• nl
Taalkeuze

Wet diverse bepalingen sociale zekerheid: publicatie in het Belgisch Staatsblad

Categorie: Sociaal   Datum: 13/06/2014

De Wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zekerheid werd gepubliceerd in het BS van 6 juni 2014. Het voorontwerp van deze wet werd reeds goedgekeurd op de ministerraad van 31 januari laatstleden (zie hiervoor ook onze Nieuwsflash van 7 februari 2014).

Hieronder vindt u de voornaamste wijzigingen. 

Wijzigingen inzake moederschapsverlof

Een werkneemster kan in principe haar niet-opgenomen dagen prenataal zwangerschapsverlof overdragen tot na de bevalling en zodoende haar postnatale rust met deze dagen verlengen. Dit was echter enkel mogelijk bij een volledige stopzetting van de beroepsactiviteiten.   

Ook voor het recht op moederschapsuitkeringen tijdens de prenatale rust  was het vereist om alle activiteiten volledig te schorsen.

Hierdoor werden werkneemsters met twee (of meerdere) deeltijdse arbeidsovereenkomsten benadeeld. Indien de werkneemster bij 1 dienstbetrekking werd verwijderd van het werk omwille van een risico voor zichzelf of haar kind, was zij genoodzaakt om ook haar andere betrekking(en) stop te zetten, ook al hield dit werk geen risico in voor de zwangerschap. 

De Wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zekerheid heeft een einde gemaakt aan deze discriminatie. Werkneemsters met meerdere deeltijdse arbeidsovereenkomsten zullen hun postnataal verlof kunnen verlengen met de dagen die ze vóór de bevalling gepresteerd hebben in het kader van de deeltijdse arbeidsovereenkomst waarvoor ze blijven werken zijn.  

Daarnaast voorziet de wet nu ook in de mogelijkheid voor de meeouder om het moederschapsverlof bij hospitalisatie of overlijden van de moeder over te nemen. 

Inwerkingtreding: 16 juni 2014.

Aanpassing arbeidsongevallenwet

Het spontaan bezoek van een werknemer aan de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer in het kader van het gezondheidstoezicht wordt nu ook gelijkgesteld met ‘de uitvoering van de arbeidsovereenkomst’. Hierdoor kunnen ongevallen die zich voordoen tijdens een raadpleging of op weg van en naar deze raadpleging ook in aanmerking komen als arbeidsongeval.

Inwerkingtreding: 16 juni 2014.

Versterking van de werkbonus

De Wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zekerheid voorziet in de mogelijkheid om – na overleg in de ministerraad - bij KB te voorzien dat het individuele loon van de werknemer een bepalende factor wordt bij de berekening van de werkbonus. 

Dit wordt met terugwerkende kracht ingevoerd vanaf 1 januari 2014. 

Aanpassing aan de werkgeversbijdragen RSZ ten gevolge van de zesde Staatshervorming

Door de zesde Staatshervorming worden de gewesten bevoegd voor de kinderbijslag. Als gevolg hiervan kan de afzonderlijke bijdrage RSZ voor de kinderbijslag niet langer gehandhaafd worden. 

Tot op heden is voorzien in een afzonderlijke bijdrage per tak van de sociale zekerheid (o.a. een afzonderlijk percentage patronale bijdrage voor de werkloosheid, voor de kinderbijslag, voor het rust- en overlevingspensioen,…). 

Vanaf 1 januari 2015 wordt hiervan afgestapt en wordt toepassing gemaakt van een geglobaliseerd percentage voor de werkgeversbijdragen RSZ. Voor de privésector wordt voorzien in een basispercentage van 24,92%. 

Voor de publieke sector zullen afzonderlijke percentages toegepast worden; hierbij zal het bestaand onderscheid tussen het statutair personeel en het contractueel personeel wel behouden blijven. 

Tot slot wordt voorzien in een specifieke bijdrage voor de lokale besturen aangesloten bij de RSZPPO.

Bovendien wordt voorzien dat voor leerlingen jonger dan 19 jaar, dezelfde percentages gelden als voor het statutair overheidspersoneel.

Overzicht:

  • Werkgeversbijdrage privésector: 24,92%;
  • Werkgeversbijdrage publieke sector: 
    • contractueel personeel: 24,82%; 
    • statutair personeel: 17,82% (dit percentage geldt tevens voor leerlingen jonger dan 19 jaar);
  • Werkgeversbijdrage voor lokale besturen aangesloten bij de RSZPPO: 23,07%.

Daarnaast bepaalt de wet welke percentages eventueel in mindering gebracht mogen worden van de globale bijdrage voor werknemers die niet onder “alle” takken van de sociale zekerheid vallen. Valt een werknemer dus niet onder een bepaalde tak van de sociale zekerheid, dan mag het basispercentage verminderd worden met het overeenstemmend percentage voor deze tak van de sociale zekerheid.

Het betreft volgende percentages:

  • pensioenen: 8,86%;
  • ZIV-uitkeringen: 2,35%;
  • werkloosheid: 1,46%;
  • gezondheidszorg: 3,80%;
  • beroepsziekten: 1%;
  • arbeidsongevallen: 0,30%. 

Voor statutair overheidspersoneel wordt bovendien nog een bijzondere bijdrage van 1,40% ingevoerd. Deze bijdrage stemt overeen met de bijdrage kinderbijslag voor de statutairen. 

Tot slot worden enkele afzonderlijke RSZ-bijdragen afgeschaft aangezien ze voortaan opgenomen zijn in de globale werkgeversbijdrage. Het gaat concreet over de bijdrage van 0,05% voor het Fonds voor collectieve uitrustingen, de bijdrage van 0,05% voor educatief verlof en de bijdrage van 0,05% voor de actieve begeleiding van werklozen.

Inwerkingtreding: 1 januari 2015.

Bron: 

  • Wet van 25 april 2014 houdende diverse bepalingen inzake sociale zekerheid, BS 6 juni 2014, 43548.