• nl
Taalkeuze

Retroactieve nuancering inzake RSZ op beŽindigingsvergoedingen vanaf 1 oktober 2013

Categorie: RSZ   Datum: 3/01/2014

In onze Nieuwsflash van 7 oktober 2013 berichtten we u reeds dat vanaf 1 oktober 2013 op bijna  alle beëindigingsvergoedingen RSZ verschuldigd zou zijn. Deze maatregel diende als bestrijding van bepaalde frauduleuze praktijken. 

Het KB van 24 september 2013 dat deze maatregel uitvoerde, had evenwel tot gevolg dat ook verschillende beëindigingsvergoedingen waarbij er geenszins sprake was van een frauduleuze handeling of een ontduiking van de wet, aan RSZ werden onderworpen.  Deze situatie wordt opnieuw hersteld. Deze maatregelen treden in werking vanaf 1 oktober 2013.

Beschermingsvergoedingen blijven dan toch RSZ-vrij vanaf 1 oktober 2013

Niettegenstaande het KB van 24 september 2013 voorzag in de onderwerping van onderstaande vergoedingen aan RSZ-bijdragen, blijven de aan de werknemers verschuldigde vergoedingen, wanneer de werkgever zijn wettelijke, contractuele of statutaire verplichtingen niet nakomt dan toch RSZ-vrij. In het bijzonder worden hier bedoeld de bedragen die als schadevergoeding worden betaald en de wettelijke vergoedingen die als aanvulling van de verbrekingsvergoedingen verschuldigd zijn aan bepaalde categorieën van beschermde werknemers (militairen, zwangere vrouwen, ...), m.n. de beschermingsvergoedingen.

Uitzondering: volgende beëindigingsvergoedingen waren reeds vóór 1 oktober 2013 RSZ-onderworpen en blijven ook RSZ-onderworpen:

  • de onregelmatige beëindiging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever (verbrekingsvergoeding);
  • de eenzijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst voor personeelsafgevaardigden;
  • de eenzijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst voor syndicale afgevaardigden;
  • de beëindiging van de arbeidsovereenkomst in gemeenschappelijk akkoord.

Wat met vergoedingen collectief ontslag en willekeurig ontslag vanaf 1 oktober 2013?

Niettegenstaande het KB van 24 september 2013 uitdrukkelijk stelde dat de vergoedingen collectief ontslag en willekeurig ontslag niet als loon werden beschouwd en bijgevolg niet RSZ-onderhevig zijn, worden deze vergoedingen opnieuw uit de opsomming van vergoedingen, dewelke niet als loon worden beschouwd geschrapt (art. 19 KB 28 november 1969).

Dit betekent evenwel niet automatisch dat de vergoedingen collectief ontslag en willekeurig ontslag vanaf 1 oktober 2013 RSZ-onderhevig worden. Immers, ook vóór het KB van 24 september 2013 werden deze vergoeding onder bepaalde voorwaarden als RSZ-vrij bestempeld. Ondanks de schrapping uit de lijst van de vergoedingen dewelke niet als loon worden beschouwd, zouden deze vergoedingen toch verder RSZ-vrij kunnen worden toegekend. Wij vragen hieromtrent nog bevestiging van de bevoegde RSZ-diensten. 

Niet-concurrentievergoedingen en uitwinningsvergoedingen vanaf 1 oktober 2013

Voor de niet-concurrentievergoedingen die betaald worden 12 maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst en voor de uitwinningsvergoeding van handelsvertegenwoordigers, blijft gelden dat deze vanaf 1 oktober 2013 RSZ-onderworpen worden. 

Cumul met werkloosheidsuitkeringen vanaf 1 november 2013

Door bovenstaande wijziging in de RSZ-regelgeving diende ook de werkloosheidreglementering hierop opnieuw te worden afgestemd, zodat bepaalde vergoedingen al dan niet gecumuleerd kunnen worden met werkloosheidsuitkeringen. Het KB van 26 december 2013 voorziet in deze afstemming van de werkloosheidsreglementering op de gewijzigde RSZ-regelgeving. Deze maatregel treedt in werking vanaf 1 november 2013.

Bron:

  • KB van 21 december 2013 tot wijziging van artikel 19 van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, BS 31 december 2013, 104067.
  • KB van 26 december 2013 tot wijziging van artikel 46 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, BS 31 december 2013, 104066.