• nl
Taalkeuze

Update van reglementering onderneming in moeilijkheden/herstructurering en veralgemening terugbetaling inschakelingsvergoeding

Categorie: Sociaal   Datum: 11/07/2014

In het Belgisch Staatsblad van 7 juli 2014 werd het KB van 13 juni 2014 gepubliceerd dat voorziet in enkele noodzakelijke (terminologische) aanpassingen en verwijzingen ingevolge de nieuwe reglementering zoals voorzien in de Wet Eenheidsstatuut. 

Ondernemingen in moeilijkheden of herstructurering - verkorte opzeggingstermijnen SWT

Ondernemingen erkend als onderneming in moeilijkheden of herstructurering kunnen in geval van opzegging van werknemers door de werkgever met het oog op een stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) (voorheen: brugpensioen), onder bepaalde voorwaarden verkorte opzeggingstermijnen hanteren. Vanaf 1 januari 2014 geldt dat deze verkorting mogelijk is tot minimaal 26 weken (art. 37/11 Arbeidsovereenkomstenwet 3 juli 1978). 

De nadere regels en uitvoeringsmodaliteiten van deze mogelijkheid werden in verschillende KB’s vastgesteld. De bepalingen zoals voorzien in deze respectievelijke KB’s waren evenwel nog niet afgestemd op de nieuwe bepalingen dewelke ingevoerd werden door de Wet Eenheidsstatuut. Het KB van 13 juni 2014 voorziet in de nodige aanpassingen in deze verschillende KB’s. De procedure t.a.v. de werknemer dewelke gevolgd dient te worden tot inkorting van de opzeggingstermijn blijft grosso modo dezelfde, m.n.:

  1. Vooreerst dient de werkgever een opzegging te betekenen aan de werknemer volgens de algemeen geldende opzeggingsregels;
  2. Na de kennisgeving van het ontslag cf. 1. kunnen de werkgever en werknemer bij schriftelijke overeenkomst overeenkomen om de opzeggingstermijn of –vergoeding in te korten;
  3. De opzeggingstermijn of –vergoeding mag niet korter zijn dan 26 weken (voorheen: 6 maanden) (deze termijn vangt pas aan vanaf de schriftelijke overeenkomst zoals in 2.);
  4. De werkgever dient tevens de overlegprocedure SWT zoals voorzien in art. 10 CAO nr. 17 NAR te respecteren, m.n. overleg voorafgaand aan het ontslag tussen de werkgever en de vertegenwoordigers van het personeel in de ondernemingsraad, of indien er geen ondernemingsraad is, met de leden van de syndicale afvaardiging, of anders met de vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties, of anders met de werknemers van de onderneming.

In tegenstelling tot vroeger is de mogelijkheid tot inkorting van de opzeggingstermijn zowel mogelijk voor arbeiders als bedienden (voorheen: enkel bedienden). 

Gedeeltelijke terugbetaling inschakelingsvergoeding door RVA – ook voor bedienden

Daarnaast past het KB van 13 juni 2014 ook de terminologie aan in het KB van 9 maart 2006 betreffende het activerend beleid bij herstructureringen. Dit laatste KB voorziet immers dat een werkgever in bepaalde gevallen een inschakelingsvergoeding moet betalen aan een ontslagen arbeider ingevolge een herstructurering met collectief ontslag. Wanneer deze inschakelingsvergoeding hoger is dan de normale opzeggingsvergoeding, kan de werkgever het gedeelte dat hoger is, terugvorderen van de RVA. Vanaf 1 januari 2014 is dit mogelijk voor alle werknemers en niet alleen voor arbeiders. Het KB van 13 juni 2014 past dan ook louter de terminologie aan van ‘arbeider’ naar ‘werknemer’, gezien deze maatregel niet louter meer beperkt is tot arbeiders. 

Deze maatregelen hebben uitwerking vanaf 1 januari 2014 en zijn van toepassing als de opzegging overeenkomstig de nieuwe opzeggingsregels (art. 37 Arbeidsovereenkomstenwet 3 juli 1978) uitwerking heeft op of na 1 januari 2014.

Bron: 

  • KB van 13 juni 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 december 1992 betreffende de toekenning van werkloosheidsuitkeringen in geval van conventioneel brugpensioen, van het koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot regeling van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag en van het koninklijk besluit van 9 maart 2006 betreffende het activerend beleid bij herstructureringen, BS 7 juli 2014, 51729.