• nl
Taalkeuze

Sociale wetgeving in de maak

Categorie: Sociaal   Datum: 5/07/2013

1. Wetsontwerp houdende diverse bepalingen

Op 19 juni 2013 diende de regering een wetsontwerp in dat een regeling invoert voor een jaarlijkse bijdrage voor overbenutting van het stelsel van economische werkloosheid voor arbeiders, waarbij een vergoeding moet worden betaald die exponentieel stijgt per dag economische werkloosheid. Deze regeling is dus voordeliger voor wie minder gebruik maakt van het systeem. De bouwsector, die een afwijkende regeling kent zonder exponentiële stijging, kan zich indien ze dat wenst aansluiten bij de gemeenrechtelijke regeling. Op de bijdrageregeling wordt een uitzondering gemaakt voor ondernemingen in moeilijkheden. De koning krijgt ook de mogelijkheid in een algemene of sectorale tijdelijke afwijking te voorzien, op voorstel of advies van hetzij een paritair comité, hetzij de Nationale Arbeidsraad.

Verder voorziet het ontwerp ook in de verlenging tot 30 juni 2015 van de overgangsregeling met betrekking tot de sanctionering van inbreuken op algemeen verbindend verklaarde cao’s die niet reeds door een artikel van het Sociaal Strafwetboek gesanctioneerd worden. Dit om het overleg binnen de Nationale Arbeidsraad betreffende deze bepalingen de nodige tijdsruimte te geven.

Daarnaast wordt ook de leeftijd vanaf dewelke een verkorte opzeggingstermijn mogelijk is voor leden van het stuurpersoneel of van het cabinepersoneel van de burgerlijke luchtvaart verhoogd van 55 jaar naar 65 jaar. Het ontwerp bepaalt verder dat de Arbeidsovereenkomstenwet van 3 juli 1978 ook van toepassing wordt op de binnenscheepvaart.

Tot slot heft het ontwerp ook enkele in onbruik geraakte artikelen met betrekking tot de opname van het adoptieverlof op.

Bron:

  • Wetsontwerp van 19 juni 2013 houdende diverse bepalingen, Parl. St. nr. 53-2891/001

2. Wetsontwerp betreffende modernisering van het arbeidsrecht en houdende diverse bepalingen

De regering heeft op 24 juni 2013 een wetsontwerp ingediend dat een gedeelte omzet van het sociale akkoord betreffende de modernisering van het arbeidsrecht dat begin dit jaar werd goedgekeurd. De voornaamste doelstelling van deze akkoorden is het flexibiliseren van de arbeidswetgeving. Vooral de regeling met betrekking tot overuren wordt versoepeld.

Het ontwerp verhoogt vooreerst de huidige interne overurengrens. Deze interne overurengrens verhindert dat een werknemer niet voldoende inhaalrust geniet. Een werknemer mag in de loop van een trimester maximum een aantal overuren presteren. Zodra die grens bereikt wordt, moet er eerst inhaalrust worden toegekend. Deze overurengrens wordt verhoogd van 65 uren naar 78 uren. Indien de referteperiode één jaar bedraagt in plaats van een semester, ligt deze grens op 91 uren – die echter slechts te rekenen zijn vanaf de vierde maand van de referteperiode. De overurengrens kan, mits het volgen van een bijzonder procedure op ondernemingsniveau, worden verhoogd naar 130 uren.

Verder verhoogt het ontwerp ook het krediet van overuren waarvoor de werknemer kan afzien van inhaalrust. De werknemer kan binnen een gelimiteerd kader afzien van het inhalen van de overuren gepresteerd ten belope van dit jaarlijkse krediet. Dit krediet wordt van 65 uren naar 91 uren per jaar gebracht en kan mits het volgen van dezelfde bijzondere procedure naar 130 uren worden gebracht.

De aangegeven bijzondere procedures zullen dus een aanpassing van de bepalingen van het arbeidsreglement mogelijk maken zonder dat daarbij de normale procedures van de Arbeidsreglementenwet moeten worden nageleefd. Dit alles dient evenwel te gebeuren in overeenstemming met de vormvereisten voor die bepalingen in het arbeidsreglement. Ook aan de publicatievereisten moet steeds voldaan worden.  

Ten slotte regelt het ontwerp ook de verlenging van de regeling in verband met de toekenning van de eenmalige innovatiepremie en de verlenging van de vrijstelling om jongeren aan te werven in het kader van het startbanenstelsel. De tijdelijke maatregel betreffende de inspanning ten voordele van de risicogroepen en de vrijstelling van deze inspanning voor bepaalde categorieën werkgevers wordt opgeheven.

Bron:

  • Wetsontwerp van 24 juni 2013 betreffende de modernisering van het arbeidsrecht en houdende diverse bepalingen, Parl. St. Kamer nr. 53-2904/001.