• nl
Taalkeuze

Sociaal nieuws uit het federaal regeerakkoord Michel-I

Categorie: Sociaal   Datum: 10/10/2014

Na de marathononderhandelingen vorige week zijn de federale regeringsonderhandelaars op 10 oktober 2014 finaal tot een akkoord gekomen. We berichten u graag reeds over een aantal relevante sociaalrechtelijke maatregelen. De integrale tekst van het regeerakkoord kan u hier terugvinden. 

Banenplan

De nieuwe regering wil het scheppen van banen in de private sector als centrale prioriteit stellen. 

In overleg met de sociale partners zal de regering een banenplan uitwerken. Het banenplan richt zich voornamelijk op het op gang brengen van de economie, door onder meer het concurrentievermogen van de bedrijven te versterken en de binnenlandse koopkracht te ondersteunen. Voor het banenplan zal ook overlegd worden met  de gewestregeringen om na te gaan hoe de verschillende overheden elkaar kunnen ondersteunen.

Het banenplan zal zich onder meer richten op de volgende thema’s: 

  • lastenverlaging;
  • levenslang leren;
  • werkervaring;
  • jeugdwerkloosheid;
  • langere en meer gevarieerde loopbanen;
  • kansengroepen. 

In dat kader zal de bestaande opleidingsdoelstelling worden gemoderniseerd om tot een effectieve en afdwingbare verhoging van de opleidingsinspanning te komen, eventueel met een gedeelde en afdwingbare verantwoordelijkheid van werknemers en werkgevers.

Het banenplan zal zich tevens richten op de sector van onderzoek en ontwikkeling. Er zal onder meer worden nagegaan of het opportuun is de vrijstelling van doorstorting bedrijfsvoorheffing voor wetenschappelijk onderzoek te versterken. 

De relancemaatregel “Specifieke steun in ontwrichte zones” zal zo snel mogelijk worden uitgevoerd, uiteraard in samenwerking met de verschillende gewestregeringen. 

Loonkostenhandicap 

De regering Michel-I verbindt er zich toe om minstens de loonkostenhandicap met de buurlanden (Duitsland, Nederland, Frankrijk) die sinds 1996 wordt waargenomen vóór het einde van de legislatuur weg te werken. 

Dit zal gebeuren door:

  • een indexsprong in 2015;
  • vroeger werk te maken van de lastenverlaging die vervat is in het competitiviteitspact;
  • een verdere periode van loonmatiging in 2015 en 2016.

De automatische loonindexering, die een breekpunt vormde in de regeringsvorming, blijft bestaan. Het mechanisme kan eventueel wel verder worden hervormd. 

Herziening van de wet vrijwaring concurrentievermogen 

De wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen zal worden aangepast. 

De aanpassing heeft volgende doelen: 

  • de sociale partners houden bij de bepaling van de maximummarge van de evolutie van de loonkosten niet enkel rekening met de vooruitzichten voor de evolutie voor de komende twee jaar, maar ook met de evolutie van de loonkosten die werd vastgesteld in de voorbije twee jaar. Er wordt tevens telkens een vergelijking gemaakt met de referentielanden;
  • de loonsubsidies die in aanmerking worden genomen voor het meten van de loonhandicap, zullen worden bepaald bij een koninklijk besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad;
  • de loonnorm zal het voorwerp uitmaken van een CAO van de NAR als er een akkoord is met de sociale partners. Bij gebrek aan een interprofessioneel akkoord (IPA) of een akkoord over het bemiddelingsvoorstel, zal de loonnorm worden bepaald bij een in ministerraad overlegd koninklijk besluit;
  • er moet een efficiënt toezicht worden ingevoerd op elke CAO die een hogere loonevolutie dan de loonnorm voorziet of daarin resulteert;
  • er wordt een automatisch correctiemechanisme ingevoerd voor de vastgestelde overschrijdingen;
  • de overheidsbedrijven (Belgacom, Bpost,…) zullen voortaan ook onder het toepassingsgebied van de loonnormwet van 1996 vallen.

Vermindering loonlasten

De regering zal de vermindering van de werkgeverslasten, die reeds voorzien was in het concurrentiepact, verder uitbreiden. Het basispercentage van de werkgeversbijdragen wordt verminderd met als doelstelling een basispercentage van 25% te bereiken. Reeds bestaande voordeligere tarieven (bv. lage lonen, eerste aanwervingen, …) blijven behouden.

Werkloosheidsval beperken

Teneinde arbeid beter te belonen, voorziet de regering in een daling van de fiscale en sociale lasten die van het brutoloon worden afgehouden. De lastenvermindering moet ervoor zorgen dat het verschil tussen de vervangingsinkomens en de laagste inkomens uit arbeid groter wordt.

