• nl
Taalkeuze

Winterweer - Verwarming voor werknemers die buiten werken

Categorie: Sociaal   Datum: 22/01/2016

Tijdens de periode tussen 1 november en 31 maart van het daaropvolgend jaar moeten de open werklokalen en de arbeidsplaatsen in openlucht van een voldoende aantal verwarmingsinrichtingen zijn voorzien.

Wanneer het ingevolge de weersomstandigheden nodig blijkt en in elk geval wanneer de buitentemperatuur lager is dan 5 °C, moeten deze verwarmingsinrichtingen in werking worden gesteld.

Indien de vertegenwoordigers van de werknemers in het Comité (of bij ontstentenis de vakbondsafvaardiging) vooraf hun akkoord geven, mogen deze verwarmingstoestellen worden opgesteld in lokalen, in voorlopige constructies of op andere plaatsen, teneinde de werknemers de mogelijkheid te bieden zich bij tussenpozen te verwarmen.

Toonbanken of winkelbanken die buiten staan

Buitentemperatuur < 5 °C

Bij een buitentemperatuur van minder dan 5 °C is het de exploitanten van winkels voor detailverkoop verboden werknemers tewerk te stellen aan toonbanken of winkelbanken die zich buiten en in de onmiddellijke nabijheid van de winkel bevinden.

Buitentemperatuur < 10 °C

Bij een buitentemperatuur van minder dan 10 °C moeten de aan voornoemde banken tewerkgestelde werknemers over een voldoende krachtige verwarmingsinrichting beschikken, tenzij maatregelen worden genomen waardoor deze werknemers zich geregeld en zo dikwijls als nodig kunnen verwarmen.

Bovendien beschikken die werknemers over een vloer, waardoor rechtstreeks contact met de grond wordt voorkomen, en worden ze zoveel mogelijk tegen weer en wind beschermd.

Deze werknemers mogen dergelijke arbeid niet verrichten vóór 8 uur of na 19 uur, ook niet langer dan 2 uur zonder onderbreking van ten minste 1 uur, noch meer dan 4 uren per dag.

Bron: 

  • Art. 8 en 9, Koninklijk besluit van 4 juni 2012 betreffende de thermische omgevingsfactoren, BS 21 juni 2012, 33886.