• nl
Taalkeuze

PC 226 - Internationale handel, vervoer en logistiek: Nationaal Akkoord 2017-2018

Categorie: Sectoraal   Datum: 8/09/2017

Op 5 mei 2017 werd tussen de sociale partners van het Paritair Comité voor de Bedienden uit de Internationale Handel, het Vervoer en de Logistiek (PC 226) een akkoord ondertekend waarin een aantal afspraken werden vastgelegd met betrekking tot de loon- en arbeidsvoorwaarden voor de periode 2017-2018.

Het nieuwe akkoord heeft uitwerking vanaf 1 januari 2017 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2018, tenzij anders bepaald in de tekst van het akkoord.

Hieronder vindt u alvast een overzicht van de belangrijkste bepalingen.

Koopkracht

Verhoging van de minimumlonen en effectieve lonen

Met ingang van 1 september 2017 worden alle minimumlonen en effectieve lonen met 1,1% verhoogd.

Aansluitend wordt vanaf 1 januari 2018 voorzien in een systeem van jaarlijkse indexatie van de minimumlonen en effectieve lonen, op basis van een specifieke formule en uitvoerbaar op 1 januari van elk kalenderjaar. Indien deze formule tot een negatief resultaat leidt zal dit niet ten uitvoer worden gebracht maar verrekend worden bij een eerstvolgende positieve indexatie.

Vervoerskosten

Vanaf 1 februari 2018 zijn inzake het woon-werkverkeer volgende wijzigingen voorzien:

  • De fietsvergoeding wordt opgetrokken naar 0,23 EUR per kilometer;
  • Voor verplaatsingen met een privévervoermiddel wordt een nieuwe tabel vervoerskosten

Tijdskrediet

Tijdskrediet met motief

Het recht op tijdskrediet met motief zorg wordt uitgebreid tot 51 maanden en voor tijdskrediet met motief opleiding tot 36 maanden.

Beide periodes mogen samen niet meer dan 51 maanden bedragen.

Landingsbanen

Voor bedienden die hun prestaties in het kader van een landingsbaan wensen te verminderen met 1/5de of 1/2de, wordt de leeftijdsvoorwaarde voor de periode 2017-2018 op 55 jaar gebracht.

Aanvullende premies

In het kader van loopbaanvermindering met 1/5de wordt de leeftijd om te kunnen genieten van de aanvullende sectorale premie van 80 EUR bruto per maand gehandhaafd op 60 jaar, zij het met volgende afwijkingen:

  • Bedienden van 55 jaar of ouder die reeds vóór 1 januari 2017 recht hadden op de premie blijven dit recht ook na 1 januari behouden;
  • Bedienden die hun prestaties met 1/5de verminderen in het kader van een landingsbaan hebben eveneens recht op de premie vanaf 55 jaar.

Voor bedienden die gebruik maken van hun recht op halftijdse loopbaanvermindering blijft het bedrag van de premie onveranderd op 100 EUR.

Drempel

De drempel van 7% blijft eveneens behouden, met inbegrip van de mogelijkheid tot afwijking op basis van een collectieve arbeidsovereenkomst op ondernemingsvlak of via wijziging van het arbeidsreglement.

De bedienden van 55 jaar of ouder die gebruik maken van een 1/5de of halftijdse vermindering worden niet in aanmerking genomen voor de berekening van de drempel.

Zoals voorheen kan er bij CAO in de onderneming afgeweken worden van de organisatieregels voor 1/5de vermindering van arbeidsprestaties, met name bij tewerkstelling in ploegen of in cycli in een arbeidsregeling gespreid over 5 of meer dagen van de week.

Aanvullende vergoeding SWT en berekening opzegging bij collectief ontslag

Voor de berekening van de aanvullende vergoeding brugpensioen ten laste van de werkgever dient steeds het voltijdse loon in aanmerking genomen, wanneer de betrokken werknemer voorheen in tijdskrediet was, ongeacht de formule van het tijdskrediet.

