SWT 58 jaar (2017) en 59 jaar (2018) mits 33 jaar loopbaan, gewerkt hebben in een zwaar beroep en een anciënniteit van min. 10 jaar in dezelfde onderneming;
  • SWT 58 jaar (2017) en 59 jaar (2018) mits 35 jaar loopbaan en gewerkt hebben in een zwaar beroep;
  • Ook medisch SWT (58 jaar mits 35 jaar beroepsverleden) is mogelijk weliswaar zonder sectorale cao.

Arbeidstijd en flexibiliteit

Inhaalrust

De bestaande sectorale bepalingen m.b.t. de interne grens en inhaalrust worden verlengd.

De periode van 3 maanden waarin inhaalrust moet worden toegekend is verlengd naar 12 maanden. De periode waarin inhaalrust voor zondagwerk moet worden toegekend is verlengd naar 13 weken.

Werkzekerheid

Meervoudig ontslag

Tijdens de periode 2017 – 2018 mag er niet overgegaan worden tot meervoudig ontslag vooraleer alle andere tewerkstellingsbehoudende maatregelen zijn uitgeput. Dit kan gaan over opleidingstrajecten, tijdelijke werkloosheid, arbeidsherverdeling en tijdskrediet. De werkgever moet een overzicht van het gevoerde investeringsbeleid van de voorbije 3 jaar kunnen voorleggen.

Onder meervoudig ontslag verstaat men elk ontslag (met uitzondering van ontslag om dringende redenen), dat in de loop van een periode van zestig kalenderdagen een aantal werklieden treft dat tenminste 10 % bedraagt van het gemiddeld werkliedenbestand van het kalenderjaar dat het ontslag voorafgaat, met een minimum van drie werklieden voor ondernemingen van minder dan 30 werklieden.

Ook ontslagen ingeval van een sluiting vallen onder deze bepaling.

Volgende procedure moet gevolgd worden indien men toch wenst over te gaan tot meervoudig ontslag:

  • Indien men meerdere werknemers wenst te ontslaan moet de werkgever de ondernemingsraad (of bij afwezigheid de syndicale delegatie) inlichten.
    Als er geen ondernemingsraad of syndicale delegatie bestaat, licht hij voorafgaandelijk schriftelijk en tegelijkertijd zowel de betrokken arbeiders individueel in alsook de voorzitter van het nationaal paritair comité.
  • Binnen de 15 kalenderdagen na de informatie aan de arbeidersvertegenwoordigers starten de besprekingen op ondernemingsniveau over de te nemen maatregelen. Indien er hieruit geen oplossing volgt, dan wordt binnen de 8 kalenderdagen na het vaststellen van een niet-akkoord op ondernemingsvlak, een beroep gedaan op een verzoeningsbureau op initiatief van de meest gerede partij.
  • Indien er geen ondernemingsraad of syndicale delegatie bestaat in de onderneming kan, binnen de 15 kalenderdagen na de informatie aan de arbeiders en aan de voorzitter van het paritair comité, dezelfde overlegprocedure worden ingeleid op initiatief van de vakbondsorganisaties die de arbeiders vertegenwoordigen.

Bij niet-naleving van deze procedure moet, naast de normale opzeggingstermijn, een schadevergoeding gelijk aan de helft van het loon voor de opzeggingstermijn betaald worden aan de arbeider.

Bron:

  • CAO 15 mei 2017 (nr. 140176), Nationaal akkoord (2017 – 2018)