• nl
Taalkeuze

PC 322.01 - Dienstencheques: Tewerkstellingspremie risicogroepen (Aan te vragen vˇˇr 30 juni 2016)

Categorie: Sectoraal   Datum: 18/03/2016

Op 7 mei 2014 werd een akkoord afgesloten over de modaliteiten van de risicogroepen voor de dienstenchequewerknemers voor de periode 2013-2015. Onderstaand vindt u een beschrijving van de risicogroepen, de voorwaarden en procedure voor aanvragen van een tewerkstellingspremie bij het Sociaal Fonds voor de Dienstencheques.

Risicogroepen

Omschrijving van de risicogroepen:

Bestaansminimumtrekkers 

Werkzoekenden die op het ogenblik van hun indienstneming sinds minstens 3 jaar zonder onderbreking het leefloon ontvangen. 

Werknemers ouder dan 50 jaar 

De werkzoekende is ouder dan 50 jaar op het ogenblik van indiensttreding. 

Allochtonen

  • Personen die niet de Belgische nationaliteit hebben of de nationaliteit van een Staat die deel uitmaakt van de Europese Unie.
  • Personen waarvan ten minste 1 van de ouders of ten minste 2 van de grootouders niet de Belgische nationaliteit of een nationaliteit van een Staat die deel uitmaakt van de Europese Unie bezat(en) bij overlijden. 

Mindervaliden 

Personen erkend door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (of door de Brusselse Dienst voor personen met een handicap of het Agence Wallonne pour l’Intégration des personnes handicapées of de Dienststelle für Personen mit Behinderung).

Niet werkende personen die jonger zijn dan 26 jaar

De niet werkende jongeren en de jongeren die sinds minder dan één jaar werkten en niet werkend waren op het ogenblik van hun indiensttreding. Onder “niet werkende” wordt begrepen: 

  • Langdurig werkzoekenden, zijnde de personen in het bezit van een werkkaart;
  • Uitkeringsgerechtigde werklozen;
  • Laaggeschoolde of erg-laaggeschoolde werkzoekenden;
  • Herintreders, zijnde de personen die zich na een onderbreking van tenminste één jaar terug op de arbeidsmarkt begeven;
  • Werknemers in het bezit van een verminderingskaart herstructureringen.

Tewerkstellingspremie

Per werknemer uit een bovengenoemde risicogroep kan een werkgever een aanvraag indienen voor een tewerkstellingspremie van 250 EUR bij het Sociaal Fonds voor de Dienstencheques.

De tewerkstelling dient hiervoor aan twee voorwaarden te voldoen:

  • De indiensttreding bevindt zich tussen 01/01/2013 en 31/12/2015.
  • De tewerkstelling bedraagt ten minste 65 RSZ-dagen binnen diezelfde periode.

Het totaal van de tewerkstellingspremies mag niet meer bedragen dan 0,10% van de loonmassa van 2013-2015, waarvan 0,05% verplicht dient aangewend te worden voor specifiek bepaalde risicogroepen. Van deze 0,05% dient 0,025% voorbehouden te worden aan de risicogroep “niet werkende personen die jonger zijn dan 26 jaar”.

De werkgever kan aanspraak maken op de tewerkstellingspremies indien de jaarlijkse RSZ-bijdragen aan het Fonds voor Bestaanszekerheid werden betaald.

Procedure

Om aanspraak te maken op een tewerkstellingspremie moet de werkgever een aanvraag indienen bij het Sociaal fonds voor de dienstencheques.

De modaliteiten en aanvraagformulieren voor de tewerkstellingspremie zijn eveneens beschikbaar op de website van het sociaal fonds (www.fondsdienstencheques.be) onder de rubriek “voor de werkgever”. 

De aanvraag dient volgende documenten te bevatten:

  • Aanvraagformulier: Het formulier is terug te vinden op de website van het sociaal fonds (www.fondsdienstencheques.be). Het bedrijf dient dit formulier in te vullen en te ondertekenen. Aanvraagformulieren zonder de vermelding van het nationaal nummer (of bij gebrek hieraan, de geboortedatum) zullen worden geweigerd. 
  • Bewijs van tewerkstelling van minstens 65 RSZ-dagen (individuele rekening / loonfiches).
  • Bewijsdocumenten dat de werknemer effectief tot één van de bovengenoemde risicogroepen behoort:
    • Niet-werkende jongeren: kopie van de identiteitskaart en het bewijs volgens keuze van de groep (C63, Attest OCMW, Verminderingskaart, …).
    • Bestaansminimumtrekkers: attest van het OCMW.
    • Oudere werknemers: kopie van de identiteitskaart. 
    • Allochtonen: kopie van de identiteitskaart. Voor migranten met de Belgische nationaliteit een bewijs met alle middelen die voorhanden zijn (bv. kopie identiteitskaart (groot)ouders, bewijs van afstamming) en een verklaring op eer. 
    • Arbeidsgehandicapten: attest van het betrokken agentschap. 

De aanvraag dient ten laatste op 30 juni 2016 ingediend te zijn. De bepalingen zijn van toepassing tijdens de periode van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2015.