• nl
Taalkeuze

PC 304 - Tewerkstelling van buitenlandse kunstenaars

Categorie: Sectoraal   Datum: 19/09/2014

De wereldglobalisering speelt niet enkel een rol in de economie, maar heeft ook een invloed op de kunstwereld. Meer en meer gebeurt een kruisbestuiving tussen verschillende toneelgezelschappen, orkesten, dansgroepen, enz. 

Dit brengt een aantal sociale en fiscale verplichtingen met zich mee. In deze flash bespreken we implicaties van de meest voorkomende situatie waarbij een Belgisch werkgever uit het PC 304 tijdelijk een buitenlandse kunstenaar tewerkstelt in een werknemersstatuut.

Sociale verplichtingen

Arbeidskaart

  • Als de werknemer een EU-onderdaan is, is er geen arbeidskaart nodig. Een uitzondering geldt voor Kroaten, die wel nog een arbeidskaart nodig hebben, gezien Kroatië nog in een overgangsfase zit.
  • Voor werknemers die in een niet EU-land wonen (met uitzondering van IJsland, Liechtenstein, Noorwegen of Zwitserland) is een arbeidskaart en een arbeidsvergunning nodig, behalve voor artiesten met internationale bekendheid en in geval van tewerkstelling van minder dan 3 maanden per jaar.  

Sociale bijdragen

In principe betaalt men sociale zekerheidsbijdragen in het werkland (ook al woont men in een ander land). Bij tewerkstelling van een buitenlandse kunstenaar zijn dus in principe sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd in België. Er zijn hierop een aantal uitzonderingen in geval van gelijktijdige tewerkstelling in meerdere landen. In dergelijke situatie is het aangewezen om het concreet geval voor te leggen aan uw dossierbeheerder. 

Dimona

Zoals bij elke tewerkstelling geldt ook hier een Dimona-verplichting. Vooraleer de aangifte te kunnen doen moet u beschikken over een Belgisch rijksregisternummer. U kan dit aanvragen via de website: www.sigedis.be of via uw dossierbeheerder.

Inkomstenbelastingen

Als een buitenlandse podiumkunstenaar in België inkomsten verwerft worden de inkomsten in België belast. In bijna alle dubbelbelastingsverdragen is deze clausule opgenomen. 

Volgens de richtlijnen van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen wordt een forfaitair percentage toegepast van 18 % op het belastbaar inkomen.