• nl
Taalkeuze

Aansluiten sociaal verzekeringsfonds

Iedere zelfstandige, helper, werkend vennoot en vennootschapsmandataris die een zelfstandige activiteit in België uitoefent, is onderworpen aan het sociaal statuut voor zelfstandigen;

Inhoudsopgave
verbergen

Wie moet aansluiten als zelfstandige?

Zelfstandige

Ieder natuurlijk persoon die in België een activiteit uitoefent, die een beroepsinkomen kan opleveren, zonder hiervoor verbonden te zijn door een arbeidsovereenkomst (arbeiders/bedienden) of statuut (ambtenaren) is zelfstandige.

Zelfstandige in bijberoep

Combinatie werknemer in de privé-sector en zelfstandige activiteit

De zelfstandige activiteit wordt uitgeoefend in bijberoep wanneer de zelfstandige daarnaast minstens halftijds werkt in de privé-sector.

Combinatie statutaire tewerkstelling bij de overheid (excl. onderwijs, incl. N.M.B.S.) en zelfstandige activiteit

De zelfstandige activiteit wordt uitgeoefend in bijberoep wanneer de zelfstandige daarnaast jaarlijks minstens 8 maanden of 200 dagen én minstens halftijds werkt bij de overheid.

Combinatie onderwijsopdracht en zelfstandige activiteit

De zelfstandige activiteit wordt uitgeoefend in bijberoep wanneer de zelfstandige daarnaast minstens 6/10 van een volledig uurrooster les geeft of indien het gaat om een vastbenoemde/contractuele aanstelling. Indien het gaat om een niet vastbenoemde of niet contractuele aanstelling, dient er 5/10 van een volledig uurrooster te worden gepresteerd.

Combinatie vervangingsinkomen en zelfstandige activiteit

De zelfstandige activiteit wordt uitgeoefend in bijberoep wanneer de zelfstandige in het genot is van een sociale uitkering bv. ziekte- en invaliditeitsuitkering, werkloosheidsuitkering, …

Speciale omstandigheden

Personen die naast de uitoefening van hun zelfstandige activiteit

  • genieten van een uitkering voor loopbaanonderbreking;
  • een opzeggingsvergoeding ontvangen wegens ontslag;

kunnen worden beschouwd als zelfstandigen in bijberoep. Dergelijke specifieke gevallen worden individueel onderzocht.

Zelfstandige activiteit in België en tegelijkertijd werknemersactiviteit in een andere lidstaat:

Nieuwe richtlijnen vanaf 01/05/2010.

Inwerkingtreding Europese Verordening 883/2004 en toepassingsverordening 987/2009.

Indien een zelfstandige activiteit uitoefent in België en een werknemersactiviteit in een andere lidstaat, voorzag de vroegere verordering een gesplitste onderwerping.

Vanaf 01/05/2010 is dit niet meer het geval en zal het land waar betrokkene zijn werknemersactiviteit uitoefent de bevoegde lidstaat zijn (uitgezonderd de personen die onder de overgangsregeling vallen - zie hieronder).

Ingeval betrokkene in meer dan één lidstaat een werknemersactiviteit uitoefent en tegelijkertijd in een andere lidstaat een zelfstandige activiteit, dan zal de bevoegde lidstaat bepaald worden volgens de regels van toepassing voor werknemers in twee of meerdere lidstaten (ttz wetgeving van de lidstaat waar betrokkene woont)

Overgangsbepalingen

De bestaande situaties blijven onderworpen aan de oude verordening (voor een maximumperiode van 10 jaar vanaf 01/05/2010).

Deze regel geldt evenwel enkel:

  • zolang de desbetreffende situatie voortduurt;
  • betrokkene zelf niet om de toepassing van de nieuwe verordering verzoekt.

Formaliteiten

De zelfstandige in bijberoep kan zich aansluiten bij ons sociaal verzekeringsfonds door de bijgevoegde verklaring van aansluiting volledig ingevuld (in het bijzonder vak V m.b.t. het zelfstandig bijberoep) en ondertekend terug te bezorgen, vergezeld van een attest van de werkgever of een kopie van het betalingsstrookje (enkel voor personen die een vervangingsinkomen genieten).

Helpers

Ook een zelfstandig helper is onderworpen aan het sociaal statuut voor zelfstandigen en moet zich aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds.

