• nl
Taalkeuze

Overbruggingsrecht: verzekering ingeval van faillissement of gedwongen stopzetting

Inhoudsopgave
verbergen

Wat is het overbruggingsrecht? (voorheen faillissementsverzerking)

Het overbruggingsrecht is een financiële en sociale dekking voor de zelfstandigen die hun activiteit gedwongen moeten stopzetten. Concreet bestaat het uit:

  • Een maandelijkse financiële uitkering gedurende maximaal 12 maanden;
    Voor het bedrag, consulteer onze rubriek uitkeringen.
  • Het behoud van bepaalde sociale rechten gedurende maximaal 4 kwartalen;
    • Bescherming op vlak van de rechten inzake geneeskundige verzorging en alle uitkeringen in het kader van de ziekte-en invaliditeitsverzekering. Wenst u informatie omtrent het behoud van gezinsbijlslagen in het kader van het overbruggingsrecht, dan dient u contact op te nemen met uw kinderbijslagfonds of FAMIFED.

U kan meerdere keren genieten van het overbrugginsrecht tijdens uw loopbaan, op voorwaarde dat de totale duur de limieten van 12 maanden (uitkering) en vier kwartalen (sociale rechten) niet overschrijdt.

Financiële uitkering: vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand van het vonnis van faillissement of gedwongen stopzetting.

Sociale bescherming: vanaf de eerste dag van het kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin het vonnis tot faillietverklaring werd uitgesproken of de gedwongen stopzetting plaats vond.

De zelfstandige is geen enkele bijdrage verschuldigd voor de kwartalen waar hij geniet van het overbruggingsrecht.

De vier pijlers van het overbruggingsrecht

Het vernieuwde overbruggingsrecht (in voege sinds 01/01/2017) bestaat uit vier pijlers: faillissement, collectieve schuldenregeling, gedwongen onderbreking en economische moeilijkheden.

Faillissement

De eerste pijler staat open voor de gefailleerde zelfstandige, zaakvoerder, bestuurder en werkende vennoot van een handelsvennootschap die failliet werd verklaard. (Niet voor helpers en meewerkende echtgenoten, zij kunnen immers niet failliet worden verklaard).

Collectieve schuldenregeling

De tweede pijler staat open voor de zelfstandige, helper en meewerkende echtgeno()ot(e die in het kader van een collectieve schuldenregeling van de rechter de homologatie van een minnelijke aanzuiveringsregeling verkregen hebben, een gerechtelijke aanzuiveringsregeling opgelegd geweest zijn of een aanpassing of herziening van de regeling verkregen hebben.

Gedwongen onderbreking

De derde pijler staat open voor de zelfstandige, helper of meewerkende echtgeno()ot(e die, door omstandigheden onafhankelijk van hun zijn/haar wil, gedwongen wordt elke zelfstandige activiteit tijdelijk of definitief stop te zetten. De vier wettelijke situaties in dit kader zijn:

Een natuurramp

Onder « natuurramp » wordt verstaan :

  • elk natuurverschijnsel met uitzonderlijk karakter in de zin van artikel 2, § 1 van de wet van 12 juli 1976 betreffende het herstel van zekere schade veroorzaakt aan private goederen door natuurrampen;
  • elke natuurramp in de zin van artikel 68-2, §1 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst;

Een brand

Onder « brand » wordt verstaan: elke gebeurtenis bedoeld in artikel 61 van voornoemde wet van 25 juni 1992, die de voor professioneel gebruik bedoelde gebouwen en de professionele uitrusting van de zelfstandige heeft beschadigd.

Een vernieling

Onder « vernieling » wordt verstaan: elke vernieling van de voor professioneel gebruik bedoelde gebouwen en de professionele uitrusting van de zelfstandige ten gevolge van een gebeurtenis, anders dan deze bedoeld onder 1° en 2° en die door een derde is veroorzaakt.

Een allergie

Onder « allergie » wordt verstaan : elke allergie waaraan de zelfstandige lijdt, die erkend is door de adviserend geneesheer van zijn verzekeringsinstelling, bedoeld in artikel 4, § 1, van het koninklijk besluit van 20 juli 1971 houdende instelling van een uitkeringsverzekering en een moederschapsverzekering ten voordele van de zelfstandigen en van de meewerkende echtgenoten, veroorzaakt door de uitoefening van zijn specifieke zelfstandige activiteit en waarvoor de zelfstandige geen uitkering ontvangt krachtens het voornoemd koninklijk besluit van 20 juli 1971.

De allergie wordt geacht zich voor te doen op datum van de erkenning door de adviserend geneesheer.

