• nl
Taalkeuze

PC 127 - Handel in brandstoffen: recente wijzigingen SWT (brugpensioen) en opleiding

Categorie: Sectoraal   Datum: 20/03/2015

Binnen het paritair comité voor de handel in brandstoffen (PC 127) werden er door de sociale partners op 12 december 2014 een aantal CAO’s afgesloten die voorzien in een wijziging van de voorwaarden op basis waarvan arbeiders beroep kunnen doen op het stelsel van de werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT), een wijziging in de tewerkstelling en opleiding binnen de risicogroepen en bijkomende vormingsinspanningen.

De geldigheidsduur van deze nieuwe CAO’s loopt van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2016 en is eveneens van toepassing op arbeiders die ressorteren onder het paritair subcomité voor de handel in brandstoffen in Oost-Vlaanderen (PC 127.02).

Hieronder vindt u een overzicht van de belangrijkste bepalingen.

Voltijds SWT op 60 jaar

De voorwaarden voor voltijds SWT vanaf 60 jaar werden door de CAO gewijzigd.

Leeftijdsvoorwaarde: de werknemer moet de leeftijd van 60 jaar bereikt hebben op het einde van de arbeidsovereenkomst.

Loopbaanvoorwaarde: de mannelijke werknemers moeten minstens 40 jaar (in plaats van 35 jaar voordien) in loondienst gewerkt hebben.

Voor de vrouwelijke werkneemster wordt de minimum vereiste van de loopbaan van 28 jaar geleidelijk opgetrokken (31 jaar in 2015).

Voltijds SWT op 58 jaar

Inzake voltijds SWT vanaf de leeftijd van 58 jaar voorziet de CAO in een wijziging van de anciënniteitsvoorwaarde.

Opgelet! Om op 58 jarige leeftijd nog in SWT te kunnen gaan, geldt de voorwaarde, zowel voor mannen als vrouwen, dat ze in opzeg werden geplaatst vóór 1 januari 2015.

Er zijn twee situaties mogelijk:

Situatie 1:

Leeftijdsvoorwaarde: de werknemer moet de leeftijd van 58 jaar bereikt hebben op het einde van de arbeidsovereenkomst.

Loopbaanvoorwaarde: de werknemer moet minstens 33 jaar in loondienst gewerkt hebben in een zwaar beroep. Tijdens de 33 jaar loondienst moet hij/zij 5 jaar gewerkt hebben in een zwaar beroep tijdens de laatste 10 jaar of 7 jaar gewerkt hebben in een zwaar beroep tijdens de laatste 15 jaar.

Situatie 2:

In deze situatie moet men vóór 01.01.2015 voldaan hebben aan volgende voorwaarden:

  • In opzeg zijn geplaatst;
  • Leeftijd van 58 jaar bereikt hebben;
  • Rechten hebben vastgeklikt via de RVA.

Loopbaanvoorwaarden:

  • ofwel minstens 40 jaar (mannen) in loondienst gewerkt hebben;
  • ofwel minstens 38 jaar (vrouwen) in loondienst gewerkt hebben (geldig in 2015);
  • ofwel minstens 39 jaar (vrouwen) in loondienst gewerkt hebben (geldig in 2016);
  • ofwel minstens 40 jaar (vrouwen) in loondienst gewerkt hebben (geldig vanaf 2017).

Tewerkstelling en opleiding risicogroepen

De werkgevers die ressorteren onder het paritair comité voor de handel in brandstoffen en onder het subcomité voor handel in brandstoffen van Oost-Vlaanderen zijn een bijzondere bijdrage van 0,15% verschuldigd, berekend op basis van het volledige loon van de door hen tewerkgestelde werklieden en werksters voor het jaar 2015 en 2016.

Deze bijdrage wordt door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid geïnd ten bate van het sociaal fonds voor de ondernemingen van handel in brandstoffen (KABOV).

De middelen zullen worden aangewend voor opleiding en tewerkstelling van personen die behoren tot de risicogroepen.

Als risicogroepen worden onder meer beschouwd:

  • Alle arbeiders, ongeacht hun opleidingsniveau, die door de steeds sneller evoluerende eisen gesteld aan het beroep, onvoldoende vertrouwd zijn met de veiligheids- en milieuaspecten;
  • Werknemers van minstens 50 jaar in de sector tewerkgesteld;
  • Jongeren jonger dan 26 jaar, langdurig werkzoekend of laaggeschoold.

Bijkomende vormingsinspanningen

De sociale partners engageren zich om de participatiegraad inzake vorming jaarlijks met 5% te verhogen, overeenkomstig de doelstellingen van het interprofessioneel akkoord 2007-2008.

Ze willen de werknemers de mogelijkheid bieden vorming te genieten gedurende de arbeidstijd.

Deze opleidingstijd op niveau van de onderneming wordt berekend als volgt:

  • Voor het jaar 2015: het aantal werknemers tewerkgesteld in de onderneming op 1 januari 2015 uitgedrukt in voltijdse equivalenten, vermenigvuldigd met 5,61 uren (zijnde 337 minuten);
  • Voor het jaar 2016: het aantal werknemers tewerkgesteld in de onderneming op 1 januari 2016 uitgedrukt in voltijdse equivalenten, vermenigvuldigd met 5,9 uren (zijnde 354 minuten).

Bron:

  • CAO nr. 125176/CO/127 van 12/12/2014 betreffende risicogroepen 2015-2016;
  • CAO nr. 125178/CO/127 van 12/12/2014 betreffende SWT;
  • CAO nr. 125175/CO/127 van 12/12/2014 betreffende vorming.