Modernisering van de arbeidsmarkt

Er wordt een nieuw loonmodel vooropgesteld waarbij werknemers een loon ontvangen dat meer overeenstemt met hun competenties en productiviteit, in plaats van een loutere lineaire toename in functie van leeftijd en anciënniteit. Sectorale loonbarema’s zullen in die zin (geleidelijk) worden aangepast.

Ook de loopbaan wordt gemoderniseerd. De regering voorziet daartoe volgende maatregelen:

  • Meer soepelheid in de loopbaanspreiding;
  • Invoeren van een ‘loopbaanrekening’. Het betreft een soort van spaarrekening waarbij tijd en/of loon verzameld wordt en die kan gebruikt worden om de loopbaan te onderbreken, de overgang tussen twee banen te overbruggen of om het wettelijk pensioen aan te vullen;
  • Telewerk stimuleren;
  • Verdere harmonisering van de statuten arbeider – bediende (gewaarborgd loon, jaarlijkse vakantie, tijdelijke werkloosheid, minder paritaire comités, …);
  • Om te kunnen genieten van werkloosheidsuitkeringen moeten werknemers zich inschrijven bij de VDAB en dit binnen de maand nadat de opzeg is ingegaan;
  • Het 50-dagenkrediet i.h.k.v. studentenarbeid wordt mogelijks omgezet in een urenkrediet;
  • Het stelsel van havenarbeid wordt gemoderniseerd;
  • Kortere procedures bij sluiting van ondernemingen en collectief ontslag zodat werknemers sneller duidelijkheid hebben.

Tijdskrediet en loopbaanonderbreking

Tegen 1 januari 2020 worden de verschillen tussen het tijdskrediet en loopbaanonderbreking van de privésector, de publieke sector en de non-profit sector in kaart gebracht. 

De uitkering voor het niet-gemotiveerd tijdskrediet en loopbaanonderbreking wordt geschrapt. De stelsels van de uitzonderlijke landingsbanen tussen 50 en 54 jaar doven uit en de grens van 55 jaar wordt voor de eerste aanvragen vanaf 1 januari 2015 op 60 jaar gebracht.

Bestaande thematische verloven, gemotiveerd tijdskrediet, ouderschapsverlof, zorgverlof en palliatief verlof blijven behouden. De controle op de motieven en de loopbaanvoorwaarden worden versterkt.

Gemotiveerd tijdskrediet en loopbaanonderbreking en thematische verloven worden volledig en aan het laatst verdiende loon gelijkgesteld bij de berekening van het pensioen. De gelijkstelling voor niet-gemotiveerd tijdskrediet en loopbaanonderbreking wordt afgeschaft. 

Daarnaast wordt de gelijkstelling voor het pensioen alsook het recht voor het gemotiveerd tijdskrediet uitgebreid met maximum 12 maanden (in totaal maximum 48 maanden) als het door de werknemer opgenomen wordt voor de volgende motieven:

  • om te zorgen voor zijn kind tot de leeftijd van 8 jaar;
  • om palliatieve zorgen toe te dienen;
  • om een zwaar ziek of gehandicapt gezins- of familielid bij te staan of te verzorgen.

Loopbaaneinde (SWT)

De regering streeft naar een geleidelijke verhoging van de effectieve loopbaanduur van 45 jaar.

In dit kader worden volgende maatregelen genomen:

  • Vanaf 1 januari 2015 wordt de leeftijdsvoorwaarde voor alle nieuwe algemene collectieve arbeidsovereenkomsten inzake SWT en CAO nr. 17 verhoogd van 60 naar 62 jaar voor de nieuwe instromers. Werknemers die reeds in opzeg geplaatst zijn uiterlijk op datum van 31 oktober 2014 kunnen nog een beroep doen op de huidige voorwaarden.
  • Vanaf 1 januari 2015 wordt de leeftijdsvoorwaarde voor SWT van de stelsels 33 jaar beroepsverleden (zware beroepen) en 40 jaar beroepsverleden (lange loopbaan) verhoogd naar 58 jaar voor de nieuwe instroom. Op 1 januari 2017 wordt de leeftijdsvoorwaarde verder verhoogd naar 60 jaar. Werknemers die reeds in opzeg geplaatst zijn uiterlijk op 30 oktober 2014 kunnen nog een beroep doen op de huidige voorwaarden.
  • Vanaf 1 januari 2017 wordt de leeftijdsvoorwaarde voor SWT in geval van ondernemingen in moeilijkheden/herstructurering verhoogd naar 60 jaar voor de nieuwe instromers. Werknemers van bedrijven met het statuut van ondernemingen in moeilijkheden/herstructurering waarvan de erkenning werd afgeleverd op uiterlijk 31 december 2016, kunnen nog een beroep doen op de huidige voorwaarden.

