• nl
Taalkeuze

RVA bepaalt afwijkende periodes voor aangifte van de verbrekingsvergoeding

Categorie: Sociaal   Datum: 6/06/2013

Een KB zet de juridische “puntjes op de i” wat betreft een aantal zaken die in de praktijk reeds lange tijd werden toegepast. Onderstaande heeft geen gevolgen voor de werkgevers, noch voor de werkloosheidsdocumenten in geval van ontslag.

Eén van de voorwaarden om werkloosheidsuitkeringen te kunnen genieten, is dat de werkloze wegens omstandigheden onafhankelijk van zijn wil zonder arbeid en zonder loon is.

Bij de uitbetaling van een opzeggingsvergoeding (ook verbrekingsvergoeding of VOB genoemd) dient de periode waarop deze vergoeding slaat, te worden aangegeven in de RVA-documenten (en in de DmfA). In deze periode is er geen recht op een werkloosheidsuitkering.
Als basisregel voor het bepalen van deze periode geldt dat het door de werkgever verschuldigde bedrag van de verbrekingsvergoeding wordt gedeeld door het normale loon waarop de werknemer recht zou hebben voor een tewerkstelling gedurende één maand.

De RVA heeft voor een aantal gevallen voorzien in een bijzondere berekening van deze periode, meer bepaald indien het bedrag betrekking heeft op een periode waarvoor de werknemer normaal recht zou gehad hebben op één van de hierna vermelde uitkeringen, indien de arbeidsovereenkomst niet werd beëindigd:

  • een onderbrekingsuitkering ingevolge een vermindering van de arbeidsprestaties (tijdskrediet, loopbaanvermindering, ….), voor zover de vergoeding die aan de werknemer verschuldigd is, niet werd berekend op het loon dat voorafgaat aan de vermindering;
  • de deeltijdse werknemer met behoud van rechten die een inkomensgarantie-uitkering geniet;
  • de vrijwillig deeltijdse werknemer die gedurende de werkhervatting verder gerechtigd is op een beperkt aantal halve uitkeringen;
  • de werknemer in halftijds brugpensioen.

In dat geval wordt het resultaat geproportioneerd via een specifieke formule.

Dit besluit is in werking getreden op 1 april 2013.

Bron:

  • KB 21 mei 2013 tot wijziging van artikel 46 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, BS 31 mei 2013, 34910.