Hetzelfde geldt voor de bepaling van de opzegtermijn alsook voor de berekening van de verbrekingsvergoeding bij collectief ontslag.

Stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT)

Het akkoord voorziet in volgende stelsels van werkloosheid met bedrijfstoeslag:

  • SWT vanaf 60 jaar met een loopbaan van 40 jaar voor mannen.
  • SWT vanaf 60 jaar met een loopbaan van 31 jaar tot 33 jaar voor vrouwen (periode 2015-2017). Het beroepsverleden wordt elk jaar, tot 2024, met 1 jaar opgetrokken.
  • SWT vanaf 58 jaar met een loopbaan van 33 jaar, waarvan 5 jaar in een zwaar beroep in de laatste 10 jaar, of 7 jaar in een zwaar beroep in de laatste 15 jaar, of 20 jaar in een zwaar nachtarbeid. De werknemer in kwestie moet ontslagen worden in 2017 en de leeftijd van 58 jaar of ouder bereikt hebben uiterlijk op 31 december 2017 en op het ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst.
  • SWT vanaf 59 jaar met een loopbaan van 33 jaar, waarvan 5 jaar in een zwaar beroep in de laatste 10 jaar, of 7 jaar in een zwaar beroep in de laatste 15 jaar, of 20 jaar in een zwaar nachtarbeid. De werknemer in kwestie moet ontslagen worden in 2018 en de leeftijd van 59 jaar of ouder bereikt hebben uiterlijk op 31 december 2018 en op het ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst.
  • SWT vanaf 58 jaar met een loopbaan van 40 jaar. De werknemer in kwestie moet ontslagen worden in 2017 en de leeftijd van 58 jaar of ouder bereikt hebben uiterlijk op 31 december 2017 en op het ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst.
  • SWT vanaf 59 jaar met een loopbaan van 40 jaar. De werknemer in kwestie moet ontslagen worden in 2018 en de leeftijd van 59 jaar of ouder bereikt hebben uiterlijk op 31 december 2018 en op het ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

Sociaal Fonds

Werkgeversbijdrage

De werkgeversbijdrage voor het Fonds voor Bestaanszekerheid wordt vastgelegd op 0,50% en dit vanaf 1 juli 2017 tot en met 31 december 2018, inclusief de bijdrage bestemd voor risicogroepen en vorming.

Aanwervingspremie

De bestaande aanwervingspremies van het Sociaal Fonds blijven onverminderd van toepassing, waarbij ook het bedrag van 2.500 EUR (voor een voltijdse betrekking) gehandhaafd wordt.

Vorming

Het akkoord voorziet voor de periode 2017-2018 in volgende vormingsdagen per bediende:

  • Bij werkgevers die minder dan 20 werknemers tewerkstellen worden gemiddeld 6 dagen toegekend voor het volgen van vormingsinitiatieven of voor training on the job;
  • Bij werkgevers met 20 werknemers of meer worden gemiddeld 7 dagen toegekend voor het volgen van vormingsinitiatieven of voor training on the job.

Voor deze laatste categorie van werkgevers wordt bovendien, globaal per bedienden, onderstaand groeipad uitgerold:

  • 2017-2018: gemiddeld 7 dagen
  • 2019-2020: gemiddeld 8 dagen
  • 2021-2022: gemiddeld 9 dagen
  • 2023-2024: gemiddeld 10 dagen

Bedienden ouder dan 45 jaar hebben binnen het hierboven vermelde saldo recht op gemiddeld 2 dagen vorming in de periode 2017-2018.

Werkgevers kunnen jaarlijks 0,20% van de jaarlijkse loonmassa terugvorderen bij het Sociaal Fonds. Concreet vertaalt zich dit in een tussenkomst van 20 EUR per uur met een maximum jaarkrediet van 90 of 100 EUR.