Een helper is ieder persoon die in België een zelfstandige in de uitoefening van zijn beroep bijstaat of vervangt, zonder hiervoor door een arbeidsovereenkomst te zijn verbonden.

Het bepalend criterium is dus de afwezigheid van een arbeidsovereenkomst. Wanneer echter zou blijken dat de helper in werkelijkheid toch in ondergeschikt verband de zelfstandige zou helpen, wordt hij beschouwd als werknemer (stelsel R.S.Z.) en valt hij niet onder het toepassingsgebied van het sociaal statuut voor zelfstandigen.

De zelfstandige die geholpen wordt, is noodzakelijkerwijze een natuurlijk persoon. Een rechtspersoon kan niet worden vervangen of bijgestaan. De helper en de geholpene hoeven geen verwanten te zijn.

Speciale regeling voor beginnende jonge helpers

Beginnende, jonge help(st)ers zijn slechts verzekeringsplichtig vanaf de 1e januari van het jaar waarin ze 20 jaar worden, tenzij zij voordien huwen. De jonge helpers die vóór voormelde datum huwen zijn verzekeringsplichtig vanaf het kwartaal van het huwelijk.

Uitzonderingen!
Help(st)ers die niet verzekeringsplichtig zijn:
  • ongehuwde help(st)ers vóór de 1e januari van het jaar waarin ze 20 jaar worden;
  • Studenten die helper zijn, doch recht geven op kinderbijslag;
  • Toevallige help(st)ers, die hun activiteit minder dan 90 dagen per jaar EN op niet-regelmatige wijze uitoefenen.

Formaliteiten

De helper kan zich aansluiten bij STEUNT ELKANDER door de aansluitingsverklaring volledig ingevuld (in het bijzonder vak III voor de helpers) en ondertekend terug te bezorgen.

Werkende vennoten

Werkende vennoten zijn personen die op een zelfstandige wijze werkzaam zijn in de vennootschap en tevens aandelen hebben in die vennootschap. Heeft men enkel aandelen maar oefent men geen activiteit uit in de vennootschap dan wordt men beschouwd als een stille vennoot. Dergelijke personen die er zich toe beperken kapitaal in te brengen zijn dan ook geen zelfstandigen.

Mandatarissen in vennootschappen

Mandatarissen (zaakvoerders, bestuurders, vereffenaars,...), al dan niet bezoldigd, zijn onderworpen aan het sociaal statuut van zodra zij benoemd worden in een vennootschap die onderworpen is aan de Belgische vennootschapsbelasting of aan de belasting der niet-verblijfhouders. Het feit dat de vennootschap later een inschrijving in het handelsregister bekomen heeft verandert hier niets aan.

Uitz. : de vennootschapsmandatarissen met een kosteloos mandaat zijn niet verzekeringsplichtig in het sociaal statuut en moeten zich dus niet aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds, op voorwaarde dat zij geen enkele bezoldiging of voordeel in natura genieten voor het uitoefenen van dit mandaat in de vennootschap en geen commerciële, administratieve of technische taken uitvoeren die betrekking hebben op het maatschappelijk doel van de vennootschap (bij voorbeeld: als werkend vennoot).

Vanaf 01/07/2014 werden de wettelijke en reglementaire bepalingen omtrent de verzekeringsplicht van de mandatarissen aangepast.

  • De kosteloosheid kan maximum 12 maanden voorafgaand aan de maand van de publicatie in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad of aan de maand van de mededeling aan het sociaal verzekeringsfonds aanvaard worden;
  • Ook buitenlandse mandatarissen kunnen vanaf 01/07/2014 beroep doen op het onbezoldigd mandaat;
  • In het geval de statuten het volgende vermelden: “het mandaat is onbezoldigd, behoudens andersluidende beslissing” wordt de kosteloosheid aanvaard, zolang het bevoegd orgaan geen beslissing tot vergoeding heeft genomen;
  • De kosteloosheid van het mandaat kan niet worden aanvaard ingeval de mandataris een technische of commerciële activiteit uitoefent die betrekking hebben op het maatschappelijk doel van de vennootschap. Dit is ook het geval voor een onbezoldigde mandataris die zijn beroepskennis bewijst en voor de enige mandataris in een vennootschap;
  • Wanneer, in tegenstelling met de statuten, toch zou blijken dat er inkomsten of voordelen in natura voortvloeien uit het mandaat , of wanneer de vennootschap bijdragen of premies stort voor de opbouw van een aanvullend pensioen van de mandataris, blijft de verzekeringsplicht doorlopen tot wanneer de kosteloosheid opnieuw wordt vastgesteld. Dit kan echter nooit tot gevolg hebben dat de verzekeringsplicht ingedaan wordt gemaakt voor de kwartalen waarvoor de mandataris een vergoeding heeft bekomen;

Meewerkende echtgenoot?

