• nl
Taalkeuze

Ingrijpende wijziging voor berekening van de sociale bijdragen vanaf 01/01/2015

Datum: 3/10/2014

Algemeen principe:

Het nieuwe principe van toepassing vanaf 01/01/2015 bepaalt dat de sociale bijdragen berekend worden op de netto beroepsinkomsten van het jaar zelf. De definitieve bijdragen van 2015 zullen dus berekend worden op basis van de inkomsten 2015 (dienstjaar 2016), en dit van zodra deze door de belastingen aan het sociaal verzekeringsfonds worden meegedeeld.

Voorlopige bijdragen

Zolang de inkomsten van het bijdragejaar zelf niet gekend zijn, zal het sociaal verzekeringsfonds een voorlopige bijdrage aanrekenen die gebaseerd is op de inkomsten van het derde voorafgaande jaar  (voor de bijdragen 2015 zullen dus de inkomsten van 2012 – dienstjaar 2013 in aanmerking genomen worden als voorlopige berekeningsbasis). Bij gebrek aan deze inkomsten gebeurt de berekening op basis van de inkomsten van het recentste jaar dat aan het normaal in aanmerking te nemen jaar voorafgaat.

De inkomsten die gekend en gebruikt worden op 1 januari van het bijdragejaar  worden vastgeklikt en dienen verder voor de berekening van de voorlopige bijdragen zolang de definitieve inkomsten (= jaar n) niet gekend zijn. Dit blijft  ook het geval wanneer een verbeterd inkomen wordt ontvangen voor de inkomsten van het derde voorafgaande jaar (= jaar n-3).

Forfaitaire bijdragen voor starters

Tijdens de periode van beginactiviteit (vanaf het eerste kwartaal van activiteit tot en met het vierde kwartaal van het derde volledige jaar van onderwerping) blijven dezelfde regels van toepassing. Er worden dus voorlopige forfaitaire bijdragen aangerekend met verlaagde bijdragepercentages.

Een begin van bezigheid of wijziging van categorie tussen 01/04/2012 en 31/12/2014 wordt mee in rekening genomen voor het bepalen van de periode van beginactiviteit op 01/01/2015. Een zelfstandige die op 01/04/2012 van hoofdberoep naar bijberoep  overgaat, zit dus voor 2015 in zijn derde jaar van volledige onderwerping. 

Wijziging van categorie

Enkel ingeval er geen enkele zelfstandige activiteit werd uitgeoefend in het voorafgaande kwartaal, of bij de overstap van het mini-statuut naar een andere bijdragecategorie,  kan er sprake zijn van een begin van bezigheid.

De overgang van hoofdberoep naar bijberoep, of van het maxi-statuut naar een andere bijdragecategorie (of omgekeerd) wordt niet meer beschouwd als een begin van bezigheid, met uitzondering van alle overgangen tot 31/12/2014 (zie rubriek forfaitaire bijdragen voor starters)

Berekening van bijdragen ingeval van onvolledige jaren

Vanaf 01/01/2015 wordt ook rekening gehouden met onvolledige  jaren van activiteit als basis voor de berekening van de sociale bijdragen. 

Voor een zelfstandige die zijn zelfstandige activiteit begint op 01/04/2015 zal dus het inkomen van 2015 in aanmerking genomen worden voor de definitieve bijdragen en niet deze van 2016 zoals voorzien in het systeem van toepassing tot 31/12/2014. Ingeval dit inkomen voor 2015 vb. 15.000 eur bedraagt, zal voor het 2de, 3de en 4de kwartaal 2015 een bijdrage  berekend worden op een inkomen van 15.000 x 4 / 3 = 20000 eur.

Ook een zelfstandige  die zijn activiteit stop zet vóór aanvang van het 4de kwartaal, vb. Op 30/09 zal voor dat jaar definitieve bijdragen betalen op het inkomen dat  hij dat jaar als zelfstandige verdiend heeft, omgerekend naar 4 kwartalen, hetzij inkomsten x 4 kwartalen/3 kwartalen onderwerping.

De omrekening naar jaarbasis gebeurt enkel ingeval het bijdragejaar geen volledig jaar van onderwerping omvat. Gelieve hierbij rekening te houden met volgende specifieke gevallen:

  • gelijkstellingen wegens ziekte worden niet als kwartalen van onderwerping beschouwd ingeval van volledige stopzetting gedurende het volledige kwartaal. De kwartalen van gelijkstelling wegens ziekte met activiteit in begin of einde van het kwartaal worden wel als kwartalen onderwerping aanzien.
  • kwartaal van stopzetting met aanvang van pensioen wordt wel als een kwartaal van onderwerping aanzien, evenals het kwartaal van overlijden.

Aanvraag tot vrijwillig verhogen of verlagen van de voorlopige bijdragen

De berekening van de voorlopige bijdrage zal door het sociaal verzekeringsfonds gebeuren op basis van de inkomsten van het derde voorafgaande jaar. 

