• nl
Taalkeuze

Vrijstelling van doorstorting bedrijfsvoorheffing in steunzones

Categorie: Fiscaal   Datum: 10/04/2015

De relancewet van 15 mei 2014 voorzag in een nieuwe fiscale steunmaatregel met name de gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting BV voor investeerders die in een vooraf bepaalde steunzone investeren.

Belangrijk is dat men op heden de vrijstelling van doorstorting bedrijfsvoorheffing voor investeringen in steunzones nog niet kan toepassen. Er ontbreken immers nog heel wat uitvoeringsbesluiten.

Hieronder vindt u reeds de krachtlijnen terug van bovenstaande maatregel.

Let wel de voorwaarden om van de vrijstelling van doorstorting bedrijfsvoorheffing te genieten variëren naargelang de werkgever al dan niet gekwalificeerd wordt als een KMO.

Doel maatregel

Werkgevers die in een steunzone investeren met het oog op de creatie van nieuwe jobs, kunnen tijdelijk genieten van een verlaging van de loonkost van de werknemers die ze naar aanleiding van deze investering aanwerven. Op die manier wil de overheid ondernemingen aanmoedigen om nieuwe werknemers in dienst te nemen.

Wat is een steunzone?

Een steunzone is een zone die wordt getroffen door het collectief ontslag van werknemers en die voor een maximale periode van zes jaar, op voorstel van een Gewest, het statuut van ‘steunzone’ kan krijgen. 

Elk gewest kan maximaal 4 steunzones voorstellen.

De steunzones die de gewesten voorstellen, moeten worden opgenomen in een uitvoerings-KB. 

De steunzones worden ingedeeld in 2 verschillende groepen:

  • Groep A bevat de steunzones of delen van steunzones die binnen de steungebieden vallen die zijn opgenomen op de regionale steunkaart;
  • Groep B bevat de steunzones of delen van steunzones die niet binnen de steungebieden vallen die zijn opgenomen op de regionale steunkaart.

Elke steunzone moet aan een reeks voorwaarden voldoen: 

  • Steunzones dienen zich binnen een straal van maximum 40 km van de getroffen vestigingen te bevinden;
  • De steunzones mogen per gewest in het totaal maximaal 2000 km² beslaan en geen inwonersaantal omvatten dat hoger is dan 200.000;
  • Een bepaald gebied kan het statuut van steunzone krijgen voor een maximale periode van 6 jaar.

De gewesten dienen op heden nog uitvoerings-KB’s af te sluiten.

Vereiste jobcreatie door investering in steunzone

Om in aanmerking te komen voor de gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting bedrijfsvoorheffing moet de werkgever investeringen verrichten in een inrichting gelegen in een steunzone.

Het kan hierbij gaan om een investering in materiële of immateriële vaste activa die diverse vormen kan aannemen, bv. de oprichting van een nieuwe inrichting, de uitbreiding van de capaciteit van een bestaande inrichting, enz.

De investering kan ook onder bepaalde voorwaarden betrekking hebben op een overname van materiële of immateriële vaste activa.

Op basis van de investering moet vervolgens een of meerdere nieuwe arbeidsplaatsen gecreëerd worden. Om in aanmerking te komen voor de gunstmaatregel moet de nieuwe arbeidsplaats ingevuld worden binnen de 36 maanden na voltooiing van de investering.

‘Nieuw’ wil zeggen dat de arbeidsplaats het aantal werknemers (in FTE) in de betrokken inrichting moet verhogen ten opzichte van het gemiddelde aantal werknemers (in FTE) over de 12 maanden voorafgaand aan de voltooiing van de investering.

Voorafgaande formaliteit

Voor de aanvang van de investering moet de werkgever een bepaald formulier overmaken aan de FOD financiën waarin bepaalde gegevens of verklaringen moeten vermeld worden. 

De werkgever dient onder meer de opzet en uitvoering van investering, de datum voor de aanvang en verwachte voltooiing van de investering, raming van de loonkosten die verbonden zijn aan de verwachte bijkomende arbeidsplaatsen en een berekening van de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing te vermelden.

Op heden is dit formulier nog niet beschikbaar.

Voorwaardelijke toekenning

De vrijstelling van doorstorting wordt in eerste instantie slechts voorwaardelijk toegekend. Zij wordt pas definitief indien de door de investering gecreëerde tewerkstelling ten minste 3 jaar (5 jaar indien de onderneming niet onder de regeling KMO valt) behouden is gebleven.

Vrijstelling 

De vrijstelling geldt voor 25% van de ingehouden BV. Deze gedeeltelijke vrijstelling van de doorstortingsplicht van de BV geldt enkel voor de bezoldigingen die uitbetaald worden aan de werknemers die een nieuw gecreëerde arbeidsplaats invullen binnen de 36 maanden na voltooiing van de investering.

Bovendien is de vrijstelling van doorstorting per investering beperkt tot een maximum van 7,5 miljoen euro.

Bewijs 

Om de vrijstelling te verkrijgen, moet de werkgever tijdens een driejarige (vijfjarig indien de onderneming niet onder de regeling KMO valt) termijn aantonen in een bijlage aan zijn aangifte in de inkomstenbelasting dat de voorwaarden werden nageleefd (behoud van de arbeidsplaats).

Uitsluitingen

De regelgeving voorziet uitdrukkelijk in een aantal uitsluitingen. Zo komen onder meer investeringen van een KMO die kaderen in de uitoefening van een activiteit in de sectoren van de visserij en aquacultuur en de productie van landbouwproducten niet in aanmerking.

De gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting bedrijfsvoorheffing is niet cumuleerbaar met de vrijstellingen van doorstorting bedrijfsvoorheffing voor overuren, wetenschappelijk onderzoek, zeevissers en zeevervoer, bezoldigde sportbeoefenaars en de koopvaardij-, de bagger- en de sleepvaartsector.

Inwerkingtreding

De wet treedt in werking op 2 april 2015. Zoals hierboven reeds vermeld, ontbreken er op heden nog een aantal uitvoerings-KB’s.

Bron:

  • Wet 24 maart 2015 houdende de aanpassing van titel 3 van de wet van 15 mei 2014 houdende uitvoering van het pact voor competitiviteit, werkgelegenheid en relance en van de artikelen 2758 en 2759 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 aan de Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (1), BS 2 april 2015, 20173.