Alle personen (mannen en vrouwen) die helper zijn van hun echtgeno(o)t(e)-zelfstandige, en geen eigen statuut hebben, moeten zich vanaf 01/01/2003 verplicht verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid bij het sociaal verzekeringsfonds waarbij de andere echtgeno(o)t(e) is aangesloten. Dit geldt ook voor diegene die samenwonen met een zelfstandige en verbonden zijn door een verklaring van wettelijke samenwoning. De meewerkende echtgeno(o)t(e) van een bedrijfsleider valt NIET onder deze verplichting.

Opgelet! Wanneer de helpende echtgenoot aandelen heeft en meewerkt, is deze werkend vennoot en is er een aansluitingsplicht als volwaardig zelfstandige. Dit is ook zo als deze een mandaat bekleedt of een vergoeding geniet uit de vennootschap.

Welke bijdrage betaalt de meewerkende echtgeno(o)t(e)?

De bijdrage arbeidsongeschiktheid van de meewerkende echtgeno(o)t(e) wordt berekend op het beroepsinkomen waarop de sociale bijdragen van de zelfstandige echtgeno(o)t(e) worden berekend. In principe is dit het inkomen van drie jaar geleden.

Naargelang het verworven nettoberoepsinkomen, varieert deze bijdrage (mini-statuut) voor 2017 tussen € 27,38 (minimum) en € 154,36 (maximum) per kwartaal (zie ook andere barema's)

Welke rechten heeft de meewerkende echtgeno(o)t(e)?

Door sociale bijdragen te betalen aan het sociaal verzekeringsfonds heeft de meewerkende echtgeno(o)t(e) recht op :

Opmerking! Deze vergoedingen worden uitbetaald door het ziekenfonds.

Vrijwillige toetreding tot het volledige sociaal statuut

Helpende echtgenoten zijn vanaf 01/07/2005 verplicht om aan te sluiten voor het volledige sociaal statuut (pensioen, gezinsbijslag, gezondheidszorgen, arbeidsongeschiktheid en moederschap), behalve voor de faillissementsverzekering.
Uitzonderingen
  • U bent geboren voor 1956: u moet na 1 juli 2005 enkel aansluiten voor het mini-statuut;
  • Uw echtgeno(o)t(e) wordt fiscaal als bedrijfsleider belast: het statuut van de meewerkende echtgeno(o)t(e) is op u niet van toepassing.

Er worden dezelfde bijdragen aangerekend als een zelfstandige in hoofdberoep maar waarbij het zelfstandig inkomen zal gesplitst worden. Zo zal het inkomensaandeel van de meewerkende echtgeno(ot(e) overeenstemmen met een normale bezoldiging voor de geleverde prestaties.

Opmerking: De minimum-bijdrage voor dit zogenaamde “maxi” statuut bedraagt € 319,68 (Barema 2017). Dit is de helft van de minimum-bijdrage van een zelfstandige in hoofdberoep.

De meewerkende echtgeno(o)t(e) wordt bij de aansluiting beschouwd als een beginnende zelfstandige. Zij/hij betaalt een voorlopige bijdrage. Deze voorlopige bijdrage wordt geregulariseerd zodra de fiscus het reëel beroepsinkomen van de meewerkende echtgenote meedeelt. De meewerkende echtgenote die volledig toetreedt, moet uiteraard geen afzonderlijke bijdrage arbeidsongeschiktheid betalen.

De zelfstandige echtgenoot betaalt in het jaar van de toetreding in principe nog op zijn beroepsinkomen van 3 jaar geleden, maar het sociaal verzekeringsfonds voert een correctie door: het geïndexeerd referte-inkomen van de zelfstandige echtgenoot (bv. het inkomen van het jaar 2010) wordt verminderd met het afgesplitst inkomen van de meewerkende echtgenote in het eerste volledige jaar van de toetreding (bv. het geïndexeerd inkomen van het jaar 2013). Zo lang de vrouw voorlopige bijdragen betaalt trekt het sociaal verzekeringsfonds een forfaitair bedrag af. Deze aftrek wordt herzien van zodra het definitief inkomen van de meewerkende echtgenote bekend is. Deze correctieberekening herhaalt zich in het tweede en het derde jaar van de toetreding.