De zelfstandige heeft de keuze tussen 3 mogelijkheden:

  • Hij betaalt de voorlopige bijdrage waardoor zijn sociale dekking gevrijwaard wordt en blijft
  • Hij vraagt om zijn voorlopige bijdragen te verminderen op basis van vooraf opgelegde drempels volgens bijdragecategorie 
  • Hij vraagt om verhoogde bijdragen te betalen (niet hoger dan maximumbijdragen voorzien in de bijdragecategorie die op hem van toepassing is)  en dit op voorwaarde dat er geen andere schulden zijn waarvan de uiterste betaaldatum verstreken is.

Vermindering  van de voorlopige bijdragen

De aanvraag moet door de zelfstandige worden ingediend bij het sociaal verzekeringsfonds met een speciaal opgelegd formulier, per aangetekend schrijven of door indiening ter plaatse.  

De vermindering kan enkel op basis van objectieve elementen worden toegestaan. Enerzijds moet de zelfstandige bewijzen dat zijn inkomsten van het huidige bijdragejaar (= n) zullen dalen ten opzichte van de inkomsten van het derde voorafgaande jaar (= n -3), en anderzijds moet hij aannemelijk maken dat zijn inkomsten als zelfstandige onder een bepaalde wettelijke  minimumdrempel  of het dubbele van deze minimumdrempel zullen vallen. Voor een hoofdberoep zijn deze drempels (schaal 2014) gelijk aan 12.830,62 eur of 25.661,24 eur. Andere bedragen zijn niet mogelijk.

Een zelfstandige die zijn inkomen ziet dalen van 70.000 eur (n-3) naar 35.000 eur (n) kan dus niet genieten van een vermindering van de voorlopige bijdragen maar zal wel het teveel betaalde bedrag teruggestort krijgen zodra de juiste inkomsten in het bezit zijn van het sociaal verzekeringsfonds (eventueel aangerekende verhogingen worden nooit verminderd).

Indien een zelfstandige  ten onrechte genoten heeft van een vermindering van de voorlopige bijdragen zal hij, bij de definitieve regularisatie van de bijdragen, onmiddellijk verhogingen moeten betalen. De zelfstandige die zijn voorlopige bijdragen betaald heeft volgens hetgeen werd opgevorderd door zijn fonds, zal bij een definitieve regularisatie geen verhogingen verschuldigd zijn indien blijkt dat zijn inkomen toch hoger ligt en hij heeft één kwartaal extra de tijd om het supplement te betalen.

Een negatieve beslissing op zijn aanvraag tot verminderde bijdragen wordt hem per aangetekend schrijven verstuurd. De weigering moet gemotiveerd worden door het sociaal verzekeringsfonds en de zelfstandige moet in dit geval zijn bijdragen betalen op basis van de voorlopige bijdragen (berekend op inkomsten n-3). De zelfstandige kan nadien een nieuwe aanvraag doen met nieuwe bewijsstukken.

Vrijwillig verhogen van de voorlopige bijdragen

Indien de zelfstandige een verhoging van zijn inkomsten voorziet kan hij, op eenvoudige aanvraag, een verhoging van zijn bijdragen vragen of spontaan een hoger bedrag betalen op voorwaarde dat er geen andere schulden zijn. Zo kan hij de eventuele gevolgen van een latere regularisatie vermijden en de hogere bijdragen fiscaal in mindering brengen.  Er kan echter nooit méér worden bijgestort dan tot de maximumbijdrage.

De aandacht moet gevestigd worden op het feit dat een “supplement” van de voorlopige bijdrage niet kan worden teruggestort op uitzondering van een terugbetaling die ten laatste op 31 december van het  jaar zelf wordt uitgevoerd en op uitdrukkelijk verzoek van de zelfstandige

Verhogingen wegens laattijdige betaling

De verhogingen aan het einde van het kwartaal (3%) en de  éénmalige verhoging (7%) in toepassing van de artikels 44 en 44bis blijven bestaan. 

Opgepast: ingeval de bijdragen op definitieve basis uiteindelijk zouden verminderd worden, blijven deze verhogingen ongewijzigd.

De berekening gebeurt op het onbetaalde gedeelte van de opeisbare bijdrage (al dan niet verminderd).  

De regels van berekening van verhogingen bij aanvang van de zelfstandige activiteit blijven ongewijzigd (eerste maal verhogingen op het einde van het kwartaal dat volgt op datgene waarin het vervaldagbericht verstuurd wordt)

Voor de regularisatiesupplementen wordt de verhoging voor een eerste maal toegepast op het einde van het kwartaal dat volgt op datgene waarin het herzieningsbericht wordt opgestuurd.

Bij laattijdige aansluiting,  op het ogenblik  dat de regularisatiebijdragen reeds kunnen vastgesteld worden, zijn verhogingen (3%) verschuldigd vanaf het eerste kwartaal van onderwerping en deze van 7% bij het verstrijken van het eerste jaar onderwerping.

