• nl
Taalkeuze

PC 149.01 - Elektriciens: Nationaal Akkoord 2017-2018

Categorie: Sectoraal   Datum: 1/09/2017

Op 27 juni 2017 werd door de sociale partners van het Paritair Subcomité voor Elektrische Installatie en Distributie (PC 149.01) een akkoord ondertekend waarin een aantal afspraken werden vastgelegd met betrekking tot de loon- en arbeidsvoorwaarden voor de periode 2017-2018.

Het nieuwe akkoord heeft uitwerking vanaf 1 januari 2017 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2018, tenzij anders bepaald in de tekst van het akkoord.

Hieronder vindt u alvast een overzicht van de belangrijkste bepalingen.

Koopkracht

Verhoging van de minimumlonen en effectieve lonen

Met ingang van 1 juli 2017 worden alle minimumlonen en effectieve lonen met 1,1% verhoogd, behalve in bedrijven waar een alternatieve ondernemingsenveloppe is voorzien.

Onder de in te vullen maximale loonmarge worden zowel de bruto uurlonen als de bijhorende sociale zekerheidsbijdragen verstaan.

In ondernemingen met een vakbondsafvaardiging dient een dergelijk alternatief in twee stappen te worden vastgelegd:

  • Voorafgaandelijk dienen zowel de werkgever als alle in de onderneming vertegenwoordigde werknemersorganisaties akkoord te gaan met een bedrijfseigen besteding van de enveloppe. In ondernemingen met meerdere zetels wordt de beslissing genomen op groepsniveau.
  • Indien aan deze eerste voorwaarde werd voldaan, dan dient uiterlijk op 30 september 2017 een cao op ondernemingsniveau opgesteld te worden waarin de modaliteiten van het alternatief zijn uitgewerkt.

In ondernemingen zonder vakbondsafvaardiging dient dezelfde procedure gevolgd, waarbij het akkoord van alle in het Paritair Subcomité vertegenwoordigde werknemersorganisaties vereist is.

Mobiliteit

Vanaf 1 juli 2017 ontvangen de werknemers een fietsvergoeding van 0,23 EUR per km die minimaal gelijk is aan de vergoeding voor de tussenkomst van de werkgever in het privé-vervoer.

vanaf 1 oktober 2017 wordt de mobiliteitsvergoeding voor chauffeurs verhoogd tot 0,1316 EUR per km. Deze verhoging omvat reeds de indexering op 1 februari 2018.

Sociaal Fonds

Verhoging aanvullende vergoedingen

Met ingang van 1 juli 2017 worden de aanvullende vergoedingen die door het Sociaal  Fonds worden uitgekeerd als volgt verhoogd:

Vergoeding Bedrag vanaf 1 juli 2017
Aanvullende vergoeding bij tijdelijke werkloosheid
  • 11,17 EUR per werkloosheidsuitkering
  • 5,59 EUR per halve werkloosheidsuitkering
Aanvullende vergoeding bij volledige werkloosheid
  • 5,88 EUR per werkloosheidsuitkering
  • 2,94 EUR per halve werkloosheidsuitkering
Aanvullende vergoeding voor oudere werklozen
  • 5,88 EUR per werkloosheidsuitkering
  • 2,94 EUR per halve werkloosheidsuitkering
Aanvullende vergoeding bij arbeidsongeschiktheid
  • 1,66 EUR per RIZIV-uitkering
  • 0,83 EUR per halve RIZIV-uitkering
Aanvullende vergoeding bij arbeidsongeschiktheid voor oudere zieken
  • 8,12 EUR per RIZIV-uitkering
  • 4,06 EUR per halve RIZIV-uitkering
Aanvullende vergoeding bij sluiting
  • Basis 291,96 EUR
  • Verhoogd met 14,70 EUR per jaar anciënniteit
  • Maximum 962,92 EUR
Aanvullende vergoeding bij halftijds tijdskrediet
  • 72,99 EUR per maand

Vanaf 1 juli 2017 wordt bovendien een aanvullende vergoeding bij landingsbaan toegekend aan oudere werknemers die hun arbeidsduur verminderen met 1/5de. Deze vergoeding bedraagt 29,20 EUR en wordt toegekend voor onbepaalde duur.

Vorming en opleiding

De sociale partners verbinden er zich toe om vóór 30 november 2017 in een specifieke werkgroep samen met het kennis- en opleidingscentrum EDUCAM een cao inzake vorming en opleiding uit te werken.

Recht op opleiding

In het kader van de wet werkbaar en wendbaar werk wordt vanaf 1 januari 2018 het collectieve recht op vorming en opleiding verhoogd tot 2 dagen per arbeider per kalenderjaar.

vanaf 1 januari 2018 zal het individueel recht op vorming en opleiding van 1 dag per arbeider per jaar worden aangewend voor vormingen die bedrijfsrelevant zijn en de inzetbaarheid van de arbeider op de arbeidsmarkt verbeteren.

Premiekrediet

Met ingang van 1 januari 2018 wordt het premiekrediet opgebouwd à rato van 16 uren per arbeider per jaar.

Arbeidstijd en flexibiliteit

Voor de periode van 1 juli 2017 tot en met 30 juni 2019 worden de eerste 60 vrijwillige overuren tijdens de referteperiode niet meegeteld in de totale duur van de verrichte arbeid.

Eindeloopbaan

Tijdskrediet en loopbaanvermindering

Vanaf 1 juli 2017 wordt het recht op halftijds of voltijds tijdskrediet met motief zorg uitgebreid tot 51 maanden.

Voor arbeiders die hun prestaties in het kader van een landingsbaan wensen te verminderen met 1/5de of 1/2de, blijft de leeftijdsvoorwaarde op 55 jaar.

Stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT)

Voor de periode 2017-2018 zijn onderstaande stelsels van werkloosheid met bedrijfstoeslag van toepassing:

  • SWT 58 jaar (2017) en 59 jaar (2018) mits 40 jaar loopbaan;
  • SWT 58 jaar (2017) en 59 jaar (2018) mits 33 jaar loopbaan waarvan 20 jaar nachtarbeid;
  • SWT 58 jaar (2017) en 59 jaar (2018) mits 33 jaar loopbaan in zwaar beroep;
  • SWT 58 jaar (2017) en 59 jaar (2018) mits 35 jaar loopbaan in zwaar beroep.

De arbeiders kunnen op aanvraag vrijgesteld worden van de verplichting om beschikbaar te blijven voor de arbeidsmarkt

Loopbaanverlof

Vanaf 1 januari 2017 heeft elke arbeider vanaf het kalenderjaar waarin hij de leeftijd van 58 jaar bereikt, recht op 2 loopbaanverlofdagen per jaar.

Vanaf 1 januari 2016 heeft elke arbeider vanaf het kalenderjaar waarin hij de leeftijd van 60 jaar bereikt, recht op 1 bijkomende loopbaanverlofdag per jaar, en dit bovenop de reeds bestaande rechten.