Formaliteiten

De meewerkende echtgeno(o)t(e) kan zich aansluiten bij ons sociaal verzekeringsfonds door de verklaring van aansluiting meewerkende echtenoot volledig ingevuld en ondertekend terug te bezorgen.

Het statuut van student-zelfstandige

Vanaf 01/01/2017 kunnen de studenten die een zelfstandige activiteit uitoefenen en die er een aanvraag toe indienen, het nieuwe statuut van student-zelfstandige genieten. Vanaf deze datum wordt het huidige systeem van bijdrageregeling, waardoor de zelfstandige activiteit van studenten wordt gelijkgesteld met een zelfstandige activiteit in bijberoep (artikel 37 studenten), afgeschaft.  

Voorwaarden

Om te worden beschouwd als student-zelfstandige moet aan volgende voorwaarden worden voldaan:

  • De student moet minstens 18 jaar en ten hoogste 25 jaar oud zijn.

Dit wil zeggen dat het statuut van student-zelfstandige niet kan worden toegekend voor het kwartaal waarin de student 18 jaar wordt en na het derde kwartaal van het kalenderjaar waarin hij 25 jaar wordt.

  • De student moet ingeschreven zijn in hoofdzaak

De student moet ingeschreven zijn voor minstens 27 studiepunten (ECTS) per school-of academiejaar. Wanneer de studies niet worden uitgedrukt in studiepunten, moet de student ingeschreven zijn om minstens 17 lesuren per week te volgen. De periodes waarin de student geen lessen volgt omdat hij stage heeft of tijdens een periode van maximum een jaar waarin hij een verhandeling voorbereidt, brengen het feit dat zijn inschrijving als in hoofdzaak wordt beschouwd niet in gevaar.

  • De student moet regelmatig de lessen volgen tijdens het school-of academiejaar in kwestie

Bij de aanvraag tot toepassing van het statuut van student-zelfstandige zal de student verplicht een verklaring van regelmatig volgen van lessen moeten afleveren.

Op het einde van het academiejaar zal de student via zijn onderwijsinstelling het bewijs moeten leveren dat hij/zij aanwezig geweest is tijdens de lessen of,indien de instelling dat niet kan attesteren, heeft deelgenomen aan de examens voor 27 studiepunten of 17 lesuren zoals hierboven bedoeld.  Indien de student in zijn ondernemingsproject wordt begeleid door zijn onderwijsinstelling, kan dit ook gelden als bewijs., kan dit ook gelden als bewijs.

Indien de student niet aanwezig heeft kunnen zijn tijdens de lessen en niet heeft kunnen deelnemen aan de examens door redenen onafhankelijk van zijn wil (ziekte, ongeval,…), wordt aangenomen dat de student de lessen regelmatig heeft gevolgd voor zover deze redenen kunnen worden gestaafd aan de hand van bewijsstukken.

  • De student moet ingeschreven zijn in een onderwijsinstelling die erkend wordt door de bevoegde overheid.

In België moet de onderwijsinstelling erkend zijn door de desbetreffende Gemeenschap. In het buitenland moet het programma van de onderwijsinstelling erkend zijn door de buitenlandse bevoegde overheid. Naast de onderwijsinstellingen van het secundair onderwijs, van de hogescholen en universiteiten zijn er ook nog andere instelling die erkend zijn in België, zoals Syntra, IFAPME, efp, de centre voor volwassenenonderwijs, l’enseignement de promotion sociale en Erwachsenbildung

  • Het diploma dat de student wenst te behalen moet erkend zijn door een bevoegde overheid in België.

Het feit dat men ingeschreven is in een onderwijsinstelling die is erkend door een bevoegde overheid in België, impliceert dat het diploma erkend is door een bevoegde overheid in België.
In geval van studies in het buitenland, moet het diploma dat de student wenst te behalen eveneens erkend kunnen worden door een bevoegde overheid in België.

  • De student moet een zelfstandige beroepsactiviteit uitoefenen waarvoor hij onderworpen is aan het sociaal statuut der zelfstandigen.

