• nl
Taalkeuze

Responsabiliseringsbijdrage wegens economische werkloosheid: formule bekend

Categorie: Sociaal   Datum: 9/08/2013

Ter compensatie van een verdubbeling van het aantal overuren op jaarbasis werd in de bouwsector in het sectorakkoord 2003-2004 een regeling uitgewerkt in de vorm van een jaarlijkse bijdrage die het overmatig gebruik van tijdelijke werkloosheid (meer dan 110 dagen) dient te voorkomen. De opbrengst van die regeling gaat rechtstreeks naar de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie (RJV). Het aantal dagen economische werkloosheid wordt immers in aanmerking genomen voor de berekening van het vakantiegeld, terwijl er geen sociale bijdragen tegenover staan.

In navolging van de regeling in de bouwsector werd in 2011 een dergelijke bijdrage ook voor de andere sectoren uitgewerkt. Er bestaan dus twee regelingen naast elkaar: enerzijds een algemene regeling en anderzijds de regeling van de bouwsector, die haar huidige kenmerken behoudt. De bedoeling is wel dat de bouwsector op termijn de algemene regeling zal volgen.

Voor wat betreft de algemene regeling werd enkel het wettelijk kader vastgelegd (Wet 28 december 2011, BS 30 december 2011). In de Wet houdende diverse bepalingen wordt nu de concrete berekeningswijze van de bijdrage vastgelegd:

((a-110)+(a-130)+(a-150)+(a-170)+(a-200)) x n

  • a = het totaal aantal dagen tijdelijke werkloosheid ingevolge gebrek aan werk wegens economische redenen die door de werkgever voor elke handarbeider of leerling onderworpen aan de wetten op de jaarlijkse vakantie van de werknemers die hij heeft tewerkgesteld in de referteperiode (= het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar van de mededeling van de jaarlijkse bijdrage);
  • n = een forfaitair bedrag dat 20 EUR bedraagt, met dien verstande dat indien een berekening in de formule een negatief resultaat oplevert, dit resultaat niet wordt opgenomen in de formule.

Ter illustratie: Een onderneming kent tijdens de voorziene referteperiode 135 dagen tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen. De bijdrage bedraagt [(135-110) + (135-130)] x 20 = 600 EUR.

De inning van de bijdrage gebeurt door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) die de ontvangen bedragen zal doorstorten aan de Rijksdienst voor Jaarlijkse vakantie (RJV).

Verder gelden onderstaande uitzonderingen:

  • De Minister van Werk kan in het kader van een erkenning als onderneming in moeilijkheden beslissen om de jaarlijks te vorderen bijdrage te halveren in het jaar van erkenning en eventueel in het volgende jaar;
  • Bij Koninklijk Besluit (KB) kan een tijdelijke vrijstelling van de jaarlijkse bijdrage worden voorzien voor één of meerdere sectoren die zich in een economische risicosituatie bevinden. Concrete modaliteiten omtrent deze vrijstelling dienen nog te worden uitgewerkt;
  • In geval van uitzonderlijke economische omstandigheden kan een Koninklijk Besluit voorzien in een tijdelijke afwijking die algemeen geldt.

De regeling is van toepassing vanaf 1 augustus 2013.

Bron: 

  • Wet houdende diverse bepalingen, BS 1 augustus 2013, 48270.