• nl
Taalkeuze

PC 118 - Sociale programmatie 2013/2014 in de voedingsnijverheid

Categorie: Sectoraal   Datum: 14/02/2014

Verhoging van premies en vergoedingen

Vanaf 1 januari 2014 worden een aantal vergoedingen en premies aangepast. Hieronder een overzicht.

VERGOEDING Huidig bedrag Vanaf 01/01/2014
Ploegenpremies (*) Ochtend 0,45 EUR 0,47 EUR
Namiddag 0,51 EUR 0,53 EUR
Nachtpremie 1,80 EUR 1,86 EUR
Kledijvergoeding Ter beschikking stellen 3,48 EUR 3,60 EUR
Onderhoud 4,11 EUR 4,25 EUR
Aanvullende vergoeding
 tijdelijke werkloosheid
Eerste 5 dagen 6,96 EUR 7,20 EUR
Na 5 dagen 9,92 EUR 10,27 EUR
Aanvullende vergoeding werkloosheid na ontslag   5,59 EUR 5,79 EUR
Aanvullende vergoeding na beëindiging arbeidsovereenkomst wegens medische overmacht   10 EUR 10,35 EUR
Aanvullende vergoeding
langdurige ziekte
  6,65 EUR 6,88 EUR

(*) Deze aanpassing geldt niet voor de bakkerijen, de banketbakkerijen die verse producten vervaardigen voor onmiddellijke consumptie met beperkte houdbaarheid en verbruikszalen bij een banketbakkerij.

Eindejaarspremies

De huidige 4 verschillende cao’s inzake de eindejaarspremie binnen de voedingsnijverheid worden geharmoniseerd tot 1 enkele cao op basis van volgende principes vanaf 1 januari 2014:

  • Recht op eindejaarspremie na 1 maand dienst;
  • Gelijkstellingen op basis van de wetgeving inzake jaarlijkse vakantie;
  • Een maand waarin de betrokken arbeider in dienst is getreden uiterlijk de 15de of nog steeds in dienst was na de 15de geeft recht op 1/12de eindejaarspremie;
  • Ogenblik van betaling: vóór 25 december;
  • Geen recht bij vrijwillig vertrek in het eerste jaar dienst of in geval van ontslag om dringende reden.

Sectoraal pensioenplan

Vanaf 1 januari 2014 verhoogt de bijdrage met 0,22% naar 1,65% van de brutolonen (x 108%).

Vanaf 1 januari 2014 worden de solidariteitsprestaties als volgt vastgelegd:

  • Overlijden: 2000 EUR eenmalig
  • Arbeidsongeschiktheid: 200 EUR eenmalig
  • Economische werkloosheid: 0,75 EUR per dag

Stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT)

De partijen zullen de bestaande collectieve arbeidsovereenkomsten inzake SWT verlengen:

  • Tot 31 december 2014 voor SWT vanaf 58 jaar
  • Tot 31 december 2015 voor SWT vanaf 58 jaar voor arbeiders tewerkgesteld in het kader van een zwaar beroep
  • Tot 31 december 2015 voor SWT vanaf 56 jaar mits loopbaan van 40 jaar
  • Tot 31 december 2014 voor SWT vanaf 56 jaar met 20 jaar nachtprestaties en 33 jaar loopbaan

Voor SWT’s dewelke een aanvang nemen na 1 januari 2014 worden enkele wijzigingen voorzien in de modaliteiten tot tussenkomst van het sociaal fonds in de bedrijfstoeslag. 

Tijdskrediet

De lopende sectorale collectieve arbeidsovereenkomsten inzake tijdskrediet zullen worden aangepast aan de bepalingen van de algemene CAO nr. 103 van 27 juni 2012 gesloten in de NAR.

Met ingang van 1 december 2013 zal de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 april 2005 betreffende een aanvullende vergoeding in geval van tijdskrediet ook het recht voorzien op de vermindering van de arbeidsprestaties met 1/5de vanaf de leeftijd van 50 jaar op basis van een beroepsloopbaan van 28 jaar.

Eindeloopbaandagen

Vanaf 1 januari 2014 worden eindeloopbaandagen ingevoerd. Werknemers die voldoen aan de loopbaan- en leeftijdsvoorwaarden voor de sectorale regelingen SWT en die verder blijven werken hebben recht op: 

  • 3 eindeloopbaandagen per jaar vanaf 56 jaar
  • 6 eindeloopbaandagen per jaar vanaf 58 jaar

(*) Deze aanpassing geldt niet voor de bakkerijen, de banketbakkerijen die verse producten vervaardigen voor onmiddellijke consumptie me beperkte houdbaarheid en verbruikszalen bij een banketbakkerij.

Klein verlet

Wijzigingen inzake klein verlet met ingang vanaf 1 december 2013:

  • Huwelijk van de werknemer: 3 dagen
  • Overlijden van de echtgenoot, een kind van de werknemer of van zijn echtgenoot, de (schoon)vader, (schoon)moeder, stiefvader of moeder van de werknemer: 5 dagen op te nemen binnen de 6 maand vanaf de dag van het overlijden

Overstap van zwaar naar licht werk

Herinnering aan de aanbeveling nr. 20 van de NAR van 9 juli 2008 om oudere werknemers aan het werk te houden door hen lichter werk aan te bieden.

Permanente vorming

De partijen komen overeen om de vormingsinspanningen te verhogen.

De werkgever dient vanaf 1 januari 2013 de inspanningen inzake vorming op jaarbasis te verhogen tot 1,20% van het totaal volume van de gepresteerde arbeidstijd. Vanaf 1 januari 2014 wordt dit percentage op 1,30% gebracht.

Om deze doelstelling te bereiken , dienen alle ondernemingen met 20 werknemers of meer vanaf 1 januari 2014 een opleidingsplan op te stellen. De sociale partners zullen een sectoraal model van opleidingsplan uitwerken. 

Voor ondernemingen met minder dan 20 werknemers zullen de sociale partners nadenken over specifieke projecten voor kleinere ondernemingen.

Uitzendarbeid

De partijen zullen een collectieve arbeidsovereenkomst afsluiten inzake de omkadering van de uitzendarbeid in de sector.

Deze cao zal volgende maatregelen bevatten:

  • Driemaandelijkse evaluatie over het gebruik van uitzendkrachten;
  • Afsluiten dagcontracten enkel nog na overleg overeenkomstig artikel 34 van cao nr. 108 NAR. 

Modernisering arbeidsrecht

De interne grens van de arbeidsduur die in de loop van de referteperiode moet worden nageleefd en het quotum overuren waarvoor de arbeider kan afzien van de inhaalrust kan op vlak van de onderneming worden verhoogd mits naleving van de volgende procedure:

  • Indien er een vakbondsafvaardiging bestaat worden de verhogingen vastgesteld door een CAO ondertekend door alle vertegenwoordigde organisaties van de vakbond.
  • Indien er geen vakbondsafvaardiging bestaat, worden de verhogingen vastgesteld door: 
    • Een ondernemingscao waarvan een kopie wordt gestuurd naar het Paritair Comité
    • Aanpassing van het arbeidsreglement waarvan een kopie zal gestuurd worden naar het Paritair Comité

Bron:

  • CAO 25 november 2013 – sociale programmatie 2013/2014