• nl
Taalkeuze

Toch RSZ verschuldigd voor occasionele werknemers?

Categorie: RSZ   Datum: 1/08/2014

Op 16 juni 2011 heeft de Internationale Arbeidsorganisatie Conventie nr. 189 betreffende huisarbeid aangenomen. Deze Conventie stelt een aantal bepalingen met betrekking tot waardig werk voor huisarbeiders vast. De Lidstaten moeten nakijken hoe zij hun wetgeving gaan aanpassen aan de bepalingen van deze Conventie.

Voor België betekent dit een wijziging aan de Besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. Deze wet voorziet in een vrijstelling van onderwerping aan de sociale zekerheid voor occasionele werknemers en hun werkgevers.

  • Wordt beschouwd als occasionele arbeid, de arbeid verricht voor de behoeften van de huishouding van de werkgever of van zijn gezin en voor zover die arbeid niet meer bedraagt dan acht uren per week bij één of verschillende werkgevers (= oud artikel 16 KB van 28 november 1969)

Deze maatregel van uitsluiting van RSZ blijft behouden maar er wordt voorzien in een nieuwe definitie van “occasionele arbeid”:

  • Vanaf 1 oktober 2014 wordt als “occasionele arbeid” beschouwd (nieuw artikel 16):
    1. de activiteit of activiteiten verricht ten behoeve van een huishouden van de werkgever of zijn gezin, met uitzondering van manuele huishoudelijke activiteiten;
    2. voor zover de werknemer deze occasionele activiteiten binnen deze huishouding niet beroepsmatig en geregeld ontplooit;
    3. hiervoor van de werkgever slechts een beperkte vergoeding ontvangt; en
    4. voor zover de activiteit niet meer bedraagt dan acht uur per week bij één of meerdere werkgevers.

Worden hierdoor onder meer als occasionele arbeid beschouwd : babysitting of bv. het gezelschap houden van oudere personen, boodschappen doen voor of chauffeur van minder mobiele personen,... voor zover het niet de bedoeling is dat deze activiteit(en) professioneel worden ontplooid. Het betreft hier eerder sociale of vriendendiensten waarvoor een kleine vergoeding wordt betaald.

Manuele huishoudelijke arbeid kan dus bijgevolg onder geen enkele omstandigheid beschouwd worden als occasionele arbeid en wordt dus in alle gevallen onderworpen aan de sociale zekerheid. Het gaat hier veelal om poets- en/of tuinhulpen.

Inwerkingtreding: 1 oktober 2014

Bronnen:

  • Koninklijk besluit van 13 juli 2014 tot opheffing van de artikelen 5 en 18 en tot wijziging van artikel 16 van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, BS 28 juli 2014, 55916;
  • Koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, BS 5 december 1969, 11753.