• nl
Taalkeuze

Wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken: wat wijzigt er en wanneer?

Categorie: Sociaal   Datum: 21/08/2015

Hieronder vindt u een overzicht van alle relevante onderwerpen die de Wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken behandelt.

Aanpassingen aan (de bijdragen op) het enkel vertrekvakantiegeld voor specifieke werknemers

Sinds 1 januari 2007 wordt het enkel vertrekvakantiegeld beschouwd als loon, waardoor hierop werkgeversbijdragen en werknemersinhoudingen worden berekend. Enige uitzondering hierop is het enkel vertrekvakantiegeld voor de uitzendkrachten en tijdelijke werknemers onderworpen aan de Wet van 24 juli 1987.

Met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2014, wordt deze uitzondering uitgebreid met de volgende categorieën en wordt het enkel vertrekvakantiegeld bijgevolg niet beschouwd als loon:

  • de bedienden tewerkgesteld als gesubsidieerde contractuelen bij sommige openbare besturen;
  • de bedienden tewerkgesteld ter vervanging van ambtenaren die genieten van de loopbaanonderbreking;
  • de bedienden aangeworven voor de arbeidstijd die vrijkomt ten gevolge van arbeidsduurvermindering van voltijds tewerkgestelden bij de Federale Overheidsdiensten, provincies en gemeenten en autonome overheidsbedrijven (wet herverdeling van de arbeid in de openbare sector);
  • de bedienden tewerkgesteld ter vervanging van de oudere personeelsleden van de openbare sector die hun arbeidsduur verminderen;
  • de gesubsidieerde contractuelen tewerkgesteld bij sommige plaatselijke besturen (KB 474);
  • de werknemers tewerkgesteld bij het O.C.M.W. in het kader van “artikel 60, §7 van de OCMW-wet”.

Het enkel vakantiegeld dat de uitzendkrachten en tijdelijke werknemers daarentegen ontvangen bij het opnemen van vakantie wordt wel beschouwd als loon. Ook hier breidt het toepassingsgebied zich uit met bovenstaande categorieën.

Tot slot geldt de uitbreiding van het toepassingsgebied ook nog voor onderstaande maatregel:

  • De werkgever die het vertrekvakantiegeld betaalt, is daar op het moment van betaling geen bijdragen op verschuldigd; 
  • Als de betrokkene later zijn vakantie opneemt en op dat moment nog steeds uitzendkracht / tijdelijke werknemer is, betaalt de werkgever alsnog de bijdragen. Immers, hij geeft het enkel vakantiegeld aan alsof de werknemer de ganse tijd bij hem zou gewerkt hebben; 
  • Als de betrokkene later zijn vakantie opneemt en op dat moment niet meer als uitzendkracht / tijdelijke werknemer werkt, mag de werkgever het reeds betaalde bedrag van enkel vakantiegeld (waarop geen bijdragen werden betaald) wel aftrekken van het huidig te betalen enkel vakantiegeld, zodat de berekeningsbasis voor de bijdragen vermindert en aldus een deel van de bijdragen ten behoeve van de RSZ “verloren” gaat.

Deze uitbreiding kwam tot stand ter compensatie van het verlies van de RSZ-verminderingen die deze categorieën van werknemers vroeger wel openden, maar sinds 2014 niet meer.

Afstemming van de sociale en fiscale regeling betreffende de utilitaire voertuigen

In juni 2014 berichtte de RSZ een nieuw standpunt met betrekking tot de solidariteitsbijdragen op utilitaire voertuigen. In bepaalde gevallen dienen voor utilitaire voertuigen geen solidariteitsbijdragen te worden berekend, maar moeten deze wel worden aangegeven aan de DmfA, nl. wanneer het gebruik van dit voertuig wordt beschouwd als een (fiscaal) voordeel van alle aard. Is er geen fiscaal voordeel van alle aard, dan moeten deze voertuigen niet worden aangegeven. 

Om rechtsonzekerheid en verwarring te vermijden wordt deze gangbare praktijk nu omgezet in wetgeving. Hiervoor werd een aanpassing aan de RSZ-wet doorgevoerd.

Meer informatie hierover is terug te vinden in de Nieuwsflashes van 9 mei 2014 en 27 maart 2015.

Wijninckx-bijdrage: fase 2 uitgesteld

Sinds 2012 is een nieuwe bijzondere bijdrage verschuldigd van 1,5% wanneer voor een werknemer de som van de stortingen van bijdragen en/of premies van de werkgevers voor de opbouw van een aanvullend pensioen een drempelbedrag (30.000 EUR per jaar) overschrijdt.  

De wet voorzag de invoering van deze bijdrage in twee fasen. Een voorlopige fase (zie hierboven) vanaf 1 januari 2012 tot en met 31 december 2015 en een definitieve fase vanaf 1 januari 2016 (zie ook Nieuwsflash van 11 januari 2013).

Omdat de informaticasystemen van de pensioeninstellingen niet klaar zullen zijn op 1 januari 2016, wordt de tweede fase uitgesteld tot 1 januari 2017.

Nu ook rechtsgrond voor elektronische ecocheques

De bestaande rechtsgrond voor de elektronische maaltijdcheques wordt uitgebreid tot elektronische ecocheques. Daarin worden de voorwaarden en procedures vermeld die door erkende uitgevers moeten worden nageleefd om rechtsgeldig ecocheques in elektronische vorm uit te kunnen geven. 

Afschaffing aangifte sociaal risico op papier

Vanaf 1 januari 2016 kan het beheerscomité van de RSZ het tijdstip bepalen waarop de keuze tussen de papieren en elektronische aangiften van sociale risico’s afgeschaft wordt.

Wellicht betekent dit concreet dat deze keuze effectief op 1 januari 2016 zal worden afgeschaft. 

Bron: 

  • Wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken van 20 juli 2015, BS 21 augustus 2015, 54401.