• nl
Taalkeuze

Werkgelegenheidsplan 45+: update 2016

Categorie: Sociaal   Datum: 12/02/2016

Elke onderneming met meer dan 20 werknemers dient een werkgelegenheidsplan op te stellen met als doel het aantal werknemers van 45 jaar en ouder te behouden of te verhogen. 

Een plan gedurende 4 jaar

Het aantal werknemers wordt berekend op basis van het aantal werknemers in voltijdse equivalenten op de eerste werkdag van het kalenderjaar van de opstelling van het werkgelegenheidsplan. Dit was het eerst op 2 januari 2013. Dat aantal werknemers wordt voor vier jaar vastgesteld; wie bij de telling minder dan 20 werknemers heeft, hoeft 4 jaar lang geen werkgelegenheidsplan op te maken. Wie wel 20 werknemers telde op 2 januari 2013, moet gedurende 4 jaar het plan opstellen (ongeacht een vermindering van het aantal werknemers doorheen de jaren).

Dit betekent dus ook dat een volgende telling van het aantal werknemers op 2 januari 2017 plaats zal vinden. Op basis van dit resultaat zal u opnieuw een werkgelegenheidsplan moeten opstellen voor de volgende 4 jaar of zal u (opnieuw) vrijgesteld worden voor deze periode.  

Het werkgelegenheidsplan 2016

Indien u als werkgever in 2013 een werkgelegenheidsplan heeft opgemaakt (omdat u meer dan 20 werknemers tewerkstelde op 2 januari 2013), dan had u de mogelijkheid om dit in een éénjarenplan of in een meerjarenplan te voorzien. 

Werd het plan voor 1 jaar afgesloten, dan moet er vóór het afsluiten van het boekjaar een nieuw plan worden opgesteld. Gebroken boekjaren sluiten meestal af op 31 maart, 30 juni of 30 september. Als werkgever dient u dus enige actie te ondernemen zodat u tijdig aan al uw verplichtingen kan voldoen. 

Let tevens op dat u een evaluatie opneemt van uw vorig werkgelegenheidsplan. Indien u het nieuwe ontwerp klaar heeft, dient u de procedure tot invoering van een nieuw plan terug concreet te volgen. Met andere woorden, u dient het nieuwe ontwerp voor te leggen aan de ondernemingsraad. Bij ontstentenis van een ondernemingsraad wordt het ontwerp voorgelegd aan de vakbondsafvaardiging of, indien deze laatste evenmin aanwezig is, aan het comité voor preventie en bescherming op het werk of bij ontstentenis aan de werknemers van de onderneming.

De werknemersvertegenwoordigers brengen uiterlijk binnen de twee maanden na ontvangst van het werkgelegenheidsplan een advies uit, waarin eventueel aanvullende of alternatieve voorstellen worden gedaan. Indien de werkgever zijn plan niet aanpast in het licht van dat advies, dan moet hij zijn beslissing toelichten. Bovendien moeten de toelichting en de niet in aanmerking genomen voorstellen als bijlage bij het plan worden gevoegd. De werkgever heeft hiervoor twee maanden tijd.

In ondernemingen met meer dan 20 en minder dan 50 werknemers waar er geen vakbondsafvaardiging is, moet de werkgever de werknemers enkel informeren over het werkgelegenheidsplan; overleg is in dergelijke ondernemingen niet vereist.

In het geval uw plan voor meerdere jaren werd afgesloten, dan dient u uiteraard geen nieuw plan op te maken. U dient echter wel een verslag met voortgang van het plan voor te leggen aan de ondernemingsraad. Indien er geen ondernemingsraad aanwezig is, dient u dit verslag te overhandigen aan de vakbondsafvaardiging of bij gebreke hiervan aan de werknemers zelf. 

Meer info?

Op onze website kan u via onderstaande linken meer informatie terugvinden. 

Bron:

  • CAO nr. 104 NAR 27 juni 2012 over de uitvoering van een werkgelegenheidsplan oudere werknemers in de onderneming, www.cnt-nar.be