• nl
Taalkeuze

PC 124 - Bouw: wijzigingen

Categorie: Sectoraal   Datum: 25/09/2015

Op 25 juni 2015 werden tussen de sociale partners van het Paritair Comité voor het Bouwbedrijf (PC 124) een aantal CAO’s ondertekend met betrekking tot de terugbetaling van het gewaarborgd loon, het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) en het nieuwe systeem van ingroeibanen, alsook nog enkele wijzigingen van bestaande afspraken.

De afspraken die in deze CAO’s zijn vastgelegd hebben uitwerking vanaf 1 januari 2015 en houden op van kracht te zijn op 31 december 2016, tenzij anders bepaald in de tekst van de CAO’s.

Hieronder vindt u een overzicht van de belangrijkste bepalingen.

Wijziging bedrag terugbetaling gewaarborgd loon ziekte

Zoals voorheen kunnen ondernemingen met minder dan 20 werknemers in dienst op 30 juni van het voorgaande jaar het gewaarborgd loon dat zij bij ziekte aan hun arbeiders uitbetalen recupereren bij een Patronale Vereveningsdienst.

Met ingang van 1 juli 2015 wordt deze terugbetaling – voorheen aan 100% - evenwel teruggebracht tot 94,81% van het gewaarborgd loon.

De andere voorwaarden voor een terugbetaling blijven ongewijzigd, wat inhoudt dat de werkgever het originele medische attest van de arbeider binnen de 5 werkdagen, te tellen vanaf de begindatum van de ziekte, aan de vereveningsdienst dient te bezorgen.

Bovenstaande wijziging treedt in werking op 1 juli 2015, voor alle ziektes met een aanvangsdatum na 30 juni 2015, en geldt voor onbepaalde tijd.

Eindeloopbaan

SWT algemeen vanaf 60 jaar

Met ingang van 1 januari 2015 wordt de algemene leeftijd voor toetreding tot het stelsel van voltijdse werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) vastgeklikt op 60 jaar (voorheen 58 jaar).

Deze leeftijdsvoorwaarde geldt voor een periode van drie jaar, tot en met 31 december 2017, en is gekoppeld aan de algemene loopbaanvoorwaarden van 40 jaar voor mannen en 31, 32 en 33 jaar voor vrouwen, respectievelijk in 2015, 2016 en 2017.

SWT mits attest ongeschiktheid vanaf 58 jaar

Daarenboven werd ook het stelsel van voltijds SWT mits attest ongeschiktheid Bouw herzien. Voor de periode 2015 - 2016 gelden met name volgende voorwaarden:

  • de leeftijd van 58 jaar (voorheen 56 jaar) bereikt hebben tijdens de looptijd van de CAO en op het ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst;
  • in het bezit zijn van een attest van de arbeidsgeneesheer waarin de ongeschiktheid tot voorzetting van de beroepsactiviteit wordt bevestigd;
  • aanspraak kunnen maken op een werkloosheidsuitkering;
  • ten minste 15 jaar beroepsloopbaan in de bouwsector kunnen bewijzen;
  • een beroepsloopbaan van minstens 33 jaar als loontrekkende kunnen bewijzen;
  • alle niet-toegelaten beroepsactiviteiten stopzetten;
  • minimum 7 legitimatiekaarten “rechthebbende” ontvangen hebben in de 15 jaren voorafgaand aan de inactiviteitsstelling, waarbij “Legimatiekaarten door gelijkstelling” niet in aanmerking worden genomen. 

SWT mits loopbaan 40 jaar vanaf 56 jaar (2015) of 58 jaar (2016)

Tot slot blijft ook het stelsel van voltijds SWT mits loopbaan van 40 jaar behouden, waarbij evenwel een onderscheid wordt gemaakt op basis van de datum waarop het ontslag wordt betekend:

  • indien het ontslag in 2015 plaatsvindt dient de arbeider uiterlijk op 31 december 2015 én op het ogenblik van het einde van de arbeidsovereenkomst de leeftijd van 56 jaar te hebben bereikt en moet hij bovendien een beroepsloopbaan van minstens 40 jaar kunnen bewijzen;
  • indien het ontslag in 2016 plaatsvindt dient de arbeider uiterlijk op 31 december 2016 én op het ogenblik van het einde van de arbeidsovereenkomst de leeftijd van 58 jaar te hebben bereikt en moet hij bovendien een beroepsloopbaan van minstens 40 jaar kunnen bewijzen. 

Ingroeibanen Bouw

Met het oog op een verdere ondersteuning en de bevordering van de tewerkstelling van jongeren werd door de sociale partners een systeem van ingroeibanen uitgewerkt.

Toepassingsgebied

Deze nieuwe regeling mikt op arbeiders jonger dan 26 jaar, die niet langer onderworpen zijn aan de leerplicht, met een voltijdse arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur in dienst genomen worden en voorheen niet langer dan 12 maanden tewerkgesteld waren in de bouwsector. 

Dergelijke jonge arbeiders zullen voor een periode van 18 maanden, aan te vangen vanaf het begin van de arbeidsovereenkomst, aan een geschoolde arbeider in de onderneming worden toevertrouwd, die daarbij optreedt als ‘peter’ en in die hoedanigheid instaat voor de praktische opleiding van de jonge arbeider.

Loon

Het loon van de jonge arbeider wordt daarbij als volgt vastgelegd:

  • jongeren met een bouwopleiding krijgen een loon op basis van categorie IA;
  • jongeren zonder bouwopleiding krijgen een loon op basis van categorie I.

De begeleider

De begeleidende arbeider dient een door het Fonds voor Vakopleiding (FVB) erkende pedagogische opleiding van minstens 8 uur te hebben gevolgd of moet in het bezit zijn van een ervaringsbewijs of een pedagogisch diploma. Indien er in de onderneming geen geschoolde arbeider is die aan deze voorwaarden voldoet of indien de jonge arbeider de eerste werknemer van de onderneming is, dan kan de rol van ‘peter’ ook door de werkgever worden opgenomen.

Opleiding

De werkgever ziet er in ieder geval op toe dat de jonge arbeider alle vereiste begeleiding en opleiding krijgt om specifieke beroepstechnieken en procedures aan te leren, waarbij ook een aanvullende theoretische opleiding wordt voorzien bij een opleidingscentrum dat is erkend door het FVB.

Uiterlijk op het einde van de 3de maand van de arbeidsovereenkomst bezorgt de werkgever aan het FVB een voorstel van opleidingsprogramma waarbij de opleiding zelf – na een beoordeling van het voorstel door het Fonds – uiterlijk in de 6de maand van de arbeidsovereenkomst wordt gegeven.

Voor de uren theoretische opleiding heeft de jonge arbeider recht op betaling van zijn normale loon. Voor de werkgever geeft de opleiding aanleiding tot de sectorale tussenkomsten in het kader van de bouwopleidingsplannen.