Verhogingen wegens ten onrechte aanvraag verminderde bijdragen

Artikel 11bis van het k.b. nr. 38 wordt ingevoerd voor de berekening van verhogingen indien op het moment van de herziening blijkt dat de zelfstandige ten onrechte genoten heeft van een bijdragevermindering. Dit artikel staat volledig los van de bestaande regels voorzien bij de artikelen 44 en 44bis.

Deze verhoging bedraagt 3% en wordt berekend op het verschil tussen de definitieve bijdrage en het bedrag van de  verminderde voorlopige bijdrage. Ingeval echter de definitieve bijdrage hoger ligt dan het bedrag van de voorgestelde  bijdrage op basis van n-3, wordt met dit laatste bedrag rekening gehouden voor de berekening van deze verhoging. Daarenboven wordt ook een éénmalige verhoging aangerekend op het deel van de bijdrage dat op 31 december van het bijdragejaar onbetaald was.

Uitzondering op het principe van de herziening op inkomsten van het jaar zelf

Zelfstandigen die met pensioen gaan en hun activiteit stoppen hebben de keuze om de laatste 3 jaren  (jaar van pensionering + 3 voorafgaande jaren) te betalen, zonder herberekening nadien op de inkomsten van het jaar zelf, om zodoende het pensioen onmiddellijk te kunnen vaststellen. Deze regeling geldt enkel voor de jaren die nog niet geregulariseerd werden op het moment van de ingang van het pensioen en kan niet worden toegepast indien op één van deze jaren een verminderde bijdrage werd verkregen.

De aanvraag dient te gebeuren uiterlijk op datum van aanvang van het pensioen.

Verzaking aan de aanvraag kan tot ontvangst van het eerste inkomen van de betreffende jaren, zelfs na de ingangsdatum van het pensioen.

Ook in geval van voortgezette verzekering blijven de oude regels van toepassing, ttz berekening op inkomsten van het derde voorafgaande jaar, zonder latere regularisatie op inkomsten n. 

Uitzondering op berekeningsbasis ingeval van stopzettingsmeerwaarden

De stopzettingsmeerwaarden worden aanzien als beroepsinkomsten en komen dus in aanmerking voor de berekeningsbasis van de bijdragen.

Deze worden echter niet in aanmerking genomen indien de zelfstandige vóór het einde van het jaar dat volgt op dat waarin de stopzettingsmeerwaarde gerealiseerd werd effectief een rustpensioen geniet of zijn onderwerping als zelfstandige beëindigd wordt.

De regeling van de stopzettingsmeerwaarden is niet van toepassing  op de vergoedingen die de bedrijfsleiders bij of na de stopzetting genieten. Deze vergoedingen moeten integraal in de berekeningsbasis van de sociale bijdragen worden opgenomen.

Verjaring

De wettelijke bepalingen aangaande de verjaringstermijn worden aangepast voor wat betreft de herzieningsbijdragen. Deze verjaren ook na 5 jaar zoals het algemeen principe voorziet maar de termijn begint pas te lopen op 1 januari van het derde jaar volgend op het bijdragejaar. Hetzelfde geldt voor een vordering tot terugbetaling.

Vrijstelling van bijdragen

Een vrijstelling van bijdragen die belanghebbende bekomen heeft voor de voorlopige bijdragen wordt herzien op het ogenblik dat de definitieve inkomsten gekend zijn.

Als de definitieve inkomsten lager liggen dan het dubbele van de minimumdrempel in hoofdberoep (in  2014 = 25.740 EUR) blijft de vrijstelling van toepassing en wordt deze uitgebreid naar de definitieve bijdragen.

Ook wanneer de inkomsten begrepen zijn tussen 25.740 EUR en 30.888 EUR (120% van de drempel) wordt de vrijstelling uitgebreid naar de definitieve bijdragen op voorwaarde dat de definitieve inkomsten niet meer bedragen dan 120% van de inkomsten die de zelfstandige opgaf tijdens de procedure van zijn aanvraag.  Vandaar het belang van een correcte raming van de inkomsten.

Wanneer aan deze voorwaarden niet wordt voldaan wordt de vrijstelling geannuleerd en moet het sociaal verzekeringsfonds overgaan tot de inning van de volledige bijdrage. In dit geval zullen er eveneens verhogingen verschuldigd zijn.

Een zelfstandige die vrijstelling verkregen heeft voor de voorlopige bijdrage en zodoende zijn recht op sociale uitkeringen vrijwaart (behalve pensioen) behoudt dit eerder verworven recht bij annulatie van de vrijstelling.

De vrijstelling van eigen sociale bijdragen brengt ook de ontheffing van solidaire verantwoordelijkheid mee voor de bijdragen die hij voor dezelfde periode verschuldigd is voor een andere. 

De beslissing voor ontheffing van solidaire verantwoordelijkheid is definitief en kan niet worden geannuleerd bij eventuele regularisaties. Enkel ingeval het gaat om een automatische ontheffing door vrijstelling van eigen bijdragen kan er worden aangenomen dat deze vervalt.