• nl
Taalkeuze

PC 124 Bouwbedrijf : winteropleidingen vanaf 1 december tot 31 maart

Categorie: Sectoraal   Datum: 6/12/2013

Werkgevers uit de bouwsector beschikken over heel wat mogelijkheden om, in samenwerking met het Fonds voor Vakopleiding in de Bouwnijverheid (FVB), aan hun arbeiders specifieke en doelgerichte opleidingen aan te bieden. Indien de opleiding in kwestie werd opgenomen in een bedrijfsopleidingsplan (BOP), voorziet het FVB hierbij overigens ook in een financiële tussenkomst.

Specifiek voor de winterperiode, met name vanaf 1 december tot en met 31 maart, laat het FVB bovendien toe dat arbeiders uit de bouwsector tijdens een periode van tijdelijke werkloosheid wegens slecht weer een winteropleiding volgen, met een bijkomende opleidingspremie voor de werknemer en zonder dat de werkgever voor de uren in kwestie loon verschuldigd is.

De winteropleiding kan in die zin dan ook gezien worden als een win-win situatie, die zowel voor werkgever als werknemer heel wat voordelen biedt!

Hieronder zetten we de voorwaarden en voordelen van het systeem voor u op een rijtje. 

Voorwaarden voor de winteropleiding

  • De winteropleiding is uitsluitend mogelijk tijdens de periode van 1 december tot en met 31 maart ;
  • De arbeiders kunnen de opleiding enkel volgen op dagen dat zij werkloos zijn wegens slecht weer. Als werkgever moet u zoals gebruikelijk bij de RVA een aangifte tijdelijke werkloosheid indienen en een formulier C32 overhandigen aan de werknemer ;
  • De opleiding in kwestie moet gevolgd worden bij een door de bouwsector erkende opleidingsverstrekker (VDAB, Syntra, Confederatie Bouw,…) ;
  • Als werkgever dient u vóór de start van de opleiding een aanvraag bij het FVB in te dienen ;
  • De opleiding moet tijdens de normale werkuren doorgaan (avondopleidingen of opleidingen op zaterdag komen niet in aanmerking) en moet minimum 8 uren duren. Bovendien geldt er een maximum van 4 weken (160 uren) voor het totale opleidingspakket tijdens de voorziene periode.

Voordelen voor de arbeider

  • Tijdens de opleiding ontvangt de arbeider zowel een werkloosheidsuitkering van de RVA op basis van het formulier C32, alsook een aanvullende vergoeding tijdelijke werkloosheid van het Fonds voor Bestaanszekerheid ;
  • Bovenop de werkloosheidsuitkering voorziet het FVB ook in een opleidingpremie ter waarde van 36 EUR netto.

Voordelen voor de werkgever

  • Tijdens de opleiding is er geen loonkost voor de werkgever ;
  • Voor het volgen van de opleiding betaalt de werkgever weliswaar een opleidingskost, maar men kan beroep doen op een financiële tussenkomst van het FVB ;
  • De werkgever kan eventueel genieten van 50% overheidssteun via KMO-portefeuille.