• nl
Taalkeuze

Weerslag van de ontslagcompensatievergoeding voor arbeiders op het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag

Categorie: Eenheidsstatuut   Datum: 16/05/2014

Arbeiders die reeds in dienst waren voor 1 januari 2014 en nadien ontslagen worden door de werkgever, kunnen onder bepaalde voorwaarden aanspraak maken op een ontslagcompensatievergoeding ten laste van de RVA. Deze vergoeding komt bovenop de opzeg of verbrekingsvergoeding verschuldigd door de werkgever. De vergoeding heeft tot doel het verschil tussen het statuut arbeider en bediende voor het verleden weg te werken. 

Meer info inzake de voorwaarden en de berekening van de ontslagcompensatievergoeding kan u terugvinden in onze nota “Eenheidsstatuut – de Wet”. 

De ontslagcompensatievergoeding wordt beschouwd als een soort verbrekingsvergoeding, waardoor er geen werkloosheidsuitkeringen verschuldigd zijn in de periode gedekt door deze vergoeding. Dit heeft twee gevolgen:

De ontslagcompensatievergoeding versus de aanvang van het SWT

Het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT - het vroegere brugpensioen) voorziet in een bedrijfstoeslag door de werkgever (i.e. aanvullende vergoeding) bovenop de werkloosheidsuitkeringen. 

Aangezien de SWT-er slechts recht zal hebben op werkloosheidsuitkeringen na het verstrijken van de periode gedekt door de ontslagcompensatievergoeding, zal het SWT pas dan aanvangen. Dit betekent dat de werkgever op een later tijdstip de bedrijfstoeslag is verschuldigd. 

De arbeider zelf moet op het C4-formulier (rubriek II) aanvinken dat hij in aanmerking komt voor de ontslagcompensatievergoeding. De RVA berekent en betaalt de vergoeding. Aangezien de werkgever hier niet bij betrokken wordt, zal hij onwetend zijn over het aanvangstijdstip van het SWT (i.e. vanaf wanneer de bedrijfstoeslag moet betaald worden). 

Het is als werkgever dan ook aan te raden de arbeider uitdrukkelijk te verzoeken te laten weten wanneer de periode gedekt door de ontslagcompensatievergoeding verstreken is of minstens zelf contact op te nemen met de uitbetalingsinstelling zodat de bedrijfstoeslag tijdig en correct wordt betaald. 

De ontslagcompensatievergoeding versus de vervangingsplicht bij SWT

De werkgever is verplicht om alle werknemers die toetreden tot één van de stelsels van werkloosheid met bedrijfstoeslag voor het bereiken van de leeftijd van 60 jaar, te vervangen (tenzij hij hiervan vrijgesteld zou zijn).  

Aangezien het SWT later aanvangt, heeft dit ook tot gevolg dat de periode gedurende dewelke de vervangingsplicht moet vervuld worden, uitgesteld wordt.  

De vervanging dient plaats te vinden vanaf de eerste dag van de vierde maand die de maand voorafgaat waarin het SWT aanvangt tot de eerste dag van de derde maand die volgt op de maand gedurende dewelke het SWT aanvangt.

Bron: 

  • Wet van 26 december 2013 betreffende de invoering van een eenheidsstatuut tussen arbeiders en bedienden inzake de opzeggingstermijnen en de carenzdag en begeleidende maatregelen, BS 31 december 2013, 104147.
  • Nota: Het Eenheidsstatuut – De wet