Aanvraagprocedure

De student die het statuut van student-zelfstandige wenst te genieten dient het aanvraagformulier in te vullen.  U kan dit vinden in onze rubriek documenten
De student moet zich eveneens ertoe verbinden om regelmatig de lessen te volgen. Hij moet dit expliciet schriftelijk verklaren bij de aanvraag van het statuut voor een lopend of komend school- of academiejaar aan de hand van de “verklaring voor het regelmatig volgen van lessen”. 

De aanvraag heeft betrekking op een lopend school-of academiejaar of een school- of academiejaar dat gaat beginnen. De aanvraag kan eveneens betrekking hebben op een school- of academiejaar dat op het ogenblik van de aanvraag reeds verstreken is, maar dat nooit voor 1 januari 2017 mag liggen (datum van inwerkingtreding van het statuut van student-zelfstandige).

Er wordt aangenomen dat een school-of academiejaar is verstreken na 30 september van het kalenderjaar waarin het school-of academiejaar wordt beëindigd.   Tot 30 september bevindt men zich in een lopend jaar. De aanvraag blijft gelden voor latere jaren zolang aan de voorwaarden wordt voldaan en de student niet aan de aanvraag verzaakt. Er is dus geen nieuwe aanvraag nodig voor elk school-of academiejaar tijdens de voortzetting van de studies.
In geval van een wijziging in de loop van het school of-academiejaar betreffende het statuut van de student-zelfstandige dat dit statuut ter discussie zou kunnen stellen, is de student verplicht zijn fonds hierover in te lichten.
Onder wijziging wordt verstaan:

  • Stopzetting van de studies;
  • Vermindering van het aantal studiepunten tot onder de grens van 27;
  • Vermindering van het aantal lesuren tot onder de grens van 17;
  • Uitoefening van een andere, minstens halftijdse, beroepsactiviteit;
  • Verandering van onderwijsinstelling;
  • Beëindiging van de studies;
  • Studies in het buitenland;

 Studenten die begunstigden waren van het artikel 37 van het ARS voor 1 januari 2017

Vanaf 1 januari verdwijnt dus de bijdragenregeling “artikel 37 studenten”.  Studenten die de toepassing van art 37 genoten voor 01/01/2017 werden reeds door ons gecontacteerd.  De bijdragen van deze studenten zullen op voorlopige basis worden berekend op grond van het inkomen van 3 jaar terug (indien beschikbaar).

Studies in het buitenland

Wanneer de inschrijving is gebeurd in een instelling in het buitenland moet de student een attest van inschrijving bezorgen dat is ingevuld door zijn onderwijsinstelling in het buitenland of door de instelling in België die gezorgd heeft voor de inschrijving van de jongere in de instelling in het buitenland.  Het attest moet verplicht vermelden dat het studieprogramma erkend is door een bevoegde overheid in het vreemde land.  Het attest moet bovendien de stempel van de instelling in het buitenland bevatten.

De student moet ook, zoals de andere studenten, een verklaring voor het regelmatig volgen van lessen afleveren en op het einde van het school-of academiejaar een attest voor het regelmatig volgen van lessen in het buitenland overhandigen.
Wanneer het onderwijsprogramma erkend is door de buitenlandse bevoegde overheid, moet de student nog aantonen dat de in het buiteland gevolgde studies toelaten om een diploma te bekomen dat is erkend door een bevoegde overheid in België.
De student dient hiervoor een document te verstrekken waarmee kan worden aangetoond dat:

  • De studies in het buitenland erkend werden in België als studies voor de toekenning van een beurs wanneer de jongere een dergelijke beurs heeft bekomen of;
  • De studies in het buitenland erkend werden door het fonds voor de betaling van de kinderbijslag wanner de jongere kinderbijslag blijft genieten tijdens zijn studieperiode in het buitenland of;
  • De studies gevolgd in het buitenland toelaten om de studies in België voort te zetten wanneer een onderwijsinstelling in België het kan erkennen of,
  • Wanneer de studies in het buitenland werkend erkend door elke andere officiële instelling in België.

Einde van de onderwerping als student-zelfstandige

De onderwerping als student-zelfstandige loopt af vanaf het kwartaal in de loop waarvan een of meerdere voorwaarden niet meer vervuld zijn.
Het statuut wordt beëindigd op 30 september van het kalenderjaar waarin de student 25 jaar wordt, onafhankelijk van zijn verjaardag.
De student kan ook verzaken aan zijn aanvraag.  Hiervoor mij hij een schriftelijke indienen.  De verzaking heeft uitwerking op de eerste dag van het kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin ze werd ingediend.