Deelname aan de arbeidsmarkt aanmoedigen

Werkzoekenden moeten worden aangespoord om zo snel mogelijk terug aan de arbeidsmarkt deel te nemen. Op dit vlak worden volgende maatregelen voorzien:

  • De versterkte degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen wordt voortgezet;
  • De definitie van ‘passende dienstbetrekking’ wordt aangepast;
  • Er wordt een gemeenschapsdienst (2 halve dagen per week) ingevoerd voor langdurig werkzoekenden;
  • Na 2 jaar deeltijds werken wordt de toeslag bij de inkomensgarantie-uitkering met 50% verminderd;
  • Vanaf 1 januari 2015 wordt voor nieuwe werklozen onder de 21 jaar, het recht op een inschakelingsuitkering gekoppeld aan een minimale diplomavereiste. De maximale leeftijd in de inschakelingsuitkering wordt verlaagd tot 25 jaar;
  • De actieve en passieve beschikbaarheid van werklozen wordt uitgebreid tot 65 jaar;
  • De anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen wordt afgeschaft voor de nieuwe instromers vanaf 1 januari 2015.

Re-integratie van personen die arbeidsongeschikt zijn

De regering zal een grondige hervorming doorvoeren van de verzekering arbeidsongeschiktheid. Ten laatste 3 maanden na de start van de arbeidsongeschiktheid wordt een re-integratieplan en, voor wie het nodig is, tevens een tijdelijk herinschakelingstraject opgemaakt met prioritaire aandacht voor de (rest)mogelijkheden op de arbeidsmarkt.

Vandaag bestaat het belangrijkste instrument voor professionele re-integratie uit de mogelijkheid voor personen met een arbeidsongeschiktheid van minstens 50% om gedeeltelijk het werk te hervatten. De regering zal onderzoeken in welke mate deze mogelijkheid kan worden uitgebreid naar personen met een lager percentage van arbeidsongeschiktheid. Daarbij moet een inactiviteitsval worden vermeden, zodat voltijdse re-integratie steeds lonend blijft.

Gewaarborgd loon

De periode van gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid wordt op 2 maanden gebracht. Zo worden werkgevers geresponsabiliseerd en krijgen ze de mogelijkheid om via preventieve maatregelen en aangepast werk, te vermijden dat de werknemers definitief de arbeidsmarkt verlaten en arbeidsongeschikt blijven.

Arbeidsmarkt inclusief maken

De regering stimuleert de gelijkheid van kansen op de arbeidsmarkt. Gendergelijkheid en integratie voor personen met een migratie-achtergrond en arbeidshandicap verdienen meer aandacht. Men zal tevens de participatie verhogen van de ouderen en de strijd voeren tegen de jeugdwerkloosheid. 

De regering wenst beter rekening te houden met de genderdimensie op de arbeidsmarkt en zal hierbij tevens bijzondere aandacht besteden aan de loonkloof, het verzoenen van werk en privéleven,…..

Zowel in de private als in de publieke sector moet er een divers en niet-discriminerend personeels- en aanwervingsbeleid gevoerd worden.

Horeca

De regering zal een korting toekennen op de arbeidskosten inzake de overuren. Er wordt voorzien in een verhoging van het aantal uren voor de fiscale vrijstelling van doorstorting, van 180 uren naar 360 uren. De interne grens wordt omhoog getrokken van 143 naar 250 uren. 

Daarnaast wordt ook de regeling inzake gelegenheidsarbeid hervormd: 

  • De grens van 100 dagen wordt op 200 dagen gebracht; 
  • Werknemers die minimaal een 4/5de  job hebben bij een andere werkgever krijgen de mogelijkheid in de horeca bij te verdienen aan netto + 25% werkgeversbijdragen.

Bovenstaande maatregelen worden uitgevoerd in de loop van 2015, zodat de controle via de geregistreerde kassa kan verlopen.

De regering zorgt daarenboven voor een administratieve vereenvoudiging van onder andere de sociale documenten, zoals de onmiddellijke aangifte van tewerkstelling (DIMONA).

