• nl
Taalkeuze

PC 142.01 - Terugwinning van Metalen: Nationaal Akkoord 2017-2018

Categorie: Sectoraal   Datum: 8/09/2017

Op 15 juni 2017 werd tussen de sociale partners van het Paritair Subcomité voor de Terugwinning van Metalen (PC 142.01) een akkoord ondertekend waarin een aantal afspraken werden vastgelegd met betrekking tot de loon- en arbeidsvoorwaarden voor de periode 2017 - 2018.

Het nieuwe akkoord heeft uitwerking vanaf 1 januari 2017 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2018, tenzij anders bepaald in de tekst van het akkoord.

Hieronder vindt u alvast een overzicht van de belangrijkste bepalingen.

Koopkracht

Verhoging van de minimumlonen en effectieve lonen

Met ingang van 1 mei 2017 worden alle minimumlonen en effectieve bruto-uurlonen met 1,1% verhoogd. Deze verhoging voor de effectieve bruto-uurlonen geldt niet voor bedrijven die de beschikbare marge via een alternatieve ondernemingsenveloppe hebben voorzien.

Onder de loonkost worden zowel de bruto-uurlonen (met inbegrip van de eindejaarspremies, ploegenpremies, overloon,..) als de bijhorende sociale zekerheidsbijdragen verstaan.

In ondernemingen met een vakbondsafvaardiging dient een dergelijk alternatief in twee stappen vastgelegd te worden:

  • Voorafgaandelijk dienen zowel de werkgever als alle in de vakbondsafvaardiging van de in de onderneming vertegenwoordigde vakbonden akkoord te gaan met een bedrijfseigen besteding van de enveloppe.
  • Indien aan deze eerste voorwaarde werd voldaan, dan dient uiterlijk op 31 juli 2017 een cao op ondernemingsniveau opgesteld te worden waarin de modaliteiten van het alternatief zijn uitgewerkt.

In ondernemingen zonder vakbondsafvaardiging moet de cao getekend worden door de werkgever en alle in het paritair subcomité vertegenwoordigde vakbonden.

Vervoerskosten

Met ingang vanaf 1 juli 2017 wordt de fietsvergoeding verhoogd naar 0,23 EUR per afgelegde kilometer.

Sociaal Fonds

Verhoging aanvullende vergoedingen

Met ingang van 1 juli 2017 worden de aanvullende vergoedingen als volgt verhoogd:

  • Bij ziekte, oudere zieken en tijdelijke werkloosheid worden de aanvullende vergoedingen geïndexeerd met 1,54%.
  • Bij tijdelijke werkloosheid wordt de aanvullende vergoeding, bovenop de indexering, verhoogd tot:
  • 6,10 EUR per volledige werkloosheidsuitkering;
  • 3,05 EUR per halve werkloosheidsuitkering.
  • Bij tijdelijke werkloosheid wordt de aanvullende vergoeding ook betaald in geval van overmacht ten gevolge van brand in de onderneming.

Alle aanvullende vergoedingen bij tijdelijke werkloosheid (om economische redenen, slecht weer en brand in de onderneming) worden vanaf 1 juli 2017 betaald door het Fonds voor Bestaanszekerheid en dit voor een gecombineerd maximum van 36 dagen (6-dagenweek). Vanaf dag 37 wordt de aanvullende vergoeding betaald door werkgever.

Vorming en opleiding

Met ingang vanaf 1 juli 2017 geldt voor bedrijven met:

  • minder dan 40 werknemers een collectief vormingsrecht van 1 dag per arbeider per 2 jaar;
  • vanaf 40 werknemers een collectief vormingsrecht van 2 dagen per arbeider per 2 jaar

Eindeloopbaan

Tijdskrediet en loopbaanvermindering

Het recht op voltijds en halftijds tijdskrediet wordt uitgebreid tot 51 maanden, behalve voor:

  • Het motief zorg voor een kind jonger dan 8 jaar. Dit wordt vastgesteld op 36 maanden.
  • Het motief opleiding. Dit wordt vastgesteld op 12 maanden.

Het recht op een landingsbaan vanaf 55 jaar voor arbeiders met een lange loopbaan of zwaar beroep blijft eveneens behouden.

Stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT)

Voor de periode 2017-2018 zijn onderstaande stelsels van werkloosheid met bedrijfstoeslag van toepassing:

  • SWT lange loopbaan 58 jaar (2017) en 59 jaar (2018) mits 40 jaar loopbaan;
  • SWT 58 jaar (2017) en 59 jaar (2018) mits 33 jaar loopbaan waarvan 20 jaar nachtarbeid;
  • SWT 58 jaar (2017) en 59 jaar (2018) mits 33 jaar loopbaan in zwaar beroep;
  • SWT 58 jaar (2017) en 59 jaar (2018) mits 35 jaar loopbaan in zwaar beroep.

Inspraak en overleg

De termijn voor het indienen van een aanvraag van toegestane afwezigheid omwille van het volgen van een vakbondsvorming kan éénmaal per jaar worden verlaagd van 3 weken naar 1 week.

Bron:

  • CAO 15 juni 2017 (nr. 140721), Nationaal akkoord 2017 – 2018.