• nl
Taalkeuze

Wet diverse bepalingen inzake sociale zaken verschenen!

Categorie: Sociaal   Datum: 27/05/2016

Op 23 mei 2016 is de Wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken verschenen in het Belgisch Staatsblad.
Hieronder vindt u een overzicht van de meest relevante bepalingen uit deze wet.

Competitiviteit

De taxshift-wet heeft de verlaging van de werkgeversbijdragen doorgevoerd voor de werknemers van categorie 1 (profit sector). Voor meer info, zie onze Nieuwsflash van 1 januari 2016 alsook onze berekeningstool waarmee u een simulatie kan maken van het effect van de taxshift op de loonkost van uw onderneming.

De wet diverse bepalingen voert nu bepalingen in voor de werknemers die behoren tot de categorie 3 (beschutte werkplaatsen).

De basiswerkgeversbijdrage voor categorie 3 bedraagt 22,65% vanaf 1 april 2016 en 19,88% vanaf 2018.
Wat deze categorie 3 betreft, wordt een onderscheid ingevoerd tussen de werknemers die de loonmatigingsbijdrage verschuldigd zijn (= de valide werknemers) en de werknemers die de bijdrage niet verschuldigd zijn (= de doelgroepwerknemers). De faciale werkgeversbijdrage voor de werknemers waarvoor de loonmatigingsbijdrage verschuldigd is, stemt overeen met het percentage voorzien voor categorie 1.

Het forfait voor de structurele vermindering voor categorie 3 bedraagt vanaf 1 april 2016 tot en met 31 december 2017:

  • 438 EUR voor een werknemer met loonmatiging;
  • 420 EUR voor een werknemer zonder loonmatiging.

Vanaf 1 januari 2018 wordt volgend onderscheid gemaakt:

  • 0 EUR voor een werknemer met loonmatiging;
  • 260 EUR voor een werknemer zonder loonmatiging.

Dit laatste bedrag zal vanaf 1 januari 2019 worden opgetrokken tot 375 EUR.

Ter info:
Het bedrag voor de lage loongrens en de hoge loongrens voor de berekening van de structurele vermindering van categorie 3, moet nog gepubliceerd worden.

Verder wordt er bevestigd dat de hoge loongrens voor de berekening van de structurele vermindering voor categorie 2 (non-profit sector) wel behouden blijft na 2018. Voor de werkgevers behorende tot categorie 1 en categorie 3 wordt deze hoge loongrens verwijderd uit de berekeningsbasis van de structurele vermindering en dit vanaf 2018.

Aanpassing van de responsabiliseringsbijdrage economische werkloosheid aan de RSZ

De werkgevers die overdreven gebruik maken van het stelsel van economische werkloosheid zijn een responsabiliseringsbijdrage verschuldigd.

Deze responsabiliseringsbijdrage wordt op 2 punten aangepast:

  1. Bij de referentieperiode wordt niet langer rekening gehouden met een kalenderjaar. De bijdrage zal voortaan geïnd worden op trimesterbasis en dit op basis van het aantal dagen werkloosheid tijdens een referteperiode die telkens de laatste 4 opeenvolgende kwartalen dekt.
  2. Bij overschrijding zal de bijdrage niet meer berekend worden op basis van het aantal dagen dat het ‘toegelaten aantal dagen’ overschrijdt, maar op basis van het totaal aantal dagen tijdelijke werkloosheid tijdens het kwartaal van overschrijding.

De verhoogde kwartaalbijdrage kan voor het eerst verschuldigd zijn in het 1ste kwartaal van 2017.

Opmerking

Bovenvermelde wijzigingen worden niet ingevoerd voor de werkgevers in de bouwsector! Voor hen blijft de bijdrage namelijk jaarlijks te innen en blijft de referentieperiode het voorafgaande kalenderjaar.

Economische werkloosheid voor bedienden: wijziging van de voorwaarden om beroep te doen op dit stelsel

Tijdelijke werkloosheid om economische redenen voor bedienden is enkel mogelijk indien er sprake is van een onderneming in moeilijkheden. Er bestonden reeds 3 situaties die hiervoor in aanmerking komen.
De wet diverse bepalingen voegt hier nu een 4de categorie aan toe: ‘de onderneming die door de minister van Werk wordt erkend als onderneming in moeilijkheden op basis van onvoorziene omstandigheden die op korte termijn een substantiële daling van de omzet, de productie of het aantal bestellingen tot gevolg hebben.’ Deze uitbreiding biedt een onderneming nu de mogelijkheid om bij onvoorziene omstandigheden (zoals bv. een terroristische aanslag) een gemotiveerde aanvraag tot de minister te richten teneinde economische werkloosheid voor de bedienden te bekomen.

Daarnaast wordt het referentiepunt voor de beoordeling van de voorwaarden die moeten vervuld zijn om een beroep te doen op het stelsel van economische werkloosheid aangepast. Vroeger moest steeds als referentiejaar rekening gehouden worden met 2008. Nu bestaan verschillende mogelijkheden:

  • ofwel betreft het kalenderjaar 2008;
  • ofwel gaat het om kalenderjaar –1 (het voorafgaande jaar), ofwel om kalenderjaar –2 (het tweede voorafgaande jaar);
  • ofwel bepaalt de bevoegde minister nog een ander referentiepunt nadat hij daarover een gemotiveerde aanvraag heeft ontvangen.

Deze wijziging herneemt de wijzigingen die reeds werden aangebracht door het KB van 13 december 2015.

Bron:

  • Wet van 16 mei houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken, BS 23 mei 2016, 32823.