Economische moeilijkheden (nieuw sinds 01/01/2017)

De vierde pijler staat open voor de zelfstandige, helper en meewerkende echtgeno()ot(e) die zich in economische moeilijkheden bevindt en elke zelfstandige activiteit officieel stopzet. Er zijn wettelijk drie situaties voorzien die er op wijzen dat de aanvrager zich in economische moeilijkheden bevindt:

  • Begunstigde van een leefloon zijn;
  • Een bijdragevrijstelling door de Commissie voor vrijstelling bekomen hebben in de periode van 12 maanden voorafgaand aan de maand van de stopzetting;
  • Een laag inkomen hebben (lager dan de minimale bijdragedrempel zowel in het jaar van de stopzetting als in het daaraan voorafgaande jaar)  Voor zelfstandigen in hoofdberoep en zelfstandige helpers is deze inkomensdrempel (barema 2017) 13296,25 EUR, voor meewerkend echtgenoten 5841,04 EUR.

De zelfstandige die zich in economische moeilijkheden bevindt moet, om het overbruggingsrecht te kunnen genieten, een minimum aantal kwartalen bewijzen over zijn volledige loopbaan waarvoor pensioenrechten worden geopend.
Indien de aanvrager:

  • Minder dan 8 kwartalen kan aantonen;
    • Geen recht op het overbruggingsrecht
  • Minstens 8 kwartalen kan aantonen, maar minder dan 20;
    • Recht op de financiële uitkering gedurende maximaal 3 maanden;
    • Recht op de sociale rechten gedurende maximaal 1 kwartaal.
  • Minstens 20 kwartalen kan aantonen, maar minder dan 60;
    • Recht op de financiële uitkering gedurende maximaal 6 maanden;
    • Recht op de sociale rechten gedurende maximaal 2 kwartalen.
  • Minstens 60 kwartalen kan aantonen;
    • Recht op de financiële uitkering gedurende maximaal 12 maanden.
  • Recht op de sociale rechten gedurende maximaal 4 kwartalen.

Algemene toekenningsvoorwaarden

  1. Zelfstandige in hoofdberoep, helper of meewerkende echtgeno(o)t(e) geweest zijn, gedurende vier kwartalen. Deze vier kwartalen zijn:
    • het kwartaal van het vonnis van faillietverklaring, of van de stopzetting van uw activiteit);
    • de drie kwartalen voorafgaand.
  2. Ten minste de minimumbijdragen van een zelfstandige in hoofdberoep verschuldigd geweest zijn gedurende deze kwartalen;
  3. Minstens 4 kwartalen (gedurende een referteperiode van 16 kwartalen) effectief bijdragen betaald hebben. Er wordt geen rekening gehouden met vrijgestelde of gelijkgestelde kwartalen;
  4. Vanaf de 1ste werkdag die volgt op die van het vonnis van faillietverklaring (of datum van stopzetting) geen beroepsactiviteit uitoefenen;
  5. Niet in aanmerking komen voor een vervangingsinkomen;
  6. In België zijn hoofdverblijfplaats hebben.

Specifieke toekenningsvoorwaarden voor de vennootschapsmandataris en de werkend vennoot inzake de 4de pijler (economische moeilijkheden)

Indien de aanvrager op het ogenblik van de stopzetting actief was in een vennootschap als zaakvoerder, bestuurder of werkend vennoot en hij zich wenst te beroepen op de situatie inzake laag inkomen (4e pijler), moet hij naast de algemene toekenningsvoorwaarden bijkomende de volgende cumulatieve voorwaarden vervullen om in aanmerking te komen voor het overbruggingsrecht.:

  • Aantonen dat zijn inkomen van het jaar van stopzetting en het jaar voorafgaand aan de stopzetting onder de minimale bijdragedrempel blijft
  • De betrokken vennootschap(pen) moeten zich in een procedure tot ontbinding en vereffening bevinden die is gestart op het ogenblik van de stopzetting
  • De vereffening van de betrokken vennootschap(pen) mag geen vermogensvoordeel opleveren voor de aanvrager (het voordeel mag niet hoger zijn dan 26592,50 EUR in 2017)

Aanvraagprocedure

U dient bij ons fonds een aanvraag in per aangetekend schrijven of door neerlegging van een verzoek ter plaatse. Hierbij vindt u een ontwerp van brief waarin alle nodige gegevens hernomen zijn. De aanvraag moet worden ingediend ten laatste  binnen het tweede kwartaal volgend op het kwartaal waarin het faillissement of de gedwongen stopzetting zich voordoet.