• nl
Taalkeuze

PC 127 - Handel in brandstoffen: wijziging voorwaarden SWT (brugpensioen)

Datum: 15/03/2013

Binnen het Paritair Comité voor de handel in brandstoffen (PC 127) werd door de sociale partners eind 2012 een nieuwe CAO afgesloten die voorziet in een wijziging van de voorwaarden op basis waarvan arbeiders beroep kunnen doen op het stelsel van de werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT), voorheen brugpensioen.

De geldigheidsduur van  deze  nieuwe CAO loopt van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2014 en is eveneens van toepassing op arbeiders die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de handel in brandstoffen in Oost-Vlaanderen (PC 127.02). 

In afwachting van publicatie in het Belgisch Staatsblad vindt u hieronder reeds een overzicht van de belangrijkste bepalingen.

Voltijds SWT op 60 jaar

De voorwaarden voor voltijds SWT vanaf 60 jaar werden door de CAO niet gewijzigd.

Leeftijdsvoorwaarde : de werknemer moet de leeftijd van 60 jaar bereikt hebben.

Anciënniteitsvoorwaarde : de werknemer moet minstens 35 jaar (mannen) of 28 jaar (vrouwen) in loondienst gewerkt hebben.

Voltijds SWT op 58 jaar

Inzake voltijds SWT vanaf de leeftijd van 58 jaar voorziet de CAO in een wijziging van de anciënniteitsvoorwaarde voor de vrouwelijkewerknemers, zij het echter pas vanaf 1 januari 2014.

Leeftijdsvoorwaarde : de werknemer moet de leeftijd van 58 jaar bereikt hebben.

Anciënniteitsvoorwaarde : de werknemer moet :

  • ofwel minstens 38 jaar (mannen) of 35 jaar (vrouwen) in loondienst gewerkt hebben. Vanaf 1 januari 2014 geldt  voor de vrouwelijke werknemers dezelfde anciënniteitsvoorwaarde als voor de mannelijke werknemers, nl.  38 jaar;
  • ofwel minstens 35 jaar in loondienst gewerkt hebben in een zwaar beroep;
  • ofwel minstens 35 jaar in loondienst gewerkt hebben en erkend zijn als mindervalide, werknemer met ernstige lichamelijke problemen of gelijkgesteld zijn met een werknemer met ernstige lichamelijke problemen.

Voltijds SWT op 56 jaar

In de nieuwe CAO komt de mogelijkheid van brugpensioen vanaf 33 jaar loondienst (waarvan 20 in nachtarbeid) te vervallen, maar wordt tegelijkertijd een overgangsfase ingebouwd voor werknemers die gedurende de periode van 1 januari 2011 tot 31 december 2012 de leeftijd van 56 jaar hebben bereikt en daarenboven minstens 33 jaar in loondienst hebben gewerkt, waarvan 20 jaar nachtarbeid en wiens opzegtermijn na 31 december 2012 verstrijkt.

Voorwaarden tot 31 december 2012

Leeftijdsvoorwaarde : de werknemer moet de leeftijd van 56 jaar bereikt hebben.

Anciënniteitsvoorwaarde : de werknemer moet:

  • ofwel minstens 33 jaar in loondienst gewerkt hebben, waarvan 20 jaar in nachtarbeid;
  • ofwel een beroepsverleden van 40 jaar kunnen bewijzen, waarvan 78 arbeidsdagen gepresteerd zijn voor zijn/haar 17de verjaardag (hetzij met volledige RSZ-bijdragen hetzij als leerling).

Voorwaarden vanaf 1 januari 2013

Leeftijdsvoorwaarde : de werknemer moet de leeftijd van 56 jaar bereikt hebben.

Anciënniteitsvoorwaarde : de werknemer moet minstens 40 jaar in loondienst gewerkt hebben.

Werknemers die gedurende de periode van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2012 de leeftijd van 56 jaar hebben bereikt en daarenboven minstens 33 jaar in loondienst gewerkt hebben, waarvan 20 jaar nachtarbeid, behouden evenwel het recht op bedrijfstoeslag, in zoverre hun opzegtermijn na 31 december 2012 verstrijkt. 

Voor andere werknemers geldt voortaan dus de algemene anciënniteitsvoorwaarde van 40 jaar beroepsverleden.