De sociale bijdragen

De student-zelfstandige is geen enkele sociale bijdrage verschuldigd wanneer zijn netto beroepsinkomen (jaarbasis) lager is dan 6648,12 EUR .
Wanneer zijn inkomen hoger is dan 6648,12 EUR, is hij een verminderde bijdrage verschuldigd brekend op het gedeelte van het inkomen vanaf 6648,12 EUR.
Van zodra zijn inkomen minstens even hoog is als het minimuminkomen voor zelfstandigen in hoofdberoep (13296,25 EUR in 2017), moet de student bijdragen betalen gelijk aan die van zelfstandige in hoofdberoep op het geheel van zijn inkomen (minimum 727,72 EUR bijdrage in 2017).
De student die zijn zelfstandige activiteit aanvangt zal een forfaitaire voorlopige bijdrage verschuldigd zijn gelijk aan deze van een zelfstandige in bijberoep.

Verhogen of verlagen van de voorlopige sociale bijdragen

Zoals de andere zelfstandigen kan de student-zelfstandige vragen om verhoogde of verminderde voorlopige bijdragen te betalen.
U kan het aanvraagformulier voor vermindering van voorlopige sociale bijdragen in onze broek documenten.
Voor een verhoging van de voorlopige sociale bijdragen zijn er geen formaliteiten na te leven.  De student-zelfstandige kan vrijwillig een hogere bijdrage betalen.

Vrijstelling van bijdrage

De student-zelfstandige die geen bijdrage of een verminderde bijdrage verschuld is, kunnen geen aanvraag tot vrijstelling indienen bij de Commissie voor vrijstelling van bijdragen.

 Sociale bescherming

De sociale bescherming hieronder beschreven beoogt enkel de student-zelstandigen die een verminderde bijdrage of geen enkele bijdrage verschuldigd zijn.  De student-zelfstandigen die bijdragen zoals een zelfstandige in hoofdberoep openen rechten in alle sectoren.

Als rechtgevende op kinderbijslag

De student-zelfstandige die geen enkele bijdrage verschuldigd is vervult de voorwaarden om, zonder verdere controle, recht te geven op kinderbijslag.  
Wanneer hij/zij een verminderde bijdrage verschuldigd is, moet de student zich onderwerpen aan een controle en desgevallend een verklaring bij zijn kinderbijslagfonds invullen om de naleving van de voorwaarden betreffende zijn beroepsactiviteit te attesteren.
Wanneer hij/zij bijdragen betaalt gelijk aan de bijdrage als zelfstandige in hoofdberoep is hij/zij geen rechtgevende meer op kinderbijslag maar zal hij/zij het recht kunnen openen voor zijn/haar eigen kind(eren).

Geneeskundige verzorging

De student-zelfstandige die wettelijk geen enkele bijdrage of een verminderde bijdrage verschuldigd is, is rechthebbende in de ziekte en invaliditeitsverzekering als persoon ten laste van een van zijn ouders of grootouders tot de leeftijd van 25 jaar.

 Arbeidsongeschiktheid en moederschapsverzekering

De student-zelfstandige die wettelijk geen enkele bijdrage of een verminderde bijdrage verschuldigd is, verschaft geen rechten inzake arbeidsongeschiktheid.

Pensioenen, moederschapshulp, overbruggingsrecht, uitkering mantelzorg

De student-zelfstandige die wettelijk geen enkele bijdrage of een verminderde bijdrage verschuldigd is, heeft geen rechten in deze sectoren..

Betaling van sociale bijdragen

Elk kwartaal zal de zelfstandige een vervaldagbericht ontvangen voor de betaling van zijn sociale bijdrage.

De grootte van de kwartaalbijdrage varieert naargelang de grootte van het netto-beroepsinkomen van het refertejaar en is bovendien afhankelijk van de wijze waarop de zelfstandige activiteit wordt uitgeoefend (hoofdberoep/bijberoep/gepensioneerde).

Formaliteiten

De zelfstandige kan zich vrijwillig aansluiten bij ons sociaal verzekeringsfonds door de bijgevoegde verklaring van aansluiting volledig ingevuld en ondertekend terug te bezorgen.