Zoals ook voor alle andere sectoren zal de regering erop toezien dat er een charter wordt opgesteld en ondertekend tussen de diverse inspectiediensten en de vertegenwoordigers van de sector. Hierin zal onder andere worden opgenomen dat bij controles de goede werking van de zaak en de klanten moeten worden gerespecteerd evenals de correcte behandeling van personeel en eigenaars van de zaak. Prioriteit moet worden gegeven aan structurele problemen en niet aan fouten die te goeder trouw zijn gemaakt.

Pensioen

Vervroegd pensioen

In 2015 en 2016 wordt het reeds voorziene groeitraject voor leeftijds- en loopbaanvoorwaarden voor het vervroegd pensioen behouden. Vervolgens stijgt de loopbaanvoorwaarde naar 41 jaar in 2017 en 42 jaar in 2019. 

De leeftijd waarop men op vervroegd pensioen kan gaan, wordt opgetrokken naar 62,5 jaar in 2017 en naar 63 jaar in 2018.

Wettelijk pensioen

De wettelijke pensioenleeftijd wordt in 2025 verhoogd naar 66 jaar en zal in 2030 67 jaar bedragen.

Toegelaten inkomen

Voortaan zullen meer gepensioneerden onbeperkt kunnen bijverdienen. Op dit ogenblik is deze mogelijkheid er enkel voor gepensioneerde 65-plussers met een loopbaan van 42 jaar. Dit zou voortaan mogelijk worden voor alle gepensioneerde 65-plussers ongeacht hun loopbaan. Dit zou ook gelden voor wie met vervroegd pensioen gaat en een loopbaanvoorwaarde van 45 jaar heeft.

Lange loopbaan

Conform de regeling voor het vervroegd pensioen, zullen de loopbaanvoorwaarden voor uitzonderingen voor zeer lange loopbanen opgetrokken worden om in 2019 nog op 60 of 61 jaar met pensioen te kunnen gaan. De loopbaanvoorwaarde zal vanaf 2019 44 jaar bedragen om op 60 jaar met pensioen te gaan en 43 jaar om op 61 jaar met pensioen te gaan.

Zwaar beroep

De regering zal in overleg met de sociale partners specifieke pensioenmaatregelen treffen voor zware beroepen in de privésector (werknemers en zelfstandigen) en de openbare sector, op basis van de volgende principes:

  • Er zullen objectieve criteria worden opgesteld op basis waarvan een voor herziening vatbare lijst met zware beroepen en preferentiële tantièmes zal worden opgesteld;
  • Voordeliger modaliteiten inzake loopbaanvoorwaarden voor het (vervroegd) pensioen en de berekening van het pensioen zullen mogelijk zijn.

Er zullen specifieke maatregelen worden genomen om het mogelijk te maken om de loopbaan verder te zetten nadat men gedurende een bepaalde periode een zwaar beroep heeft uitgeoefend.

De sociale partners bepalen op interprofessioneel niveau een maximum aantal beroepen dat in aanmerking komt als zwaar beroep.

Overgangsperiode

Wie vóór eind 2016 aan de voorwaarden voldoet om op vervroegd pensioen te vertrekken, behoudt deze voorwaarden ongeacht de latere werkelijke ingangsdatum van zijn pensioen. 

Wie in 2016 net niet aan de loopbaan- en leeftijdsvoorwaarden voldoet, 58 jaar is en onder de oude regeling op één, twee of drie jaar van zijn vervroegd pensioen stond, zou onder de nieuwe regeling in een aantal gevallen drie, vier of vijf jaar langer moeten werken dan voorzien. Daarom is bij wijze van overgangsregeling voorzien dat het aantal bijkomend te werken jaren beperkt is tot twee. Voor personen die in 2016 59 jaar of ouder zijn en zich in dezelfde situatie bevinden, zal het aantal bijkomend te werken jaren beperkt zijn tot één.

Diverse

Naast bovenvermelde maatregelen voorziet het regeerakkoord tevens in onderstaande maatregelen: 

  • Ook op vlak van de aanvullende pensioenen wordt in bepaalde maatregelen voorzien;
  • Versterking van het statuut van zelfstandigen;
  • Opvoeren van de strijd tegen sociale fraude en sociale dumping;
  • Uitkeringsfraude (frauduleuze onderwerping aan sociale zekerheid) wordt strenger aangepakt;
  • Eventuele uitbreiding van de hoofdelijke aansprakelijkheid naar andere sectoren;
  • Verdere aanpassingen aan het kunstenaarsstatuut;
  • In de personenbelasting wordt tevens voorzien in een verhoging van het tarief van de forfaitaire beroepskosten, waardoor men netto meer zou overhouden.

Bron: 

  • Persberichten
  • Regeerakkoord van 10 oktober 2014