• nl
Taalkeuze

Twee nieuwe adviezen van de Nationale Arbeidsraad

Categorie: Sociaal   Datum: 5/07/2013

De Nationale Arbeidsraad (NAR) publiceerde onlangs twee nieuwe adviezen. Let wel: het betreffen adviezen over ontwerpwetgeving. Deze zijn op het moment van publicatie van dit artikel nog niet bindend of definitief.

ADVIES 1856 van 25/06/2013

De Raad van State gaf advies omtrent een ontwerp van koninklijk besluit dat wil sleutelen aan de uitzonderingslijst* van vergoedingen die niet onderworpen zijn aan sociale zekerheidsbijdragen:

  • Schrappingen:
    • De aan de werknemer verschuldigde vergoedingen wanneer de werkgever zijn wettelijke, contractuele of statutaire verplichtingen niet nakomt (op een aantal uitzonderingen na). In het bijzonder worden hier bedoeld de als schadevergoeding betaalde bedragen en de wettelijke vergoedingen die als aanvulling van de verbrekingsvergoedingen verschuldigd zijn aan bepaalde categorieën van beschermde werknemers (bv. zwangere vrouwen, …);
    • De uitwinningsvergoeding betaald aan de handelsvertegenwoordiger;
  • Toevoegingen:
    • De vergoedingen verschuldigd in geval van collectief ontslag;
    • De vergoeding die krachtens een beding van niet-mededinging worden betaald binnen een termijn van twaalf maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst.

De Nationale Arbeidsraad kon geen eenparig standpunt innemen. De vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties steunen het ontwerp, de vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties spreken zich uit tegen het voorgelegde ontwerp.

* Artikel 19 van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders (verbrekingsvergoedingen)

ADVIES 1855 van 25/06/2013

Dit advies behandelt een voorontwerp van wet dat gevolg geeft aan het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 19 december 2012 in de zaak C-577/10 Commissie/België. Het Hof oordeelde in dit arrest dat de Belgische reglementering betreffende de verplichting voor een zelfstandige die in een andere lidstaat dan België is gevestigd om een voorafgaande melding te doen vooraleer zijn activiteit in België uit te oefenen in strijd is met het vrij verkeer van diensten. Daarom wil het ontwerp de zogenaamde ‘Limosa-melding’ voor alle soorten stagiairs in de voornoemde programmawet opheffen en ook het Sociaal Strafwetboek, dat de strafbaarheidsstelling van de verplichting regelt, in die zin aanpassen.

De Nationale Arbeidsraad geeft een positief advies met betrekking tot het wetsontwerp, daar het naar hun oordeel niet zal leiden tot een uitholling van de meldingsverplichting. 

De Raad onderlijnt verder ook nogmaals het belang van het gebruik van de gegevens in het Limosa-kadaster om de opsporing van allerlei vormen van fraude te verbeteren en de verschillende inspectiediensten de mogelijkheid te bieden om meer gerichte controles te doen. Hij vraagt dat verder inspanningen worden geleverd om na te gaan hoe deze gegevens het meest doelmatig kunnen worden geëxploiteerd.

Bron: