• nl
Taalkeuze

Pact voor de competitiviteit, werkgelegenheid en relance: publicatie in BS (deel 2)

Categorie: Sociaal   Datum: 5/06/2014

In november 2013 sloot de federale regering een pact af voor de competitiviteit, werkgelegenheid en relance. Hierin voorzag men ook enkele maatregelen tot vermindering van de arbeidskosten en ondersteuning van de koopkracht. De wet houdende uitvoering van dit pact werd op 22 mei 2014 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. 

In de Nieuwsflash van 30 mei 2014 werden reeds de versterking van de structurele vermindering (RSZ) en de versterking van de fiscale lastenverlaging op ploegen- en nachtarbeid besproken. In dit tweede deel gaan we verder in op de relancemaatregelen.

Optrekken fiscale werkbonus

De fiscale werkbonus wordt opnieuw versterkt. De fiscale werkbonus is een belastingvermindering en wordt berekend als een percentage op het bedrag dat de betrokken werknemer heeft genoten als sociale werkbonus (= RSZ-vermindering voor de werknemer). Sinds 1 april 2014 bedraagt deze 14,40% (voorheen: 8,95%) van de sociale werkbonus. Dit percentage zal opnieuw verhogen:

  • vanaf 1 januari 2015: 20,15%; 
  • vanaf 1 januari 2017: 25,91%; 
  • vanaf 1 januari 2019: 31,66%.

Bovendien wordt het maximumbedrag dat men per jaar kan genieten van de fiscale werkbonus opgetrokken. Sinds 1 april 2014 gaat het om een (niet-geïndexeerd) bedrag van maximum 200 EUR (voorheen: 130 EUR). In de toekomst zullen deze maximale (niet-geïndexeerde) bedragen verhogen als volgt: 

  • vanaf 1 januari 2015: 280 EUR; 
  • vanaf 1 januari 2017: 360 EUR; 
  • vanaf 1 januari 2019: 440 EUR.

Ondersteuning van investeringen voor zones in moeilijkheden

Er komt een nieuwe vorm van vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor ondernemingen die jobs creëren door te voorzien in investeringen in zones met aanzienlijke collectieve ontslagen (de zgn. steunzones). 

Als collectief ontslag wordt in dat geval beschouwd:

  • Ofwel 500 werknemers in 3 jaar bij één of meerdere vestigingen van één of meerdere ondernemingen gelegen in een ononderbroken zone van 20 km2 binnen een cirkel met een straal van maximaal 5 km.
  • Ofwel 250 werknemers in 3 jaar bij één of meerdere vestigingen van één of meerdere ondernemingen gelegen in een ononderbroken zone van 20 km2 binnen een cirkel met een straal van maximaal 5 km en dit in zones met een hogere graad van jeugdwerkloosheid (dit is meer dan 125% van het nationaal gemiddelde). 

Het is het Gewest waar de collectieve ontslagen zijn gevallen dat aan de minister van Financiën een steunzone moet voorstellen. 

Het percentage van de vrijstelling moet nog vastgelegd worden, maar dit zou 25% bedragen. 

Het gaat om een tijdelijke vrijstelling (maximum 36 maanden) die beperkt is per werkgever (maximum 7,5 miljoen EUR).

Er gelden nog bijkomende voorwaarden waarbij o.a. een onderscheid wordt gemaakt tussen KMO’s en grote ondernemingen. 

Een KB moet deze maatregel nog bekrachtigen uiterlijk tegen 1 juni 2016, om retroactief in werking te treden op 1 juni 2014.

Vorming en innovatie

Vanaf 2015 heeft elke werknemer recht op minstens één dag opleiding per jaar. De sectorale CAO’s moeten hierin voorzien. Een KB moet de uitvoeringsmodaliteiten nog vastleggen, maar het staat reeds vast dat de maatregelen in werking treden op 1 januari 2015.

Wat het luik “innovatie” betreft, zullen de sectoren vanaf 2015 een CAO moeten afsluiten over innovatie. Dit zal telkens moeten gebeuren vóór 30 september van het eerste jaar van de duur van het interprofessioneel akkoord. Deze CAO bevat enerzijds een rapportering inzake innovatie en anderzijds engagementen ter verbetering van de innovatie. In afwijking van het voorgaande zullen de sectoren voor het jaar 2014 een CAO moeten afsluiten vóór 30 november 2014 die enkel betrekking heeft op de rapportering inzake innovatie.

Alternerend leren

Men wil op 1 juli 2015 in de sociale zekerheid tot een uniforme behandeling komen van alle soorten leerlingen. Bij KB zal bepaald worden wat onder “leerlingen” moet worden verstaan. 

Dit zal als gevolg hebben dat voor alle leerlingen een DIMONA moet gebeuren en dat de definitie van startbaanovereenkomst type 3 zal worden aangepast. Bijgevolg zullen deze nieuwe leerlingen ook in aanmerking kunnen komen voor de RSZ-doelgroepvermindering “jonge werknemers”.

Een ander gevolg is dat voortaan “alle” leerlingen tot 31 december van het jaar waarin ze 18 worden, zullen worden beschouwd als werknemers die vallen onder de verplichte uitkeringsverzekering (mutualiteit). 

Bron :  

  • Wet  van 15 mei 2014 houdende uitvoering van het pact voor competitiviteit, werkgelegenheid en relance, BS 22 mei 2014, 40603.